GroenLinks wethouders uit B en W Amsterdam

De twee wethouders van GroenLinks in het Amsterdamse college van burgemeester en wethouders, F. Köhler en R. Grondel, zijn gisterochtend opgestapt. Aanleiding is een meningsverschil tussen de collegepartijen (PvdA, VVD, GroenLinks, D66) over de reorganisatie van de gemeentelijke sociale dienst.

Nadat de hoofdstedelijke gemeenteraad in meerderheid had besloten dat niet de sociale dienst maar andere bemiddelingsbureaus langdurig werklozen komende tijd naar betaalde arbeid moeten begeleiden, namen de twee wethouders ontslag. GroenLinks (7 zetels) weigerde het voorstel van de coalitiepartners PvdA, VVD en D66 (samen 28 zetels) te aanvaarden om arbeidsprojecten uit te besteden aan derden, zolang de dienst daartoe zelf niet in staat blijkt. Volgens GroenLinks, dat sinds 1998 deel uitmaakte van het college, is de begeleiding van langdurige werklozen een ,,publieke taak'' die niet sluipend mag worden ,,geprivatiseerd''. De PvdA kon daarmee in theorie weliswaar instemmen, maar wilde eerst de ,,zekerheid'' dat Köhler zijn ambities in de praktijk kon waarmaken.

P. Rosenmöller, landelijk politiek leider van GroenLinks, vindt het jammer dat de PvdA in de Amsterdamse gemeenteraad voor het standpunt van de VVD heeft gekozen, in plaats van voor Köhlers opvatting dat arbeidsbemiddeling niet geheel aan marktpartijen mocht worden overgelaten. Ook in de landelijke politiek is GroenLinks daarvan geen voorstander. ,,Maar het blijft een lokaal conflict, dat wat ons betreft geen landelijke doorwerking heeft'', zegt Rosenmöller, gevraagd naar het effect op de mogelijkheden van een coalitie tussen PvdA en GroenLinks na de volgende verkiezingen voor de Tweede Kamer.

Vermoedelijk worden de portefeuilles van Köhler en Grondel tot de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar overgenomen door de resterende zes wethouders van PvdA, VVD en D66. De drie partijen hebben nog steeds een meerderheid in de gemeenteraad.

De politieke crisis in het Amsterdamse stadsbestuur sluimerde al lange tijd. Bij PvdA, VVD en D66 groeide de onvrede over het beleid van wethouder Köhler, omdat hij er niet snel genoeg in slaagde de sociale dienst effectief te laten werken.