Tenttrends

Waarom kamperen wij? In het Mesolithicum was dat geen vraag: iedereen woonde in een tent en de grot was passé. Van de uitvinding van het huis in het Neolithicum tot de oprichting van de Nederlandse Toeristen Kampeer Club in 1912 was het evenmin een vraag: kamperen deed je alleen bij gebrek aan betere oplossingen. Maar nu, terwijl de huizen waterdichter zijn dan ooit, telt Nederland ruim 7 miljoen tenten en ruim één tentslaapplaats per inwoner. Dit schreeuwt om opheldering, maar de wetenschap laat het afweten.

Misschien heeft het iets met geld te maken, suggereert Arjan van der Wel, bedrijfsleider bij Bever Zwerfsport in Den Haag: ,,In landen als Italië is een tent de oplossing voor mensen die geen hotel kunnen betalen.'' Wie hierop wil promoveren zij gewaarschuwd: Bever en andere aanbieders van kwaliteitstenten melden een sterk groeiende vraag naar dure tenten, juist doordat er zoveel geld is.

Het irrationele van kamperen blijkt ook uit een van de belangrijkste trends: de opkomst, of beter, de terugkeer van de katoenen noktenten, de grote modellen in het bijzonder. Een kunststof dak lijkt rationeler dan katoen; de boogtent (als tunnel- of in koepelmodel) wint het van de noktent doordat minder ruimte verloren gaat tussen buiten- en binnendoek, en doordat menige boogtent zonder demontage valt te verzetten. En toch is de opmars van de boogtenten gestop. Van de tenten die Bever verkoopt, heeft ruim zestig procent een boog, de rest heeft een of meer rechte stokken. Bungalowtenten worden er niet verkocht, maar des te meer noktententen ter grootte van bungalows.

,,Dit heeft een veel avontuurlijker uitstraling'', zegt Van der Wel bij de enorme vierstoks Family-Combi van huismerk Mentora (4-6 slaapplaatsen, 1.95 hoog, ƒ3.475) in zandkleurig katoen. ,,En met 18,9 kilo nog steeds lichtgewicht.'' Een vergelijkbare bungalowtent zou minder dan de helft kosten, maar het dubbele wegen: de winst (nog los van de kortere levensduur) ben je snel weer kwijt aan extra sherpa's of een aanhangwagen. Bij de iets hogere Velduil (3-4 slaapplaatsen, ƒ2.795) vervolgt Van der Wel: ,,Veel jonge ouders die vroeger in katoenen trekkerstentjes kampeerden, stappen nu over op een grote katoenen noktent.'' Dick Schmidt van buitensportwinkel Tatteljee in Amsterdam beaamt dat nostalgische aspect. Als hij zelf gaat kamperen, heeft hij de keus uit elf tenten, waaronder koepelmodellen, maar hij stelt: ,,Mijn grote liefde ligt bij de noktenten.'' Directeur Jaap Peper van tentenfabrikant Carl Denig, bij een kleine boogtent: ,,Bij een noktent als onze Poolster zitten vijftig pennen; bij deze tien, maar tenttechnisch is het een veel minder mooie vorm.''

Gjalt van der Wal, directeur van tentenfabrikant Erdman Schmidt, gaat nog verder: ,,Wij maken geen koepels en tunnels. Ik geloof er niet in. Ja, voor anderen. We hebben er ooit een gemaakt en onze klanten zeiden: Wat ben je nou aan het doen?! Je valt van je geloof! Onze kopers willen in de natuur kamperen en willen tenten in natuurlijke tinten. Noktenten zijn windvaster en je kunt door gebruik van ritsen meer variëren met de vorm. Maar verder is het een gevoel, een soort...verliefdheid. Je hoort: ik ga stamelen.''

Net als Van der Wel signaleert Van der Wal een nostalgisch aspect bij de tentkeus van jonge gezinnen: ,,Steeds meer mensen gunnen hun kinderen dat er leuk gekampeerd wordt. Men wil gewoon kwaliteit, hoeveel het ook kost.'' De gezinnen-in-noktenten-trend leidde tot een groot aanbod van grote modellen, liefst met twee binnententen. Er bestaan tunnel- en koepeltenten van gezinsformaat, maar het probleem is volgens Van der Wel dat twee binnententen onder een boogdak niet goed lukt. Bij de gezinsnoktenten is de trend intussen om de binnententen niet recht, maar schuin tegenover elkaar te plaatsen, zodat beide zicht bieden op een zeshoekige woonruimte en de uitgang. ,,Bij de oude indeling zit je elkaar zo aan te kijken'', is de ervaring van Van der Wel. Langs elkaar heen kijken kan in het grote succesnummer van Erdman Schmidt, de Giraffe (4-6 slaapplaatsen, 1,95 hoog, ƒ3.695), de evengrote maar 45 centimeter lagere Paddenpoel (ƒ2649) en in Bevers Family-Combi.

Andere trends? ,,Ja'', zegt Peper van Denig. ,,Lichter, lichter. En groter, breder, hoger. En meer luifelruimte.'' Hij heeft het dan over de trekkerstenten, want gezinstenten zijn per definitie groot en hoeven niet in rugzakken. Groter en lichter lijkt slecht te rijmen, maar er zijn slimme, nieuwe oplossingen. Zoals de boerendeur, de driehoekige voorkant van de luifel van een eenstokstent, maar dan aan alle zijden door ritsen omgeven. Zo valt het doek bij de stokpunt weg te flappen bij wijze van schoorsteen, zodat je in een kleine voortent toch kunt koken. De boerendeur sluit volgens Peper aan bij de trend naar meer ventilatie, waar vooral veel vraag naar is bij nylon tenten. Ze zijn zeer licht, het buitendoek is volledig waterdicht, en bij vertrek schud je dauw of regen er makkelijk af, maar het grote bezwaar is dat vocht van binnen slecht weg kan. ,,Het zijn condensbakken'', zegt Peper. En dus zie je nu overal veel kieren, gaten, stukken muskietengaas in het dak met daar weer nylon overheen en andere kunstgrepen die het probleem maar half oplossen. Katoen ademt zeer Goed, maar absorbeert het water, zodat je rugzak na een natte nacht kilo's zwaarder weegt. ,,Als er een doeksoort werd gevonden met de voordelen van katoen en nylon, zou dat een geweldige doorbraak zijn'', zegt Van der Wel. ,,Het is geprobeerd, een soort Gore-Tex tentdoek, maar het werkte niet goed.''

Alle verkopers en fabrikanten reppen over de tarp of wing, ook wel vleugel genoemd: een groot, los stuk doek met een stok en wat scheerlijnen, waarmee elke tent er een soort serre bij krijgt. Volgens de Bever catalogus valt in de vorm van een tarp een dierenhuid te herkennen, wat een idee geeft ,,hoe lang een dergelijke uitbouw al gebruikt wordt''. En dat is mooi nieuws voor iedereen met nostalgie naar het Mesolithicum.