Crisis in Macedonië na overleg tussen Albanezen

De Macedonische regering van nationale eenheid verkeert in een diepe crisis na geheime besprekingen van de politieke leiders van de Albanese minderheid met de Albanese rebellen.

De president van Macedonië, Boris Trajkovski, heeft alle Albanese ministers in de regering opgeroepen de onderhandelingen met de rebellen te staken, ,,anders verliezen zij hun posten''.

Ook de Verenigde Staten en de Europese Unie hebben de besprekingen van de Albanese leiders Arben Xhaferi en Imer Imeri met de rebellen veroordeeld. Xhaferi en Imeri blijken een overeenkomst te hebben getekend met de voorman van het rebellenleger UÇK, Ali Ahmeti. De inhoud is niet bekendgemaakt, maar de rebellen zouden zich verplichten de wapens neer te leggen in ruil voor meer rechten voor de Albanese minderheid en amnestie voor de rebellen.

Het UÇK (Nationaal Bevrijdingsleger) voert sinds enige maanden strijd met het leger en de politie. Het zegt onder meer een verandering van de grondwet na te streven waarbij Albanezen gelijk worden gesteld aan Slavische Macedoniërs en eisen hoger onderwijs in de Albanese taal. De regering heeft steeds gezegd niet met `terroristen' te onderhandelen. Het akkoord is dan ook een slag in het gezicht van de fragiele regering van nationale eenheid, die twaalf dagen geleden werd ingesteld.

De leider van de (tot voor kort oppositionele) Albanese Partij voor Democratische Welvaart (PDP), Imer Imeri, heeft gezegd dat ,,de regering ons aanmoedigde ons om de rebellen te benaderen''. ,,We hebben het voor de vrede gedaan." Maar president Trajkovski heeft Imeri en Xhaferi opgeroepen afstand te nemen van het akkoord. Het is volgens de president uitgesloten dat de rebellen, in welke vorm dan ook, deel te nemen aan beslissingen die de toekomst van het land aangaan. De premier van Macedonië, Ljubco Georgievski, bestempelde het akkoord zelfs als ,,een oorlogsverklaring'' aan ,,de Macedoniërs''.

Naar verluidt is het akkoord tot stand gekomen met de hulp van de Balkan-gezant van de Organisatie voor Vrede en Samenwerking in Europa (OVSE), de Amerikaan Robert Frowick. Frowick was ook de man die een van de eisen van het UÇK, betreffende amnestie voor rebellen die de strijd staken, aan Skopje doorgaf. De Macedonische regering verklaarde hem gisteren tot persona non grata en riep hem op het land onmiddellijk te verlaten. De OVSE heeft zich inmiddels achter de kritiek van de Amerikanen en de Europeanen op de geheime besprekingen geschaard en heeft zo afstand genomen van haar eigen Balkan-gezant. Frowick zit daardoor in een `diplomatieke spagaat'. Hij heeft Macedonië inmiddels verlaten.

De gevechten in het noorden van Macedonië gaan ondertussen onverminderd door. Gisteren nam het leger een aantal dorpen onder vuur. Volgens de rebellen zijn daarbij zeven burgers gedood. In het dorp Vaksince zou het Macedonische leger huis-aan-huis gevechten hebben geleverd. Het moeilijk begaanbare gebied is afgesloten voor de buitenwereld.

In het zuiden van Servië, waar Albanese rebellen ook actief waren tot het eerder deze week de strijd staakte, trok het Joegoslavische leger gisteren het laatste deel van de bufferzone binnen die nog voor de strijdkrachten van Belgrado gesloten was. Deze bufferzone werd na de Kosovo-oorlog ingesteld door de NAVO. Zestien maanden geleden bezetten Albanese rebellen de zone om vanuit die comfortabele positie het Joegoslavische leger te bestrijden. In de sector schoten gisteren Joegoslavische soldaten een commandant van het Albanese rebellenleger, `commandant Lleshi', dood toen hij uit een bunker kwam. De Servische vice-premier Covic zei vandaag het incident ,,diep te betreuren''.