Een grote beurt

Op vakantie komt men tot zichzelf. Op het land, ter zee of in de lucht, ieder zijn meug, iedereen neemt zichzelf mee en de vakantie is een uitgelezen mogelijkheid om een tienduizend kilometerbeurt te ondergaan, het jaarlijkse groot onderhoud. Ook daarin bieden onderkasttitels steun. Natuurlijk is er de in de jaren vijftig verschenen Blue Band-encyclopedie Ik weet het, een naslagwerk voor jongens uit de jaren vijftig. Goed voor het zelfvertrouwen, dit naslagwerk. Toch is de kloof tussen de kennis van toen en toestand van nu zodanig, dat men niet helemaal aan zichzelf toekomt. Hetzelfde geldt voor Dr. W. Luypens De psychologie van de verveling (1927) of Zóó is de mensch, Dr. J. de Roecks `analytische studie op anatomo-physiologische basis van de grondvormen der persoonlijkheid' uit 1946.

Gelukkig verscheen nu van Alon Gratch Ph. D. het sociaal-psychologische studieboek Als mannen konden praten dan zouden ze dit zeggen. De titel is dan ook ironisch bedoeld, mannen kunnen – ondanks het vrouwelijk vooroordeel hieromtrent – niet alleen praten, ze huilen ook vaker dan men denkt en zijn net zo vaak onzeker over hun mannelijkheid als vrouwen over vrouwelijkheid — en zelfvertrouwen, of het gebrek hieraan, is beslist een punt. We hebben duidelijk te maken met een doe-boek uit de Amerikaanse school. Gratch is klinisch psycholoog met twintig tropenjaren in zijn cv, en naast de verplichte seminars en lezingen om de schoorsteen brandende te houden schrijft hij voor The New York Times voor het brood op tafel. Als mannen konden praten biedt dan ook raadgevingen en inzichten die zowel goed doorvoed, warm, als ervaren zijn.

We zitten aan een Grieks strand.

De zon brandt in een ploertende hemel, en wij houden niet van de zon. Naast ons vrouw en kinderen, die op de barbecue van een keienstrand te schroeien liggen. We zweten, kijken op het horloge, en vragen ons af wat we deze wachttijd eens tegen hen zullen zeggen. `Geef de uv-filter even door' hebben we al gehad. We pakken Alon Gratch uit de badtas en slaan de inhoudsopgave op. We zien subtitels van de hoofdstukken, als `mannen zijn moeilijk', `mannen huilen niet', `ik weet niet wat ik voel', `ik zal je eens laten zien wie de baas is'.

`Ik ben nu toch in een interessant boek bezig, schat,' zeg je alvast tegen je vrouw. Ze draait zich loom naar je om.

`Heb je schaduw genoeg, liefje?' vraagt ze. `Staat je parasol wel goed? Zit je vouwstoeltje lekker? Sorry, ik was even in slaap gedoezeld.'

`Ik lees iets interessants,' zeg je nogmaals, en lepelt voor de tweede keer het rijtje op, beginnend met `mannen zijn moeilijk'. De subtitels `ik ben zo'n loser' en `ik wil nu seks' laat je weg.

Met tegenzin wordt één ooglid opgelicht.

`Nou, dat klopt wel,' zegt ze. `Hoor je het ook eens van iemand anders, ik zeg het al jaren.'

Je barst onmiddellijk in snikken uit.

`Ik vind het zelf ook heel moeilijk, hoor!'

`Zo,' zegt ze. `Ik zie dat je jezelf eindelijk ontspant. Het begint los te komen, je had het al te lang opgekropt.'

`Ik voel me genegeerd aan dit strand,' zeg je dan. `Jullie vinden het heerlijk hier, maar ik dan? Ik wou dat je me zag zitten, dat je me hoort, voelt. Dat je me aanraakt.'

`Mag ik misschien genieten van de zon? Begin je weer?'

Ze draait haar bruine rug naar je toe. Je denkt aan de Blue Band-encyclopedie, ook aan Zóó is de mensch, je ziet vanaf je strandstoel dat iedereen plat ligt en denkt, een Gratch-subtitel indachtig:

`Ik ben het zat altijd aan de top te zitten'.

Het snikken houdt maar niet op, tot de Griekse zonsondergang weer prachtig is, je de van het aangezicht gespoelde zonnebril tussen de betraande keien terugvindt, de handdoeken worden opgerold en na een welbestede dag de thuisreis naar een zinderend appartement wordt aanvaard.

De avond valt. Kinderen naar bed, we genieten van de avondlucht.

`Wat ik zeggen wou.'

Ze rekt zich uit.

`Heerlijke dag gehad, jij ook?'

`Ik ben een loser,' zeg je.

Geen reactie. Je probeert het nog eens.

`Ik wil nu seks.'

`Ik ook,' zegt ze. `De zon heeft me helemaal warm gemaakt.'

Nog één poging.

`Ik ben het zat om altijd aan de top te zitten.'

`Okee,' zegt ze meteen. `Dan ga ik boven.'

Mannen en vrouwen verschillen helemaal niet zo veel van elkaar, zegt Alon Gratch in zijn doe-boek. Ze weten dat alleen niet. Als mannen konden praten brengt je om te beginnen in de oliekelder van de intergeslachtelijke, grote beurt. Volg langdurige introspectie. Ideale vakantielectuur.

Alon Gratch: Als mannen konden praten dan zouden ze dit zeggen. Het Spectrum, 336 blz. ƒ36,50

    • Atte Jongstra