Uiteindelijk telt de urinetest

De sporters die de laatste jaren betrapt zijn op nandrolon, verwijzen bijna allemaal naar voedingssupplementen. Een gemakkelijk excuus.

BEROEMDE SPORTERS DIE vijftien jaar na afloop van hun carrière over hun dopinggebruik vertellen, staan meteen in het middelpunt van de belangstelling. Peter Winnen gebruikte de truc vorig jaar ter promotie zijn boek Van Santander naar Santander. Duidelijker bewijs dat actuele informatie over dopinggebruik ontbreekt is er nauwelijks.

De net op nandrolongebruik betrapte voetballers Davids en De Boer veranderden daar niets aan. Edgar Davids prevelde op een persconferentie zinnen over zijn ,,lichaam als tempel'' die net zo goed een doordacht pr-opzetje als een oprechte verklaring konden zijn.

De financiële belangen in de topsport zijn zo groot dat niemand op zijn woord te geloven valt. Het spraakgebruik past zich ook pijlsnel aan aan de vermeende, gewenste of geveinsde onschuld. Dopingpreparaten heten dan opeens voedingssupplementen. En zo'n supplement kan zijn `verontreinigd' met pro-hormonen die in het lichaam worden omgezet tot verboden stoffen. Zo is de slikkende sporter opeens slachtoffer in plaats van dader. Hij kan zo volhouden nooit nandrolon te hebben geslikt of gespoten, beschuldigend naar de fabrikant wijzen, terwijl hij toch profiteert van het effect.

Nandrolon is een anabool steroïde met androgene werking. Dat wil zeggen dat het ongeveer het mannelijke geslachtshormoon testosteron nabootst. Vrouwen die het veel gebruiken krijgen een forse gestalte, een lage stem, baardgroei en verdere lichaamsbeharing en een vergrote clitoris. Man en vrouw op nandrolon krijgen meer zin in vrijen. Mannen kunnen langdurige en daardoor pijnlijke erecties krijgen (priapisme), maar de aanmaak van sperma loopt terug.

Bij Davids en De Boer waren de gevonden concentraties te laag voor deze effecten. Hun urine had waarschijnlijk een concentratie van niet ver boven de 2 nanogram (een nanogram is een miljoenste milligram) per milliliter urine. Stappen we over van de bijwerkingen naar de werking, dan is de eerste vraag of nandrolon bij voetballers werkt.

Ratten gaan er wel op vooruit. Zij zijn minder snel moe als ze onder invloed van nandrolon moeten `gewichtheffen'. Hun spieren beschadigen minder en ze verzetten meer werk. Vooral met hun `langzame' spiervezels. Dat zijn de spieren die vooral voor duurlopen worden gebruikt. Voor sprinten heb je `snelle' spiervezels nodig. Die onderhoudt een sporter vooral door creatine te slikken.

In ratten die nandrolon krijgen gespoten verandert er ook wat in de hersenen, waardoor ze alerter bewegen en agressiever gedrag vertonen. Ratten krijgen van de stof, kortom, eigenschappen die ook aantrekkelijk zijn voor voetballers: meer uithoudingsvermogen, wat meer agressie zonder direct tegen een rode kaart aan te lopen en na de wedstrijd een kortere herstelperiode. In een wedstrijd van tweemaal drie kwartier kunnen ze dus langer blijven lopen, willen dat ook graag, terwijl de wedstrijd achteraf snel uit de benen is zodat ze spoedig opnieuw het veld in kunnen.

Onderzoek naar nandrolon bij voetballers is er niet, zelfs prestatie-onderzoek bij mensen is schaars, maar Duitse onderzoekers hielden het er in 1976 op dat hun gewichtheffers het zeven procent beter deden dan de heffers die niet drie maanden lang nandrolon hadden gespoten. Urine van die sporters bevatte ook honderden keren meer dan de toegestane 2 nanogram per milliliter nandrolonresten.

Davids en De Boer zaten daarmee vergeleken vlak boven de grens. Het verbazingwekkende is dat het probleem waar deze doorgewinterde professionals tegenaan liepen voor het kleine Nederland weliswaar nieuw was en voor de voetballerij nog tamelijk ongewoon, maar in Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Duitsland is de afgelopen jaren goedverdienende sportlieden precies hetzelfde overkomen. En het kwam ruim in de pers. Het is onbegrijpelijk dat dat nog niet tot rigoureuze bijstellingen in het test- en voedingsregime heeft geleid.

Merlene Ottey, Linford Christie en Dieter Baumann zijn beroemde atleten die allemaal tegen de nandrolonlamp liepen en allemaal beweerden onschuldig te zijn. Baumann verwees naar zijn tandpasta, waar iemand nandrolon in zou hebben gespoten. De anderen verwezen naar voedselsupplementen waar stoffen in zouden zitten die het gehalte aan 19-norandrostron (waar in de dopingtest naar wordt gezocht en wat een afbraakproduct is van nandrolon) in de urine verhogen.

Voedselsupplementen met 19-norandrostron- verhogend effect zijn inderdaad gevonden. Van creatine bijvoorbeeld, dat legaal is, dat werkt, en dat, naar men zegt, nog steeds door iedere professionele voetballer wordt gebruikt is tweemaal vastgesteld dat partijen met norandrostenedion waren vervuild. Daardoor testten een voetballer en een speerwerper positief op nandrolon. Het Duitse blad Der Spiegel schreef eind vorig jaar zelfs dat het Olympisch dopinglab in Los Angeles heeft vastgesteld dat van de 24 mannen die een tijdlang zuivere creatine slikten bij 20 van hen de urinetest op nandrolon een keer positief uitviel. Maar vanuit Los Angeles mailt labdirecteur Don Catlin dat zulk onderzoek daar nooit is gedaan.

De problemen met de voedingssupplementen zijn al jaren bekend. Vooral in de VS zijn nandrolonverhogende producten in omloop. Kopen via internet in de VS is dus riskant. Maar het dopinglab in Keulen testte het afgelopen jaar 153 in Europa verhandelde voedingssupplementen en vond in 18 ervan een hormoonachtige stof die tot een positieve nandrolontest kan leiden.

Er zijn topsporters die 20 tot 60 vitamine- en mineralenpillen per dag slikken en er heilig in geloven dat ze daardoor beter presteren. Maar rationeel ingestelde sportartsen houden het er op dat sporters die een evenwichtig dieet eten alleen iets extra's nodig hebben als ze echte duursporten als wielrennen of marathonlopen beoefenen.

Davids en De Boer kunnen verontwaardigd een tas met preparaten inleveren en beweren dat dat `alles' is wat ze slikten en dat het alleen voedingssupplementen zijn. Maar uiteindelijk telt alleen de urinetest en is de sporter verantwoordelijk voor overschrijding van de norm. Blijft de vraag of die terecht is. Hebben mannen, of voetballers een eindige kans om soms boven de 2,0 nanogram per milliliter urine te pieken? Daarover lopen de meningen uiteen. Bij gewone mannen kwamen de concentraties niet boven de 0,6. Maar in een recent onderzoek voor het Internationaal Olympisch Comité onder voetballers die na een wedstrijd urine afgaven kwam bij 3 van de 495 spelers de concentratie boven de 2,0. Is het nu zo dat het lichaam van een sporter afwijkt van het gemiddelde van de bevolking en moet daarom de norm worden bijgesteld? Of zaten er onder die geteste voetballers al nandrolonspuiters en kan de norm rustig 2,0 blijven? In de sport is geld genoeg in omloop om de rechter te laten beslissen.