Onbedreigde macht

Als de volken van het rijke Westen zichzelf regeren door hun democratie van de consument, wat blijft er dan nog over voor de politiek? Die vraag is het uitgangspunt voor een elegante beschouwing, geschreven door Richard Tomkins, in de Financial Times van het afgelopen weekeinde. De Britten gaan binnenkort naar de stembus en wij volgend jaar ook. Waarvoor eigenlijk nog? Op de vrije markt kiezen ze iedere dag, ze brengen hun stem uit aan de kassa. Iedere dag trekken de producerende en verkopende partijen er hun les uit, doen hun best om de wil van de meerderheid uit te voeren. Kom daar eens om in de traditionele politiek!

Het is onvermijdelijk. Ook Tomkins gebruikt de nieuwe jaartelling, waarin 1989 het nieuwe jaar nul is. De grote gebeurtenissen van de twintigste eeuw zijn prehistorie. Denk aan het fascisme en het communisme, Stalin, rakettencrisis, topconferenties, the brink of war en de moord op Kennedy. Komt allemaal nooit meer terug. Na de val van de Muur is alles anders geworden. De prehistorie was het tijdperk van de politiek en de kranten. Daarna hebben we de vrije markt en het entertainment gekregen.

Tot zover komt het ons bekend voor. Dan komt er een nieuwe wending. Politiek en dagbladpers zijn beide oude instituten. De eigenschap van een instituut is, dat het nooit het besluit neemt zichzelf op te heffen. En nu is het alsof politiek en pers stilzwijgend een bondgenootschap hebben gesloten. Bij gebrek aan groot politiek nieuws zijn de dagbladen steeds meer over entertainment gaan schrijven, en al doende zelf tot entertainment geworden. En de politici hebben zich tot `ereleden van de entertainmentindustrie' laten bevorderen. Wat ze denken, wordt in een paar regels samengevat. Het gaat erom of ze talent hebben het publiek te amuseren. Het gaat om de schandalen, hun seksleven, hun declaraties, hun huisdier en hun kookkunst. Politiek en krant hebben zich in hun nieuwe bondgenootschap laten marginaliseren door de markt en de consumenten bij wie in werkelijkheid de macht berust.

Een bewind dat wordt uitgeoefend door een coalitie van producenten en shoppers en funshoppers mag dan een allure van oppervlakkigheid hebben, schrijft Tomkins, maar let ook op de voordelen. De macht van de consument is vergroot ten koste van de oude heersende klassen. Elitarisme en hiërarchie zijn afgebroken. In de consumentendemocratie is het gedaan met de onverschilligheid, want iedereen is consument, en iedere consument verschijnt aan de kassa. En de besluitvorming is direct, zonder een vertekening door politieke dogma's of de invloed van duistere derden die buiten medeweten van de kiezer de politiek hebben gefinancierd.

De triomf van de vrije markt is een gelijkschakelende revolutie. Het is op zichzelf al interessant dat dit in de Financial Times, dagblad van de corporate world zo duidelijk wordt uitgelegd. Maar of de revolutionaire ontkenning van iedere elite en rangorde een verdienste is? In zijn Anmerkungen zu Hitler stelt Sebastian Haffner vast dat de Führer het Duitse volk behalve de aanleg van de autobanen nog twee diensten heeft bewezen: opheffing van de massale werkloosheid en het breken van de macht van de Junkerkaste. En dan een uitgesproken cultureel nadeel van zijn `conservatieve revolutie' (zoals Rauschning het noemde): de gelijkschakeling van de cultuur, met als opzienbarendste wapenfeiten de tentoonstelling van `ontaarde kunst' en de boekverbrandingen.

Een eigenschap die de markt onverwoestbaar lijkt te maken, is dat ze alles absorbeert wat verkoopbaar is. Ook `ontaarde kunst' waarvan de nazi's geen flauw idee hadden, ook taferelen uit de vernietigingskampen, ook desnoods een happening waar boeken op een laaiende brandstapel worden gegooid. De artiestenclub van reclamemaker Saatchi is nog niet op het idee gekomen, maar dat krijgen we nog wel. De markt is in laatste aanleg een tot dusver onweerstaanbaar wereldexperiment in rekbaarheid.

Het verzet groeit. In Seattle, Montreal en alle wereldhandelsvergaderingen daarna loopt een monsterverbond van anarchisten, natuurbeschermers, bedreigde boeren en vele anderen te hoop om de mondialisering dwars te zitten. Het boek No Logo van Naomi Klein is waarschijnlijk de eerste bestseller zonder seks van deze eeuw. Stop de uitverkoop van de beschaving! Politiek reveil! Het is de opdracht van de politiek ,,de wereldcorporaties hun macht af te pakken, om die terug te geven aan de ouderwetse degelijke (good, old-fashioned) gekozen volksvertegenwoordigers, bij wie de macht thuishoort'', besluit Richard Tomkins.

Voor het zover kan komen, moeten er drie problemen worden opgelost. Ten eerste heeft het verzet tegen de vrije markt in zijn tegenwoordige vorm en zijn groeiende macht, een fataal gebrek aan een programma dat meer mensen kan overtuigen dan die van de eigen parochie. Ten tweede heeft de samenleving zoals die de afgelopen tien jaar onder de orde van de vrije markt is gegroeid, meer aantrekkingskracht voor een groter aantal mensen dan ieder politiek systeem dat we uit de geschiedenis kennen. Ten slotte heeft de vrije markt ook in de elite, onder de intellectuelen (om die gevreesde woorden te gebruiken) haar eigen gelovigen en fanatieke verdedigers. Die hebben één argument dat ze als hun laatste woord beschouwen. Aha! zeggen ze tegen de criticus. Daar hebben we weer zo'n type dat denkt dat vroeger alles beter was. Een verkapte reactionair. En hoe dom, kortzichtig of kwaadaardig dat argument ook is, het werkt. De kritiek wordt met hoon overladen. De vrije markt van vandaag heeft haar kracht niet alleen te danken aan haar eigen attracties, maar ook aan de zwakte van haar tegenstanders.