Exit Köhler

DE OOGVERBLINDENDE regenboogcoalitie van PvdA, VVD, GroenLinks en D66 in Amsterdam is dood. Het vierpartijen-college heeft eigenlijk nooit geleefd. Vanaf het begin heeft de coalitie geworsteld met een weeffout. Omdat de PvdA drie jaar geleden niet durfde te kiezen voor VVD óf GroenLinks en deze twee partijen op hun beurt de bestuursverantwoordelijkheid niet wilden mislopen, is de coalitie er nimmer in geslaagd uit haar spagaat rechtop te springen. Weliswaar had het college sinds 1998 een comfortabele meerderheid van 35 zetels, maar van eenheid is amper sprake geweest. Hoe kon het ook anders? Een centrum-rechts-linkse coalitie lijkt op het type `afspiegelingscollege' dat tot de jaren zeventig gebruikelijk was. Maar zo'n breed bestuur heeft alleen kans als de partijen hun politieke posities met de mantel der liefde bedekken. Dat nu was te veel gevraagd. De vraag was hooguit welke partij een breuk zou forceren. Het antwoord is thans bekend: GroenLinks.

Aanleiding voor de crisis was het beleid van wethouder Köhler (GroenLinks), die er niet in slaagde orde op zaken te stellen bij de zwalkende Sociale Dienst. Alleen al het feit dat in Amsterdam circa 50.000 uitkeringsgerechtigden rondlopen – die niet aan het wèl aanwezige werk kunnen worden geholpen – is een politiek schandaal. Om deze vicieuze cirkel te doorbreken wilden PvdA, VVD en D66 de begeleiding van de helft van de merendeels langdurig werklozen uitbesteden aan derden en dus uit handen van de sociale dienst nemen. GroenLinks zag zijn kans schoon hiervan een ideologisch meningsverschil te maken. De `regietaak' van de dienst is volgens deze partij een publieke opdracht waaraan niet getornd mag worden. Voor dit standpunt zou iets te zeggen zijn, als wethouder Köhler het daadwerkelijk had gerealiseerd. Daarover zijn de afgelopen jaren echter terecht twijfels gerezen. Deze hebben intussen geleid tot strafkortingen vanuit Den Haag en een interventie van minister Vermeend.

DE RESTERENDE collegepartijen moeten nu niet gaan schuiven en zeker niet proberen de opengevallen posten op te vullen met nieuwe mensen. Het college was met acht wethouders al te groot. Volgend jaar wordt er ook nog eens een deelraad in de binnenstad gekozen, waardoor B en W van de zogeheten `centrale stad' kan worden teruggebracht tot maximaal vijf wethouders. Bovendien laten de posten die de twee GroenLinks'ers achterlaten zich eenvoudig verdelen. Wethouder Grondel heeft nooit veel om handen gehad. Köhler beheerde wel een aantal cruciale portefeuilles, zoals de sociale dienst, de aanleg van een metrolijn en het taxidossier. Het eerste dossier kan worden overgenomen door de PvdA'er Van der Aa, die de sociale dienst tot 1998 al bestuurde en hem toen om raadselachtige redenen overdroeg. De Noordzuid-lijn is een financieel probleem en moet VVD-wethouder Dales van Financiën tot een goed einde brengen. En de taxioorlog, dé metafoor voor de hoofdstedelijke bestuurscultuur, is een openbare orde-kwestie waarvoor burgemeester Cohen verantwoordelijk is.

Over de val van de regenboogcoalitie hoeft niemand een traan te laten. Het is nu aan PvdA, VVD en D66 te tonen dat ze wel degelijk politiek kunnen besturen.