Prijsspiraal duizelt Zalm

De dreigende stagflatie van de economie stelt minister Zalm voor een dilemma. Instrumenten om uit de loon-prijsspiraal te komen liggen echter niet voor het oprapen.

Het is het kenmerk van de cirkel: geen begin en geen eind. En dat is ook het geval met de dreigende stagflatie, een afremmende economische groei gecombineerd met een relatief hoge inflatie.

Die inflatie, zo bleek onlangs, bedraagt inmiddels 4,9 procent, het hoogst van de hele Europese Unie. De economische groei over het eerste kwartaal van 2001 bedroeg 2,0 procent, 1,25 procentpunt onder het verwachte jaargemiddelde van 3,25 procent. Interessanter is dat de groei voor dat eerste kwartaal ten opzichte van het laatste kwartaal van vorig jaar welgeteld 0,1 procentpunt bedroeg. Bij twee achtereenvolgende perioden van negatieve groei spreekt men officieel van een recessie.

Hoe werkt de loon-prijs-spiraal precies? Als de lonen harder stijgen dan de arbeidsproductiviteit, neemt de inflatie toe, waardoor de vakbonden weer hogere lonen eisen om het koopkrachtverlies te beperken, enzovoort.

Waar dit precies begonnen is en vooral: wie er de oorzaak van is, is lastig vast te stellen. Zeker is wel dat de loonmatiging die vakbonden en werkgevers al jaren hanteren, heeft bijgedragen aan de inhaalslag die nu in het verschiet ligt. De jarenlange hoge economische groei is onvoldoende teruggekomen in bijbehorende lonen. Arbeid werd zo goedkoper, en meer mensen gingen aan het werk. Zoveel zelfs dat er een forse krapte op de arbeidsmarkt ontstond. Dat was voor de vakbonden het signaal om de looneisen op te schroeven.

Gerrit Zalm, minister van Financiën, zit met dit duizelingwekkende dilemma in zijn maag. Eenmaal in de spiraal van lonen en prijzen is het lastig een doorbraak te forceren zonder op zijn minst een van de betrokken partijen voor het hoofd te stoten. In een deze week opgestelde, vertrouwelijke notitie aan premier Kok analyseert Zalm de situatie. Hij relativeert het inflatiecijfer door te wijzen op incidentele effecten als de invoering van de belastingherziening, de stijging van de energiebelasting en de duurdere landbouwproducten als gevolg van de BSE- en MKZ-crises.

Op het eerste gezicht zijn er instrumenten genoeg om een dreigende inflatie een halt toe te roepen, maar ze kennen allemaal hun beperkingen, meldt Zalm. De huurstijging, een van de aanjagers van de inflatie, zit met 2,5 procent ruim onder het wettelijk maximum, dus daar is niets aan te doen. Monetair beleid voeren? Vergeet het maar. Sinds Nederland deel uitmaakt van de Ecomomische en Monetaire Unie is het rente-instrument voorbehouden aan ECB-president Wim Duisenberg.

Zalm zou de lastenverlichting voor komend jaar kunnen beperken tot het hoogst noodzakelijke. Bij de besprekingen over de Voorjaarsnota is vooralsnog 2,3 miljard gulden aan lastenverlichting vastgelegd, daar zou het idealiter bij moeten blijven om verdere oververhitting te voorkomen. Maar, zo constateert Zalm, de verlaging van de vennootschapsbelasting en het ,,aanpakken van specifieke knelpunten op de arbeidsmarkt'' vragen om extra lastenverlichting.

En dan zijn er ook nog factoren waar Zalm helemaal niets aan kan doen, al zou hij het willen, en die toch een prijsopdrijvend effect hebben. Zie de duurdere dollar en de hogere olieprijs.

Wat overblijft is hopen op discipline bij de sociale partners. De afspraken die werkgevers en werknemers in december maakten (het zogenoemde Kerstakkoord) bieden daarvoor enige ruimte. De overheid zou scholing en flexibele beloningsvormen moeten bevorderen. In ruil daarvoor zouden de sociale partners dan proberen de lonen in bedwang te houden.

Het kabinet heeft zichzelf zodoende op verschillende terreinen in een soort Catch-22 situatie gemanoeuvreerd. Zo ligt er aan de ene kant bijvoorbeeld het rapport-Van Rijn over verbetering van de positie van de overheid als werkgever. Dat rapport adviseert: meer geld ten behoeve van de achterstallige lonen in zorg, onderwijs en veiligheid. Het kabinet heeft zich daaraan gecommiteerd en bij de besprekingen over de Voorjaarsnota, enkele weken terug, zo'n 3,5 miljard gulden voor `Van Rijn' vrijgemaakt. Zalm: ,,De overheid als werkgever kan niet sterk afwijken van de loonontwikkelingen in de marktsector.''

Aan de andere kant dreigt de inflatie, en bestrijding daarvan verlangt juist een rem op explosief stijgende overheidssalarissen. Een keuze voor het één staat haaks op de wenselijkheid van het ander, terwijl het beide kabinetsbeleid is. In de nadagen van zijn tot nu toe glansrijke carrière als minister van Financiën heeft Zalm daarmee een ingewikkeld economisch probleem onder handen. Het is afwachten of de bonden, de dollar of de olie hem de komende maanden een handje willen helpen.