Onder de maat

De scholen prijzen zich gelukkig, de studenten betalen grif en werken er hard voor, en het bedrijfsleven prijst zich gelukkig met hoger opgeleid personeel: MBA-opleidingen worden almaar populairder. Toch blijft het niveau in Nederland onder de maat.

Terwijl bejaarde toeristen op de rondvaartboot op de Vecht wijzen naar het kasteel van Nyenrode, lopen de aspirant-studenten het gebouw in. Het is zaterdag, de zon schijnt, en op deze dag houdt Nyenrode een informatiebijeenkomst voor zijn MBA-programma.

Pauline Bax, werkzaam bij zorgverzekeraar Amicon, heeft al een informatiebijeenkomst op Rotterdam School of Management (RSM) bijgewoond. Bax: ,,Ik maak de keuze tussen verschillende opleidingen vooral op gevoel. Ik kijk naar de sfeer. Wie komen er verder op zo'n dag af en wat heb ik daarmee?'' Ze wil zien welke opleiding beter is: RSM of Nyenrode. ,,Als je al zo'n opleiding gaat volgen, moet je het wel goed doen.''

Bijeenkomsten zoals deze kunnen er niet genoeg zijn voor opleidingen die de titel van MBA, Master of Business Administration, aanbieden. Daar zijn twee redenen voor. De scholen die deze algemene managementopleiding aanbieden, in de volksmond business schools geheten, verheugen zich de laatste jaren steeds meer in een toename van het aantal studenten. Die moeten allemaal ergens studeren, en hebben daar veel geld voor over.

Het logische gevolg van de toenemende interesse is een explosie van het aantal instituten die een MBA-programma aanbieden. De markt groeit, de opleidingen springen daarop in. Gemiddeld komen er jaarlijks vier voltijd-MBA-opleidingen bij. Of, zoals ze het op Nyenrode zeggen, in Nederland is op elke hoek van de straat een MBA te krijgen.

De scholen houden er niet van cijfers over deze groei naar buiten te brengen. Business schools zijn big business, en concurrentie-overwegingen spelen een rol bij het zo vaag mogelijk houden van het reilen en zeilen van de onderwijsinstituten. Nyenrode wil niet meer zeggen dan dat ,,de populariteit van de opleiding toeneemt en de langetermijntrend duidelijk naar boven wijst''. Ook op de Rotterdam School of Management is het aantal aanmeldingen voor het komende studiejaar toegenomen. Bovendien melden aspirant-studenten zich steeds vroeger in het jaar aan.

Volgens Frans Leijnse, voorzitter van de HBO-Raad die toezicht houdt op de hogescholen, is die groei logisch. Sinds de Tweede Wereldoorlog, meent Leijnse, zijn door de groei van het internationale bedrijfsleven algemene managementvaardigheden belangrijker geworden.

De vraag vanuit het bedrijfsleven naar werknemers met een (goede) MBA-titel neemt dan ook toe. Het zijn vooral werknemers met al een jaar of drie werkervaring die aan een MBA-opleiding beginnen. Zij willen harder carrière maken, of hun loopbaan misschien soms zelfs helemaal omgooien. Nyenrode eist in principe 5 tot 6 jaar werkervaring, een afgeronde HBO- of WO-opleiding en een score van minimaal 500 op de wereldwijd gebruikte GMAT (general management admission test). Dat wil niet zeggen dat iedereen die aan deze eisen voldoet ook toegelaten wordt. Op Nyenrode wordt één op de drie, in Rotterdam één op de vier kandidaten toegelaten.

In tegenstelling tot de Verenigde Staten, de thuisbasis van de MBA-programma's, die er al meer dan een eeuw geleden opgezet werden, is Nederland een betrekkelijke nieuwkomer op de markt van de businessschools. De Rotterdam School of Management begon pas in 1985 met zijn MBA-programma. En Nyenrode begon pas negen jaar geleden zich op voltijd MBA-opleidingen toe te leggen. In 1996 waren er al met al nog maar 10 voltijd-MBA-programma's in Nederland, in 2000 was dat aantal naar 19 gegroeid. Naast Rotterdam en Nyenrode bieden ook de Universiteit Twente, de Haarlem Business School, Tilburg (TIAS) en de Hanzehogeschool Groningen een voltijd MBA-opleiding aan.

Niemand draagt verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de opleidingen. Want in Nederland is de MBA-titel niet beschermd.

Aspirant-studente Pauline Bax heeft de ranking-lijsten van de MBA-opleidingen goed bestudeerd. Indien Nederlandse opleidingen al op die rankings voorkomen, scoren ze niet hoog. In een van de internationaal meest toonaangevende lijsten, die van de Britse krant Financial Times, staat RSM op de 27ste (in 2000: 29ste) en Nyenrode op de 70ste plaats (in 2000; 73ste). Op de lijst van The Wall Street Journal staat geen enkele Nederlandse school.

Alle opleidingen hebben een excuus waarom ze zo laag staan. Zo zegt de directeur van de MBA-programma's van Nyenrode, Ronald Tuninga, dat dat komt door ,,de wijze waarop de lijstjes opgebouwd worden''. Veel rankings kijken naar de stijging van het salaris van de afgestudeerden. Maar in de Verenigde Staten verdienen de studenten vóór ze aan de opleiding beginnen maar weinig en in Europa al betrekkelijk veel. Als ze afstuderen in de VS maken ze dus een grote sprong in salaris, terwijl ze in Europa en in Azië die grote sprong niet maken. Daardoor lijken de Amerikaanse opleidingen veel sucesvoller.

Toenmalig president van Nyenrode Neelie Kroes voorspelde een kleine tien jaar geleden dat de school binnen vijf jaar bij de Europese top-vijf zou horen. ,,Dat is een overschatting geweest'', zegt Tuninga. Toch wil Nyenrode die top halen – opnieuw binnen vijf jaar, zeggen ze.

Nyenrode's geheime wapen om dat te bereiken heet Karel van Miert, die een jaar geleden aantrad als president. Als Europees Commissaris heeft hij zoveel bedrijven langs zien komen, zo redeneert Tuninga, dat zijn Europese netwerk heel sterk is. Dat moet resultaten hebben voor de bedrijven waar de studenten na de opleiding terechtkunnen.

Rotterdam heeft die ambitie niet zo erg, tenslotte staat RSM in de ranking van het Amerikaanse zakenblad BusinessWeek van de enkele tientallen serieuze MBA-scholen in Europa op de vijfde plaats. En om die positie ten minste te behouden vindt de dean van RSM, Kai Peters, dat hij streng moet zijn. ,,Ik heb vanochtend 7 van de 150 studenten van de opleiding verwijderd. Zij konden niet meekomen met de stof. In een gewone bedrijfskunde-opleiding zouden ze misschien een tentamen opnieuw maken, hier kan dat niet. Ik kan niet iedereen aan het handje houden en door het programma trekken.''

De 27-jarige half Deense, half Amerikaanse Emily Adair kan niks zeggen over het lot van haar medestudenten. It's lonely at the top, lijkt ze te denken als ze geen commentaar wil geven over haar vroegere vrienden.

Haar doel van de opleiding? ,,Met een MBA-titel hoop ik topmanager te worden.'' De achttien maanden die Adair aan RSM doorbrengt, bestaan voor het grootste deel uit het bestuderen van praktijkvoorbeelden van bedrijven en in groepjes presentaties in elkaar zetten. ,,Met die case-studies leer je snel te denken. Zo was er een complex voorbeeld over staalproductie. Maar wat weet ik daar van? Dan komt het erop aan snel veel informatie te kunnen verwerken.''

Bij het zoeken naar de voor Adair meest geschikte MBA-opleiding bezocht zij acht scholen, zowel in Europa als de Verenigde Staten. Uiteindelijk viel de keuze op RSM. ,,Nederland sprak me aan als economisch sterk land en RSM is zonder twijfel de meest internationale school ter wereld zonder een dominant aanwezige cultuur van welke nationaliteit dan ook.'' En Nyenrode, was dat dan geen optie? Adair: ,,Om eerlijk te zijn had ik nog nooit van Nyenrode gehoord.''

Binnenkort: Europa's beste MBA-opleidingen in Barcelona.