De verdamping van Paars

Met het akkoord over de hoofdlijnen van de begroting voor 2002 lijkt het steeds waarschijnlijker dat het tweede kabinet-Kok de wettelijke termijn gewoon uitdient. Dit zou betekenen dat minister-president Kok een unieke prestatie levert. Sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1917 is het namelijk niet eerder voorgekomen dat een kabinet in zelfde samenstelling twee volle periodes is blijven zitten. De puriteinen zouden nog kunnen zeggen dat het tweede kabinet-Kok met de nacht van Wiegel en de ontslagaanvrage daarop, twee jaar geleden, wel degelijk een crisis heeft gekend en dat er dus eigenlijk sprake is van een derde kabinet-Kok. Maar die crisis was toch vooral een gevolg van een door niemand in de coalitie voorzien en gewild incident van buiten (Wiegel) en kon zodoende vrij snel worden geplooid.

Coalities hebben tot nu toe nooit achter elkaar volgende zittingstermijnen in zelfde samenstelling kunnen volmaken, omdat men in de tweede periode altijd op elkaar uitgekeken raakte. Heel duidelijk was dit het geval in 1989 ten tijde van het tweede kabinet-Lubbers, toen CDA en VVD al zeven jaar achtereen met elkaar regeerden. Het kabinet struikelde over het door niemand begrepen probleem rond het reiskostenforfait, maar dat toch niet zeer principiële punt diende dan ook slechts als alibi. Beide partijen waren gewoonweg op elkaar uitgekeken. Anders gezegd: als het reiskostenforfait er niet was geweest, zou het tweede kabinet-Lubbers wel ergens anders over zijn gevallen.

Daar kwam nog bij dat, afgezien van de partijpolitieke scheidslijn, ook de ministers uit dat kabinet op elkaar waren uitgekeken. Het tweede kabinet-Lubbers verschilde qua personele samenstelling weinig van het eerste en dat wreekte zich. Als in de ministerraad de bewindslieden elkaars argumentatie kunnen dromen is de noodzakelijke teamgeest snel verdwenen, om plaats te maken voor irritatie. Niet voor niets zijn in het tweede paarse kabinet-Kok veel ministers van post gewisseld. Het is een van de beste manieren om de spreekwoordelijke `metaalmoeheid' te voorkomen.

Als het kabinet tot de reguliere verkiezingen van mei volgend jaar blijft zitten, dient zich wel een ander probleem aan. Want hoe kan er zonder breuk overtuigend van coalitiepartner worden gewisseld? De parlementaire historie laat zien dat politieke partnerruil altijd volgde op knallende ruzie in de bestaande coalitie. Van ruzie binnen paars is geen sprake, toch is een voortzetting van de coalitie in tegenstelling tot 1998 voor veel politici van PvdA, VVD en D66 helemaal geen vanzelfsprekendheid.

Misschien is dat wel het kenmerkende van paars. De coalitie is dermate apolitiek dat men zelfs geen politiek conflict kan formuleren. In het verleden vielen coalities als gevolg van politieke tegenstellingen uit elkaar, maar de paarse coalitie verdampt gewoonweg. Het vuur is er uit, doch een breuk forceren durft niemand.

En zodoende is nu dus de vreemde situatie ontstaan dat terwijl het kabinet nog een heel jaar te gaan heeft, vooral van de kant van de PvdA, de grootste coalitiepartner, volop wordt gespeculeerd over een toekomstige coalitie zonder VVD. Van de huidige Tweede-Kamerfractie van de PvdA vindt de helft dat paars niet moet worden voortgezet, zo bleek eerder dit jaar uit een enquête. Vroeger zou een dergelijk signaal een bom onder een coalitie hebben gelegd. In het huidige politieke tijdsgewricht wordt zo'n vooraankondiging van contractbeëindiging slechts als mededeling genoteerd.

Op de `Forum-pagina' van de Volkskrant van afgelopen maandag hield PvdA vice-fractievoorzitter Adri Duivesteijn samen met zijn collega-Kamerlid Jet Bussemaker een pleidooi voor het formuleren van een progressieve agenda. ,,Wie, zoals wij, volgend jaar graag een kabinet op progressieve grondslag ziet, moet daar nu werk van maken'', aldus Duivesteijn en Bussemaker. Kan het nog cynischer? Wat zij in feite zeggen is dat eerst nog een jaar paars moet worden doorstaan, maar dat het daarna beter wordt. Het is arrogantie en beginselloosheid, tegelijk. Als delen van de PvdA werkelijk menen dat het paarse recept is uitgewerkt, moeten ze er direct mee stoppen.

Al eerder, in een bijdrage in het blad Socialisme & Democratie van vorig jaar, heeft dezelfde Duivesteijn toegegeven dat paars niet anders is dan een uitruil van wensen en doelen van PvdA en VVD. Hij moest er niet aan denken dat de politiek op termijn zou verschralen tot `zaken doen'. ,,De politiek zou hierdoor vooral een ideologische leegte gaan vertegenwoordigen, terwijl er in de samenleving wel degelijk tal van oude en nieuwe vragen spelen die beter en effectiever kunnen worden beantwoord vanuit een breed gedragen samenhangende visie'', aldus de toen ook al tweede man van de PvdA-fractie.

Op zijn analyse valt weinig af te dingen, maar het blijft een oefening in vrijblijvendheid als daden vervolgens uitblijven.

Paars is uitgewerkt, dat is inmiddels wel duidelijk. Zelfs de architect van destijds, D66, gelooft er niet echt meer in, getuige de woorden van fractievoorzitter De Graaf op het congres van zijn partij twee weken geleden. Nota bene sprekend in de verleden tijd zei hij: ,,Paars was soms, als het er op aankwam, niet een nieuw politiek elan, maar een gewoon gevecht tussen conservatieve vrijemarktdenkers en pure etatisten die de macht van de overheid vooropstellen.''

Als dat de conclusie is, is het experiment van Hans van Mierlo dus mislukt. Hij had het in de prepaarse periode altijd over ,,valse tegenstellingen'' die konden worden opgeheven als PvdA en VVD elkaar niet langer uitsloten. De tegenstellingen zijn niet ongedaan gemaakt, maar tijdelijk weggemoffeld. Het land is er overigens niet slechter van geworden, als de resultatenlijst van de kabinetten-Kok er naast wordt gelegd. Maar dat is dan ook juist het probleem. Politici die eigenlijk niet meer in hun coalitie geloven kunnen wel terugkijken op een succesvolle coalitie. Leg dat maar eens uit. Het is niet verwonderlijk dat de confrontatie met de kiezer zo lang mogelijk wordt uitgesteld.