Een orkest is zo goed als dirigent Vonk zich voelt

Het Nederlands Philharmonisch Orkest gaat na vijftien jaar andere tijden tegemoet. Chef-dirigent Hartmut Haenchen vertrekt, als de Tweede Kamer de bezuinigingen van staatssecretaris Van der Ploeg niet ongedaan maakt, en daar ziet het niet naar uit. Het orkest heeft zich er al bij voorbaat bij neergelegd.

Toch is er alle reden voor publiek misbaar, want het vertrek van de alom zeer gerespecteerde Haenchen is een verlies. En het Nederlands Kamerorkest, een onderdeel van de grote organisatie, gaat de helft minder concerteren en de twee zalen in de eigen Beurs van Berlage worden niet meer bespeeld. En dat allemaal om per jaar anderhalf miljoen te besparen, een bedrag dat het kabelbedrijf UPC in één ochtend aan verlies maakt, zonder te klagen.

Deze week stond Hans Vonk voor het Nederlands Philharmonisch Orkest, een gastdirigent van een niveau dat helaas bij dit orkest te zelden wordt gehaald. Juist ambitieuze en grote gastdirigenten geven extra glans aan een orkest. Maar die zijn er eigenlijk nooit bij het Nederlands Philharmonisch Orkest, dat sinds mensenheugenis een kennelijk onverbrekelijke verbintenis heeft met Ken-Ichiro Kobayashi, een dirigent van zó weinig belang dat hij al jaren door de muziekkritiek wordt genegeerd.

Vonk, die wel vaker voor het Nederlands Philharmonisch Orkest staat, is een van de weinigen die kunnen laten horen waartoe het orkest echt in staat is zónder Haenchen ervoor. Zijn ervaring is enorm: hij is tien jaar chef bij de Nederlandse Opera, tien jaar chef in Den Haag, verder chef in Dresden en Keulen en nu in Saint Louis. Het Franse programma was ook fraai gekozen, met de furore makende Janine Jansen als soliste in het Derde vioolconcert van Saint-Saëns, gevolgd door Berlioz' Symphonie fantastique.

Janine Jansen speelt vanaf het eerste moment prachtig en met een verbluffende zekerheid. Men weet: dat wordt heerlijk genieten. Ze maakt het waar met donkerzwoele fluwelen lage tonen èn met helder sprankelende hoge noten, altijd met zwier gebracht, elegant, muzikantesk en ook nog virtuoos. Hoogtepunt was hier de ogenschijnlijke eenvoud van het langzame landelijke tweede deel, licht en etherisch. Vonk was hier een uitstekende begeleider, die het orkest met summiere aanwijzingen bijna als vanzelf laat spelen en het, anders dan de soms erg strenge Haenchen, vrij laat om een zo mooi mogelijke klank te realiseren.

Vonk zei zondag op de tv dat een dirigent zich niet moet verliezen in details, maar vooral het geheel moet presenteren. Hij bekommerde zich in de goed gespeelde Symphonie fantastique inderdaad niet erg om de kleinigheden, waar wat meer detaillistisch raffinement toch aansprekender zou zijn. Maar Berlioz' stoutmoedige contouren werden ook niet altijd op zijn scherpst belicht. Un bal kan wervelender walsen, de twee slotdelen kunnen nog demonischer, maar de Scène aux champs was buitengewoon prachtig van sfeer.

Vonk was maandag ook niet helemaal in vorm, hij had last van een been, kon voor de pauze soms nauwelijks lopen en dirigeerde Berlioz zittend. De oude stelling is dat een orkest zo goed is als de dirigent is. Het nieuws van dit concert was dat een orkest zo goed is als de dirigent zich voelt.

Concert: Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Hans Vonk m.m.v. Janine Jansen, viool. Gehoord: 21/5 Concertgebouw Amsterdam.