VPRO 75 JAAR (3/4)

Dat ze langzaam de krant weglegde waarin ze zat te lezen, en dat het hele land toen haar blote borsten kon zien, was misschien nog niet eens het ergste.

Maar dat die blagen van de VPRO daarna heel lang het adres van de VPRO over Phil Bloom heen projecteerden, deed de deur dicht. Dat was immers een rechtstreekse provocatie aan de benepen burgerij die bij het minste of geringste klaar stond om een omroeplidmaatschap op te zeggen.

En zo raakte de VPRO vanaf 1967 geheel van God los, met programma's als Hoepla en later de shows rondom Fred Haché, Barend Servet en Sjef van Oekel. Bloot was links in die tijd, want bloot trok een lange neus naar het establishment, en het establishment raakte in verwarring. De dominees werden opzijgeschoven en de VPRO werd de omroep van de carte blanche. Niet alleen Wim T. Schippers en de zijnen, maar ook Van Kooten & De Bie, documentairemakers als Cherry Duyns, Roelof Kiers en Hans Keller, vormgever Jaap Drupsteen en vele anderen. Opeens werd de televisie – en tegelijk ook de radio – een speeltuin voor de nieuwe babyboomgeneratie. Alles was nieuw, alles was niet eerder vertoond.

Behoudend Nederland liep te hoop, en nog jarenlang behield de VPRO het imago van de poel der zonde. Zelfs toen de gemoederen allang weer bedaard waren, en de programma's zelden meer aanleiding gaven tot ophef, viel voor burgerlijke grappenmakers nog succes te oogsten met een kwinkslag als: ,,Zodra ze bij de VPRO een nieuw lid krijgen, laten ze dat zien.''

Waar de VPRO mee pionierde, werd eind jaren zeventig alom nagevolgd. Met een draaiende camera achter een gezagsdrager aanlopen, bijvoorbeeld. Of, terwijl iemand wordt geïnterviewd, filmend rondkijken in diens huiskamer. Of tijdens een partijcongres vooral de koffiemevrouw in beeld brengen. De eens zo baanbrekende stijlfiguren raakten allengs versleten, tot ze zelfs door de EO werden gekopieerd.

Daar kwam bovendien nog bij, dat de kleine zuil zich beklemd ging voelen door de groei van nieuwkomers als TROS, EO en Veronica en meende zelf ook groter te moeten worden. De C-omroep werd B-omroep werd A-omroep, net als alle andere. En meer zendtijd betekende tevens, dat niet elk programma meer uniek kon zijn.