Bewaken identiteit en integratie kunnen beide

Het verwijt dat hij Marokkaanse jongeren zou hebben aangezet tot geweld tegen homo's is misplaatst en gezocht, zegt imam Khalil El Moumni. Accepteert Nederland het eigenlijk wel dat moslims ook mee willen doen aan relevante discussies over de ordening van de samenleving?

Nu vrijwel iedereen zijn zegje over mij heeft gedaan, voel ik de behoefte van mijn kant enkele opmerkingen te maken. Laat ik voorop stellen dat de commotie van de afgelopen weken naar aanleiding van het tv-programma NOVA mij bijzonder heeft geraakt. In tal van publicaties ben ik bestempeld als achterlijk, malloot, intolerant, radicaal en als iemand die het liefst ziet dat zijn landgenoten niet integreren in de Nederlandse samenleving. Bovendien zou ik tot deze houding aangemoedigd worden door buitenlandse mogendheden. Geen kwalificaties waar een mens mee blij kan zijn.

Ik heb ingestemd met het bewuste interview omdat mij was gevraagd aan te geven hoe de islam tegen homoseksualiteit aankijkt. Ik heb desgevraagd iets gezegd en heb niet de `aanval' gezocht.

Voor en tijdens het interview was mij niet bekend dat geweld van de zijde van Marokkaanse jongeren tegen homoseksuelen de werkelijke reden voor het vraaggesprek was. Laat ik benadrukken dat ik nimmer de bedoeling heb gehad mensen te kwetsen. Achteraf realiseer ik mij dat mijn woorden daarvoor wel aanleiding hebben gegeven. Dat betreur ik zeer.

Echter, dat het gewraakte statement uitgelegd kan worden als een aansporing aan de moslimjongeren om geweld tegen homoseksuelen te gebruiken, vind ik onterecht, misplaatst en vergezocht. Niet alleen omdat ik zulks nimmer heb bepleit, maar ook omdat deze redenering getuigt van minachting voor de waarde die moslims toekennen aan geweldloosheid en verdraagzaamheid.

De discussie naar aanleiding van het interview nam een vorm aan die mij en vele moslims verontrust. Dat geldt in het bijzonder voor de jongeren. Het gaat om de vraag hoeveel ruimte de islamitische minderheid in Nederland in religieus opzicht heeft om standpunten in te nemen die afwijken van de gangbare christelijke of seculiere opvattingen?

Waarom worden deze afwijkende meningen door de overheid en de intelligentsia beantwoord door dreiging met uitzetting? Hoeveel ruimte hebben moslims om zich te mengen in discussies die te maken hebben met moraal, ethiek en religie? Hoe lang gaan ministers door moslims de les te lezen in plaats van met hen een volwassen discussie te voeren over zaken die zij belangrijk vinden en waarbij moslims gelijkwaardige partners zijn?

Ik begin te twijfelen of Nederland bereid is te accepteren dat moslims ook mee willen doen aan relevante discussies over de ordening van de samenleving. De algemene opvatting – ook in de politiek – is dat moslims achterlijke en gevaarlijke mensen zijn die vooral door de Binnenlandse Veiligheidsdienst in de gaten gehouden moeten worden. Dat lijkt mij een volstrekt verkeerde benadering.

De islam moet niets hebben van geweld, tegen wie dan ook. Het feit dat ik met enige regelmaat moslimjongeren aanspoor de eigen identiteit te bewaren en de ouders wijs op hun verantwoordelijkheid voor de opvoeding van de kinderen, mag niet uitgelegd worden als een pleidooi tegen integratie. Sterker, de politiek wil dat moslimouders meer betrokkenheid tonen bij de opvoeding van de kinderen. Mijn uitspraken in dit opzicht kunnen juist worden uitlegd als steun voor het bestaande overheidsbeleid.

Het bewaren van de islamitische identiteit is in mijn ogen beslist niet strijdig met de integratiegedachte. Jongeren die zich bewust zijn van hun identiteit beschikken juist over voldoende veerkracht om zich te bewegen in de Nederlandse (overwegend christelijke) samenleving. De islam normeert weliswaar ons leven, maar spoort tegelijkertijd aan tot dialoog en rechtmatig handelen. ,,Wij hebben jullie gemaakt tot volkeren en stammen opdat jullie met elkaar kennis maken'', zegt God tegen ons.

Hoe kan ik in het licht van deze woorden pleiten tegen kennismaking, tegen het kennen van elkaar en dus tegen integratie? Maar integratie betekent in mijn ogen niet dat meedoen alleen toegestaan is als moslims hun identiteit op Schiphol achter zich laten. Dat lijkt mij een verkeerde voorstelling van zaken. Bovendien niet realistisch.

Ook over mijn werk in Marokko is het nodige gezegd. Jammer dat mensen die dat verleden hebben opgerakeld zo'n kortetermijngeheugen hebben. Inderdaad, tot twee keer toe mocht ik in 1992 niet preken. Niet omdat ik conservatief was of omdat ik fundamentalistische preken hield, maar juist omdat ik mijn stem liet horen tegen onrecht.

Het is nog maar tien jaar geleden, maar sommigen lijken vergeten te zijn dat toen in Marokko alle imams geacht werden zich te onthouden van kritiek tegenover het gezag. Ik weigerde te gehoorzamen en dat kostte mij mijn baan.

Jammer dat de jongste publicaties over dit onderwerp de werkelijke reden van het spreekverbod achterwege hebben gelaten.

Khalil El Moumni is imam van de Al Nasr moskee in Rotterdam.