Dat land van monsters

De schrijver Umberto Eco stelt vast dat misvattingen kunnen leiden tot onverwachte waarheden.

Negen uur 's morgens - zelfs de welbespraakte, erudiete Umberto Eco heeft op dit vroege tijdstip moeite om volzinnen van zijn lippen te laten rollen. ,,Ik heb een vreselijk dichtgemetseld programma', klaagt hij met krakende stem. Manmoedig drinkt hij zijn kopje koffie en steekt een volgende sigaret op. Heeft zijn vermoeidheid misschien ook te maken met de verkiezingsoverwinning van Berlusconi enkele dagen geleden? Eco heeft immers niet geschroomd het Italiaanse volk te waarschuwen voor een dergelijke, demagogische, onbetrouwbare leider? ,,Ja', zucht Eco, ,,ik heb me er twee maanden intensief mee bezig gehouden, twee harde, verdrietige maanden. Nu moet ik kalm blijven, de beslissing van de meerderheid accepteren. Dat lijkt me correct in een democratisch land.'

Eco is in Nederland ter gelegenheid van de presentatie van de Nederlandse vertaling van Baudolino, zijn vierde, vuistdikke roman, waar je in zekere zin ook een politiek commentaar in zou kunnen lezen. Eén van de veertig hoofdstukken waarin Baudolino, avonturier en aangenomen zoon van Keizer Frederik Barbarossa, zijn levensverhaal vertelt, is getiteld `Baudolino bij de slag om Legnano'. Bij die veldslag in 1176 werd de Duitse Keizer verslagen door de Lombardische Liga van Italiaanse steden, die hun onafhankelijkheid met hand en tand verdedigden. Hun leider was Alberto da Giussano, het huidige symbool van de separatistische Liga Noord. Toeval? Eco: ,,Ach, ik kan er ook niets aan doen dat de Liga Noord een historische periode als symbool heeft genomen. Je moet dat ook niet zo letterlijk nemen, anders zou in Italië een man van rechts geen olijven meer kunnen eten: de olijf is immers het symbool van links! Al denkend over die periode uit onze geschiedenis, de twaalfde eeuw, besefte ik dat mij die periode van jongs af aan was voorgeschoteld als een tijd waarin de grote Italiaanse steden in grote onderlinge saamhorigheid vochten tegen de Duitse keizer. Maar als je documenten uit die tijd bekijkt, is dat helemaal niet zo. De steden waren juist erg verdeeld en gebruikten hem om elkaar kapot te maken. Dat is interessant, vertelt ons iets belangrijks, ook over de huidige Italiaanse politiek. Die lui van de Liga Noord hebben zo maar een symbool gekozen, zonder iets van geschiedenis te weten. Kun je zulke mensen hun onwetendheid verwijten?'

Het is bitter sarcasme, uit de mond van de hoogleraar Semiologie aan de Universiteit van Bologna, die vele wetenschappelijke studies publiceerde over de theorie van de semiotiek, over de macht van de taal en de rol van de lezer; die reeksen eredoctoraten ontving en evenzovele gastprofessoraten vervulde. Op zijn romans, De naam van de roos (1980), De slinger van Foucault (1988) en Het eiland van de vorige dag (1994), die hem wereldfaam bezorgden, is bij uitstek de term erudiet van toepassing - al mompelt Eco al rokend nog zo dat zijn hoofd leeg is en al zijn kennis in zijn boeken zit.

Baudolino is, wederom, een meesterlijke roman, met een verrukkelijk eigengereide, leugenachtige en ondernemende hoofdpersoon. Een talenwonder dankzij wie Eco een adembenemend kleurrijk beeld schetst van het Europa in de twaalfde eeuw. Geschiedenis, filosofie, natuurkunde, astronomie, geografie, klassieken uit de wereldliteratuur - Eco geeft ze allemaal een plaats in zijn architectonisch geconstrueerde spel met waarheid en fictie. Wat een schrijfplezier spreekt er uit het boek! Eco: ,,Die picareske toon, die populaire stijl moest ik wel aannemen vanwege het personage, een boerenzoon. De naam van de roos speelde zich af in een abdij: daar moest ik een theologische stijl hanteren. Hier moest het klinken als een gesprek tussen studenten. Ik had James Joyce's stijl uit Portrait of an artist as a young man voor ogen - die studenten slaan gekscherend allerlei lasterpraat uit op het gebied van theologie of geometrie, willen bijvoorbeeld de theorema's van Euclides op de billen van de Venus van Milo tekenen. Toen ik eenmaal die toon had, dat ritme van dialoog en grap, volgden de avonturen elkaar vanzelf op. Toen begon het schrijfplezier.'

IJszee

Twee steden spelen in Baudolino een hoofdrol: Constantinopel (het huidige Istanbul) en Alessandria, de geboorteplaats van Eco in Piëmonte. ,,Ik wilde al heel lang een verhaal vertellen dat zich in Constantinopel afspeelde. Ik was er tot dan toe nog nooit geweest, misschien was dat wel de reden. Toen ik de stad bezocht, raakte ik in haar ban. Ik ging op zoek naar een verhaal en vond de verovering van Constantinopel in 1204 [door de kruisvaarders van de Vierde Kruistocht, md]. Zo kwam ik terecht in de twaalfde eeuw. Een idee is als een zaadje; daarna neemt de geschiedenis mij bij de hand. Het eiland van de vorige dag bijvoorbeeld kwam voort uit mijn fascinatie voor de meridiaan en de tijdenverandering. Ik keek in de atlas, zag dat de meridiaan via de Noordelijke IJszee naar de Aleoeten ging, maar ja, wat voor verhaal kun je verzinnen in zo'n koud gebied waar niets gebeurt? Ik keek verder en zag dat hij ook door de Fiji eilanden heen liep - die werden door Abel Tasman ontdekt, er werden toen discussies gevoerd over de lengtematen van de aarde. Zo belandde ik in de zeventiende eeuw.'

De relatie tussen leugen en waarheid, tussen schijn en werkelijkheid is één van Eco's belangrijkste literaire thema's. Maar ook in zijn essays boog Eco zich over de vraag hoe onjuiste veronderstellingen de loop van de geschiedenis hebben veranderd, hoe misvattingen hebben geleid tot onverwachte waarheden. Baudolino `verwart wat hij ziet, met wat hij wil zien'. Wat hij zich verbeeldt, vertelt hij aan anderen, die er vervolgens in gaan geloven. Baudolino schrijft valse brieven die voor echt doorgaan, vervaardigt relieken die als echt worden beschouwd, verzint wonderen en heldendaden. Voor Baudolino is retorica `de kunst om wat niet waar is goed onder woorden te brengen' en moeten dichters `mooie leugens verzinnen'. Hoe ver gaat Eco in zijn retorische geschiedvervalsing? Bestaat er wel een eenduidige geschiedenis? Eco: ,,In Baudolino staan dingen die echt zijn gebeurd, laat daar geen misverstand over bestaan! De stad Alessandria is echt gebouwd, Keizer Barbarossa heeft echt gedaan wat hij in het boek doet, Constantinopel is echt vernietigd. Dat wil niet zeggen dat de geschiedenis teruggebracht kan worden tot een hoop teksten, maar dat veel teksten samen geschiedenis produceren. Stel, u bent christen en dus is het evangelie voor u een ware tekst, die geschiedenis heeft voortgebracht. U zult dan moeten erkennen dat de Koran niet de waarheid verkondigt. Maar ook die tekst heeft het gezicht van de wereld veranderd. Wat mij interesseert is hoe een tekst, onafhankelijk van haar objectieve waarheid, geschiedenis kan voortbrengen. Wij nemen aan dat de astronomie van Ptolemeus onwaar is, tenzij een toekomstige Einstein ons alsnog bewijst dat de aarde niet ronddraait. En toch heeft Columbus Amerika ontdekt in de veronderstelling dat Ptolemeus gelijk had. In het dagelijks leven hebben wij er een gewoonte van gemaakt uitspraken op hun waarheid of onwaarheid te beoordelen. Als de heer Prodi iets beweert, vragen wij ons af of dat wel juist is. Als u me zegt dat het regent, ga ik kijken of dat klopt.

,,Baudolino vervaardigt, grappig genoeg, zelf valse teksten, maar toch gelooft hij uiteindelijk in hun juistheid: Baudolino creërt zijn eigen utopie. Dat is erg middeleeuws, al zijn er tegenwoordig ook nogal wat politici die leugens verkondigen waar ze uiteindelijk zelf in geloven. In de Middeleeuwen bestond er een andere visie op het idee `literary correct'. Alle teksten behoorden tot het publieke domein, de notie van plagiaat bestond niet. Als men bepaalde ideeën interessant vond, nam men ze over. Een abdij die ervan overtuigd was dat een overleden baron haar land had vermaakt, zonder bijbehorende papieren achter te laten, vervaardigde dat document gewoon. Een historicus die, in kronieken, de glorie van zijn vorst wilde beschrijven, legde hem oude teksten van Tacitus in de mond - een procedure waarbij de kleine realiteit werd vervalst om de grote waarheid kracht bij te zetten.'

Eco zelf maakte gebruik van een veelheid aan literair materiaal: van de Alexanderroman tot Plinius, van Gullivers reizen tot Koning Arthur. Hoe ging hij om met zijn bronnen? ,,Ze zijn allemaal legendarisch', zegt Eco, ,,dus ik had de grootst mogelijke autonomie. Ik heb een erg leuk spel gespeeld. In al die bronnen komen ongelofelijk veel monsters voor - eenhoorns, één-benigen, schepsels zonder hoofd, saters, pygmeën - maar nooit wordt er iets gezegd over de psychologie of de fysiologie van zo'n monster. Ik heb me afgevraagd waar de éénbenige zijn penis heeft of wat een monster met zijn enorme oren doet als hij de liefde bedrijft. Ik wilde, met behulp van die legendarische bronnen, die monsters in hun dagelijks leven beschrijven, op een realistische manier.'

Dat land van monsters bereikt Baudolino na een reis van vele jaren naar het Oosten, in gezelschap van zijn vrienden, die hij tijdens zijn studententijd in Parijs heeft ontmoet. Zo is er de Dichter, die niet in staat is ook maar één vers te schrijven, maar door Baudolino van nieuwe poëtische aanvoer wordt voorzien; de in Syrië geboren Abdul die een hopeloze, onmogelijke liefde koestert voor een verre prinses; en Boron, vol van theorieën over de leegte. Toch valt, aan het einde van het boek, definitief het doek over de vriendschap. Eco: ,,Vindt u het boek geen ode aan de vriendschap? Dat treft me. Maar misschien heb ik onbewust wel een persoonlijke ervaring in het boek verwerkt. Meer dan twintig jaar geleden had ik een hechte groep intelligente studenten. Eén van hen werd op een avond vermoord - door wie of waarom is nooit ontdekt. De groep viel uit elkaar: twee van hen maakten hun studie niet af, een ander sloot zich aan bij een mystieke sekte, de volgende trok zich terug op een bergtop. Soms beleef je samen een tragedie en kun je elkaar daarna niet meer in de ogen kijken.'

Hoezeer Eco ook met de geschiedenis aan de haal is gegaan, aan het principe van de hoofse liefde heeft hij niet gesleuteld. Baudolino vereert op afstand, met grote passie, zijn Keizerin. Aan haar schrijft hij mooie, poëtische brieven, die hij, bij gebrek aan bevredigende retourpost, ook maar zelf beantwoordt. Zijn eerste vrouw sterft eenzaam in het kraambed. Eco (zelf veertig jaar getrouwd, `maar als ik niet zoveel reisde was ik allang gescheiden'): ,,Denis de Rougemont [Zwitsers twintigste-eeuws essayist, md] introduceerde in zijn boek L'amour et occident het begrip van de ongelukkige, onbereikbare liefde, bezongen door de troubadours. Abdul, in zijn liefde voor de onbekende prinses, was voor mij een mooi personage in een roman waarin iedereen een ongrijpbare werkelijkheid najaagt. Als jongen was ik op de middelbare school hopeloos verliefd op een meisje, voor wie ik gedichten schreef. Zij heeft het nooit geweten. Toen ik haar onlangs terug probeerde te vinden, bleek ze te zijn overleden. Lezers hebben altijd onmogelijke liefdes nodig: de verteller van Het eiland van de vorige dag droomt van zo'n vrouw en ook Jacopo Belbo in De slinger van Foucault kent de onbereikbare liefde.'

Baudolino daarentegen beleeft, onderweg naar het rijk van Priester Johannes, een mooie, zij het korte, liefde met de wijze, aan God gewijde Hypatia, half-vrouw half-geit. Eco: ,,Zij verleidt Baudolino met haar intelligentie, met een theoretische luciditeit die hem fascineert. Ze krijgt zelfs een kind van hem!'

In welk ver oord Baudolino ook belandt, hij is steeds na een dag in staat de taal te spreken van de mensen met wie hij verkeert. ,,Hij heeft de gave van de taal, net zoals de apostelen', aldus Eco, die veel publiceerde over de perfecte taal. ,,In de discussies over de universele taal, zie ik maar één mogelijkheid: die van de meertaligheid. In intellectuele, universitaire kring zie je het al gebeuren: de één spreekt Frans, de ander antwoordt in het Duits of Engels en toch begrijpt men elkaar. Stelt u zich eens voor, zo zou het over dertig jaar in heel Europa kunnen zijn. Studenten van verschillende nationaliteiten moeten veel reizen en onderling trouwen. Dan zal de leidende klasse van Europa, over een jaar of dertig, tweetalig zijn. Ik herinner me nog een reclameslogan die ik in dat kader tijdens een lezing voor het Collège de France op het bord schreef: `la plus speedy des pizzas!' Drie talen in één zin. Meertaligheid, dat is de enige weg naar een universele taal.'

Umberto Eco: Baudolino, Uitg. Bert Bakker, vertaald door Yond Boeke en Patty Krone. 473 blz., f55 (geb.ƒ75,-)