Forza Olanda!

Lege zalen, onderling gekissebis, verbaasde Italianen, grote stukken in de kranten. Het bezoek van twintig Nederlandse en Vlaamse schrijvers aan de boekenbeurs van Turijn deed stof opwaaien. Hoe staat het met de Nederlandstalige literatuur op de Italiaanse markt?

Italianen zijn geen lezers, ze roepen zelf om het hardst dat 58 procent van de bevolking nooit een boek inziet. Maar tijdens de veertiende Fiera del Libro van Turijn is daar weinig van te merken. In de verbouwde Fiatfabriek waar de boekenbeurs plaatsvindt – rondom een voormalige testbaan voor nieuwe automodellen – wemelt het van de mensen. Busladingen vol schoolkinderen worden door de ingang gejaagd, bij de hipste kramen (van de uitgevers van Harry Potter en Pokémon) klinkt gejoel, en in de grote hallen heerst niet het serieuze geroezemoes van de boekenbeurs van Frankfurt of Londen, maar een vrolijk lawaai dat af en toe zelfs pijn doet aan de oren.

Op deze vijfdaagse publieksbeurs, waarop de handel in rechten bijzaak is en het contact met de 185 duizend bezoekers voorop staat, presenteren zich twintig Nederlandse en Vlaamse schrijvers. Ze zijn als vertegenwoordigers van de `letteratura olandese e fiamminga' uitgenodigd door de Stichting Frankfurter Buchmesse (SFB), die al vier keer eerder de Nederlandstalige literatuur op een buitenlandse boekenbeurs promootte. ,,Altijd weer een circus,'' zegt de literaire duizendpoot Tom Lanoye, die Frankfurt `93, Göteborg '97 en Londen '99 meemaakte. ,,Een frontale aanval op de Italiaanse lezer,'' meent Rudi Wester, als directeur van het Literair Produktie- en Vertalingenfonds nauw betrokken bij de voorbereidingen voor Torino 2001.

Die Italiaanse lezer laat zich bepaald niet makkelijk veroveren. Hoewel de beurs voor de Lage-Landers goed begint (met een volle zaal voor de kinderboekenschrijvers Rindert Kromhout, Joke van Leeuwen en Bart Moeyaert) staat de publieke belangstelling voor de schrijversoptredens, de zogeheten incontri, in geen verhouding tot de status van de betreffende auteurs in de Nederlandse literatuur. Dat Margriet de Moor in het Caffè Letterario op het beursterrein nauwelijks publiek trekt, is nog te begrijpen: haar enige vertaalde boek, Il virtuoso, verscheen vijf jaar geleden en verkocht slecht. Maar dat Cees Nooteboom, na Hella Haasse de meest gelezen Nederlandse schrijver in Italië, slechts een man of veertig op de been kan brengen, is teleurstellend. Bovendien houdt een derde van het publiek het voor gezien als de gewichtigdoenerige Italiaanse inleider het presteert om 22 minuten aan het woord te blijven zonder dat de schrijver van `veel-lagige' successen als Rituali en La storia seguente ertussen kan komen.

Bij Harry Mulisch (`in Italië praktisch onbekend' weet de Turijnse krant La Stampa) is het de volgende dag niet veel beter, al treft hij een wat minder egocentrische moderator. Slechts een dertigtal mensen, deels vrienden en bekenden, is getuige van zijn Engelse, in het Italiaans vertaalde oneliners (,,Mijn schrijversgoudmijn is de Tweede Wereldoorlog, moet ik daar Hitler dankbaar voor zijn?'') en van zijn komische reacties op de oorverdovende intercomboodschappen die het gesprek herhaaldelijk stil leggen. Mulisch zit er niet mee. ,,Wie zou mij hier moeten kennen?'' zegt de in een zomerse gele broek gestoken auteur na afloop van de incontro. ,,Na De aanslag is er nooit meer iets van me in het Italiaans vertaald, misschien omdat de uitgeefster, Feltrinelli, me niet aardig vond. Maar het is altijd leuker om hier in Turijn met zon te zijn dan in Düsseldorf in de regen.''

Stoïcijns

Ook op de `Lof der zotheid'-avond, het hoogtepunt van het Nederlands-Vlaamse programma op de Turijnse boekenbeurs, trekt Mulisch geen publiek. Integendeel, tijdens zijn lezing van het tweede hoofdstuk van Siegfried (in het Engels, met Italiaanse achtergrondprojectie) loopt ten minste de helft van de 400 toehoorders – waarschijnlijk afgekomen op de Italiaanse deelnemers aan het programma – de zaal uit. Mulisch blijft stoïcijns; hij weet dat het volgend jaar allemaal heel anders kan zijn. Dan verschijnen bij Rizzoli kort na elkaar zijn magnum opus La scoperta del cielo en zijn twee recente romans La procedura en Siegfried. Een publiciteitsdame van de gerenommeerde Milanese uitgeverij probeert op de beurs al zoveel mogelijk mensen een folder over `de grootste Hollandse schrijver van onze tijd' in handen te stoppen.

Groot publiek succes is op de Fiera del Libro eigenlijk alleen weggelegd voor Lulu Wang, die na 35 duizend verkochte exemplaren van de vertaling van Het lelietheater nu de Italiaanse markt hoopt te bestormen met de vertaling van haar in Nederland neergesabelde novelle Het witte feest (1999). `La cinese volante', zoals ze met een variatie op De Vliegende Hollander in de krant l'Unità wordt genoemd, vertelt tegenover 150 toehoorders hoe ze ,,een nieuwe taal tussen Nederlands en Chinees'' heeft geschapen, en hoeveel moeite de Nederlanders hebben om haar te plaatsen: ,,Het maakt me niet uit in welk vakje de mensen mij stoppen; ik ben gewoon Lulu.'' Na haar openbare interview wordt ze als een echte ster ingesloten door handtekeningenjagers en tv- en radiojournalisten.

Ironisch genoeg is Wang de enige Nederlandse auteur die niet in Turijn is op uitnodiging van de Stichting Frankfurter Buchmesse. Tot haar grote frustratie, of zoals ze zelf zegt, verdriet: ,,Ik ben de enige auteur met een bestseller in Italië en heb voor Il teatro delle ninfee zelfs de belangrijke Nonino-prijs gewonnen. Maar ik ben hier op persoonlijke invitatie van mijn uitgever; de organisatoren van het Nederlandse programma wilden mij niet mee omdat ik geen Nederlandse schrijver zou zijn. Heel pijnlijk. Hoelang moet ik nog in Nederland wonen voordat ik niet meer gediscrimineerd word om mijn zwarte haar?''

In de beurskraam van het Literair Produktiefonds, de instantie die de Nederlandse vertegenwoordigers voor Torino 2001 heeft geselecteerd, zegt Rudi Wester dat er geen sprake is geweest van discriminatie: ,,Net als bij de subsidiëring van vertalingen zijn we bij de selectie uitgegaan van literaire kwaliteit. Volgens ons is het werk van Wang beneden de maat; en noch de Premio Nonino noch de positieve recensies in Amerika hebben ons op andere gedachten gebracht. Toevallig weet ik dat aan de Amerikaanse vertaling van Het lelietheater een jaar lang gesleuteld is; ik sluit niet uit dat het in het Engels en Italiaans een ander en beter boek is geworden, maar wij baseren ons oordeel op de Nederlandse editie. Overigens liggen de Italiaanse vertalingen van Lulu Wang hier wel gewoon op de verkooptafel in onze stand.''

Wester is gewend aan relletjes rondom de literaire campagnes van de SFB. Tijdens Frankfurt '93 vlogen de Nederlandse en de Surinaamse delegatieleden elkaar in de haren, in Göteborg ruziede Tom Lanoye met de Vlaamse co-voorzitter van de SFB, en bij alle beursbezoeken speelde de tegenstelling Vlaanderen-Nederland op. Ook nu valt er wel wat te vitten op de Zuiderburen. Zo is de stand niet zo spectaculair als twee jaar geleden (Wester: ,,Het was dit keer de beurt van de Vlaamse ontwerpers'') en getuigt het Vlaamse overzichtsartikel in het gul verspreide promotieboekje van een eigenzinnige visie op de naoorlogse literatuur (Wester: ,,te veel nadruk op het experiment, dus de in Italië heel populaire Hella Haasse komt er helemaal niet in voor''). Maar verder is het pais en vree binnen de SFB. Kritiek heeft Wester vooral op het Nederlandse ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dat niet op tijd over de brug kwam met haar helft van het budget voor Turijn 2001. ,,Toen de vier ton eindelijk kwam, was het te laat om onze traditionele gala-voorleesavonden sjiek aan te kleden en onder te brengen in een theater in de stad.''

Offensief

De voorbereidingen voor het Nederlandstalige offensief op de Fiera begonnen twee jaar geleden met een verzoek aan de beursdirectie om gastland te mogen worden. Wester: ,,Het begrip `gastland' was in Turijn onbekend, maar de beurs wilde graag internationaler worden, en zo werden wij de eerste ospite d'onore.,,Vervolgens werden in 1999 op Frankfurter Buchmesse Italiaanse uitgevers door middel van vertaalsubsidies gestimuleerd om Nederlandse boeken te laten verschijnen. ,,Niet alles is op tijd afgekomen,'' zegt Wester, ,,maar er worden op de beurs in elk geval romans van Renate Dorrestein, Anna Enquist, Rosita Steenbeek en Kader Abdolah gepresenteerd. Het had veel meer kunnen zijn als de Vlaamse tegenhanger van het Produktiefonds niet zo onderbezet was geweest. Van de tien Vlaamse auteurs die hier in Turijn zijn, is alleen de jeugdboekenschrijver Bart Moeyaert recent vertaald.''

Een andere manier om aandacht te genereren voor de Nederlandstalige literatuur is het bewerken van Italiaanse journalisten. Literaire critici van vooraanstaande media werden afgelopen najaar uitgenodigd voor een bezoek aan Nederland en Vlaanderen, waar ze behalve ,,gefêteerd'' (Wester) ook geïnformeerd werden over de literatuur. Het leverde een zestal grotere stukken in de Italiaanse kranten van de afgelopen maanden op, en ook de medewerking van de journalisten bij het modereren van de auteurs op de beurs. Bovendien kon de Nederlands-Vlaamse delegatie ervan uit gaan dat ook tijdens de Fiera de `letteratura nederlandese' in de kranten en op de radio belicht zou worden.

Alessandra Orsi, critica voor La Stampa en programmamaakster bij de Rai-radio, was een van de journalisten die door het Produktiefonds werd uitgenodigd. Als germaniste kende ze Nooteboom uit Duitse vertalingen, maar nu ze ook Mulisch, Grunberg, Claus en Moeyaert heeft gelezen, is haar beeld van de literatuur in het Nederlands aan het veranderen. ,,De gemiddelde Italiaanse lezer denkt dat jullie literatuur ongeveer hetzelfde is als die uit Scandinavië: somber, droevig en vol ongelukkige mensen. De belangrijkste reden daarvoor is dat de vertalingen van Nooteboom, Haasse en Eric de Kuyper uitkwamen bij Iperborea, een uitgeverij die gespecialiseerd is in literatuur uit het Hoge Noorden. Met Claus, vorig jaar winnaar van de Premio Nonino voor La sofferenza del Belgio, en Grunberg, Amerikaans met een vleugje Europa, krijgt de literatuur uit Holland en België een nieuw imago. German is holocaust, Swedish is boring, French is philosophical, Dutch is weird.''

In de stand van Iperborea (`noordenwind') hangen inderdaad posters van Nooteboom en De Kuyper naast Scandinavische bestsellers als Arto Paasilinna en Björn Larsson. De uitgeverij, bekend om zijn langwerpige vormgegeven boeken (`i long seller di Iperborea'), kwam in 1991 met haar eerste Nederlandse boek, Nootebooms Lied van schijn en wezen, waarvan tot op heden tienduizend exemplaren werden verkocht. ,,Wij houden van psychologische literatuur,'' zegt een pr-vrouw; ,,maar de reden dat we Nooteboom en Haasse uitgeven is gewoon omdat het grote Europese literatuur is.'' Op de verkooptafels van de uitgeverij liggen trouwens tussen het dozijn Nederlandse vertalingen ook verrassende titels als Schiuma e cenere van J.J.Slauerhoff en Formaggio olandese van Willem Elsschot.

,,Italianen houden van klassieke boeken,'' analyseert Rudi Wester; ,,ook uit de buitenlandse literatuur. Dit is het enige land waar een vertaling van Bredero's Groot Lied-boeck is uitgegeven; Vondel en Multatuli zijn hier vertaald en onlangs heeft literair agente Laura Susijn A. Alberts ondergebracht bij Adelphi, de prestigieuze uitgeverij van Roberto Calasso. Tegelijkertijd is Italië een vreemde markt: ze vertalen veel, maar lezen weinig; een kleine elite koopt boeken en houdt de verscheidenheid in de boekhandel in stand. Iedereen hier maakt zich zorgen over de ontlezing, en roept hoe slecht het literatuuronderwijs op middelbare scholen is. Alles is gericht op geschiedenis en theorie. Een uitgever bij Mondadori vertelde me dat het kinderen op sommige scholen wordt verboden om Harry Potter te lezen. Zo maak je kinderen de literatuur wel tegen.''

Wester klaagt ook over de `onzekerheid' van de Italiaanse uitgevers, en over hun soms `provinciaalse' instelling. ,,Als een boek niet loopt, laten ze onmiddellijk de auteur vallen. Dat gebeurde met Connie Palmen, van wie De wetten alleen in Italië niks is geworden, en het dreigt ook te gebeuren met Margriet de Moor, na de teleurstellende verkopen van Il virtuoso. Om zich in te dekken tegen risico's, en om de lezer houvast te bieden, brachten uitgevers in de afgelopen jaren hun vertaalde boeken bij voorkeur uit in series. Maar neem Tim Krabbé, die wil terecht liever niet dat zijn romans alleen maar tussen de literaire thrillers zitten.''

Scout

Maar er daagt hoop. In de afgelopen jaren werden tal van schrijvers op hun eigen merites ondergebracht bij grote uitgeverijen: Anna Enquist en H.M. van den Brink bij Marsilio, Grunberg en Helga Ruebsamen bij Mondadori, Giphart en Glastra van Loon bij Fazi. Het Nederlandse gastlandschap op de Fiera heeft daar volgens Wester zeker bij geholpen, maar soms is het gewoon een kwestie van toeval of goede contacten die niet via het Produktiefonds lopen. Zo meldt Mulisch' Nederlandse uitgever Robert Ammerlaan dat de aanstaande uitgave van ,,Harry's trilogie'' te danken is aan ,,een vriendje bij Rizzoli'' die hij kent omdat ze dezelfde literaire scout in New York hebben.

De terugkerende vraag bij de buitenlandse offensieven van de SFB is natuurlijk of ze de moeite (en hun geld) waard zijn. Wester onderstreept dat de gewenste effecten van Turijn 2001 – meer vertalingen, meer respect voor de Nederlandstalige literatuur – pas over een tijdje merkbaar zullen zijn, net als bij Frankfurt '93 en bij Londen '99.

Vooralsnog kan ze wijzen op flink wat publiciteit in de verslaggeving vanaf de Fiera: een interview met Claus in Il secolo XIX, een paginagroot gesprek met Lulu Wang in l'Unità, een mini-interview met Mulisch in de Corriere della sera (met als laatste woord `paradosso'), een enthousiaste recensie van Het meesterstuk van Enquist in Il sole 24 ore, en verzamelstukken in La Stampa en Il giornale del Piemontese.

In deze laatste krant wordt onder een foto van Kinderdijk de Nederlandse en Vlaamse literatuur beschreven als een `grote ijsberg' waarvan, jawel, alleen het topje voor de Italianen zichtbaar is. De auteur vraagt zich vervolgens af `in hoeverre de grote Torinese kermis ervoor zal zorgen dat wij gaan houden van de waargebeurde of verzonnen verhalen uit de koude streken van het noorden.' Voor Tom Lanoye, aanwezig in Turijn zonder dat er een boek of toneelstuk van hem in het Italiaans vertaald is, is dat geen vraag. ,,Dit soort initiatieven werkt volgens de spermatozoïdenmethode. Je schiet met heel veel, en dan blijft er altijd wel iets hangen.''