VVD zwakt standpunt over titel Máxima af

De Tweede-Kamerfractie van de VVD heeft gisteren het standpunt van de fractieleden Te Veldhuis en Luchtenveld over de toekomstige aanspreektitel `koningin' voor Máxima Zorreguieta krachtig afgezwakt.

De fractie meent dat deze kwestie ,,nu niet aan de orde is'' en dat de discussie pas moet worden gevoerd ,,als de regering hierover met voorstellen komt'', aldus een fractiewoordvoerder.

Afgelopen maandag stelden de VVD'ers Te Veldhuis en Luchtenveld dat Máxima na de troonswisseling de titel `prinses' zou moeten blijven voeren en niet de titel `koningin' zou moeten aannemen.

Te Veldhuis, die het fractieberaad van gisteren om gezondheidsredenen niet bijwoonde, voelt zich desgevraagd niet `teruggefloten' door zijn fractie. Wel concludeert hij dat ,,we intern inderdaad nog een uitvoerige discussie moeten voeren, waarin we alle staatsrechtelijke, historische en gevoelsmatige argumenten zullen meewegen''.

Te Veldhuis zegt tot zijn opmerkingen te zijn gekomen na lezing van een opiniebijdrage van de journalist H.A. van Wijnen, afgelopen zaterdag in NRC Handelsblad, waarin deze twee redeneringen beschrijft voor Máxima's toekomstige aanspreektitel.

Te Veldhuis: ,,Zelf kies ik voor de moderne variant om het bij prinses te laten, maar ik zal er geen nacht minder om slapen als het uiteindelijk toch koningin wordt.'' De VVD'er meent dat in dit laatste geval ,,wel duidelijk moet worden gemaakt dat haar positie een wezenlijk andere is dan die van de constitutionele koning''.

Premier Kok ontving gisteren de verslaggever van het NOS-journaal om zich ,,verbaasd'' te tonen ,,over de plotselinge opwinding'' rondom de titels van Máxima. Volgens de premier is deze kwestie ,,pas aan de orde op het moment van troonsopvolging (...) en dat is dan een verantwoordelijkheid van de dan zittende regering''.

Uit een opiniepeiling in opdracht van het Algemeen Dagblad blijkt dat 54 procent van de Nederlanders de voorkeur geeft aan `koningin Máxima', tegenover 25 procent die `prinses Máxima' verkiest. Van de respondenten vindt 21 procent deze vraag `niet interessant'.

DE STEMMING: www.nrc.nl/denhaag