De mier

Er was eens een mier,

die mier dronk bier.

Toen werd hij ziek,

dus geen gymnastiek.

De volgende nacht was het volle maan,

zal hij naar buiten gaan?

De volgende ochtend

In de mand lag een krant.

Zo vroeg al?

De postbode zat zeker in de val.

Hij was niet ziek meer,

at een peer en dronk alweer.

(Eigen gedicht, Lars Vogels, 8, Amsterdam)