VERDI-REQUIEM

De Messa da Requiem – vanwege muzikaal belang en inhoudelijke zingeving de culminatie van het componeren van Giuseppe Verdi – behoort tot de absolute topwerken van de klassieke muziek. Het aantal ideale uitvoeringen is navenant klein: hier kan men de eisen niet hoog genoeg stellen. Zo kon Carlo Maria Giulini in 1989 met zijn tweede opname van het Requiem niet het niveau halen van zijn fameuze opname uit 1963 met Schwarzkopf, Ludwig, Gedda en Ghiaurov. Dit weekeinde dirigeert Riccardo Chailly het werk voor de derde keer bij het Koninklijk Concertgebouworkest (zondag 14.15 uur, Radio 4), de vorige twee uitvoeringen waren niet ideaal.

`Ideaal' is misschien ook niet de juiste term voor de cd-opname van het Requiem door koor en orkest van de Kirov Opera o.l.v. Valery Gergjev. Maar de opname is grensverleggend in zijn verschroeiende intensiteit, felle expressiviteit en bijna onverdragelijke overtuigingskracht. De dood en het einde der tijden zijn onafwendbaar, op de cd kwam de Apocalyps nooit zó onverbiddellijk dichtbij. De hitte van het hellevuur is verzengend.

Existentiële angst beheerst koor en orkest, dirigent en solisten, in opperste doodsnood wordt God aangeroepen om op de Dag der Wrake genadig te zijn en de ziel te bevrijden van de dreigende duivel. Het Laatste Oordeel wordt met doffe slagwerkdreunen, plechtig kopergeschal en gillende violen verpletterend aangekondigd in het Dies Irae. Schrikwekkend als niets anders moet dat Dies Irae klinken en het Requiem kan dan ook niet hard genoeg worden afgedraaid.

Opmerkelijk is het solistenkwartet met Renée Fleming, Olga Borodina, Andrea Boccelli en Ildebrando d'Arcangelo. Het is bijna een Godswonder dat de blinde Bocelli in ensembles kan zingen zonder de dirigent te zien, niet alle inzetten zijn dan ook perfect getimed. De populaire Bocelli is in klassiek repertoire omstreden. Op zijn zangtechniek kan men misschien wel iets aanmerken, hij heeft weinig vrijheid in de frasering, maar de dramaturgie van de tragiek is bij Bocelli voorgeprogrammeerd in zijn droevige timbre, ook te horen in Puccini's La bohème (Decca 464 060-2).

Ook bij Fleming, Borodina en d'Arcangelo hoort men hier geen gewone professionele uitvoering, maar een hoogstpersoonlijke ervaring van vrees, hoop en geloof bij het allerlaatste dat de mens op aarde kan bewegen. De eeuwige vraag bij het Requiem `opera of religie?' wordt hier academisch.

Monumentaal zijn ook de bijdragen van koor en orkest van Gergjevs Kirov Opera in het St. Petersburgse Mariinski Theater. Soms bespeurt men een vleug van de sfeer van de Russische kerkmuziek: het bewijst het persoonlijke engagement van alle betrokkenen bij deze uitvoering, waarin Gergjev elk moment hoorbaar zijn ziel en zaligheid legt met de intentie wèrkelijk recht te doen aan Verdi's muziek. Daarom deze opname van Verdi's Messa da Requiem tot nader order hèt evenement van het Verdi-jaar.

Verdi: Requiem o.l.v. Valery Gergjev. Philips 468 079-2 (2cd)

    • Kasper Jansen