Nanni Moretti

In de reeks over eigentijdse sterren deze week acteur-regisseur Nanni Moretti, die zondag in Cannes de Gouden Palm won voor zijn film La stanza del figlio, waarin hij zelf de hoofdrol speelt als psychoanalyticus die een kind verliest.

Over politiek wilde Nanni Moretti na het winnen van de Gouden Palm niets meer zeggen, tenminste niet voor de verkiezing van de burgemeester van Rome volgende week. La stanza del figlio is ook de eerste film van Moretti, waarin politiek geen enkele rol meer speelt. Toch was Moretti pas geleden nog gewikkeld in een bittere polemiek met Fausto Bertinotti, de leider van de Italiaanse orthodoxe communisten, die wegens zijn weigering de centrum-linkse coalitie te ondersteunen door Moretti verantwoordelijk werd gehouden voor de overwinning van Berlusconi.

De vorige keer dat Berlusconi's rechtse coalitie won, stak Moretti voor het eerst van zijn leven een joint op, althans het door hemzelf gespeelde personage in de dagboekfilm Aprile (1998). Moretti's twee dagboekfilms (voor de andere, Caro diario, won hij in 1994 de regieprijs in Cannes) zijn het meest rechtstreeks autobiografisch. In zijn eerste zes films heette de door de regisseur gespeelde hoofdpersoon steevast Michele Apicella (de naam van zijn moeder) en vervulde doorgaans functies die Moretti zelf ook bekleed heeft: een radicale activist die nog net niet tot de Rode Brigades behoorde (Io sono un autarchico, 1977; Ecce bombo, 1978), een filmregisseur (Sogni d'oro, 1981), een leraar (Bianca, 1994) en een waterpoloër (La palombella rossa, 1989). Alleen de jonge idealistische priester in La messa è finita (1985) was een dichterlijke vrijheid. Nanni Moretti (Brunico, 19 augustus 1953) verwoordde einde jaren zeventig de teleurstelling van de jonge generatie in het oude Italië, en met name in `het verraad' van de almachtige communistische partij, waarvan hij de teloorgang metaforisch beschreef in de waterpolofilm La palombella rossa en documentair in La cosa (1990). Zijn alter ego was een cynische hypochonder, die veel klaagde over zijn gezondheidsproblemen, en alleen tot enthousiasme was te verleiden door zijn liefde voor film en voor de stad Rome, die hij in de dagboekfilms op een Vespa doorkruist. In een interview bekende hij het niet lang elders uit te kunnen houden, hoewel hij voor zijn hoofdrol in La seconda volta (1996 regie Mimmo Calopresti, dit jaar jurylid Cannes) toch enige tijd tot genoegen in Turijn doorbracht. Zijn laatste film speelt zich geheel in Ancona af, en betekent in menig ander opzicht een breuk met het verleden. La stanza del figlio is een film met een volledig uitgeschreven scenario en een klassieke structuur, en Moretti speelt er een zeer evenwichtig personage in, een psychoanalyticus met een intens gezinsleven, die pas door de dood van zijn zoon in verwarring raakt. Dit keer kan iedereen, ongeacht politieke oriëntatie of nationaliteit, die gevoelens delen, en laat Moretti zien dat hij niet alleen een icoon is van een bepaalde stroming in de Italiaanse samenleving, maar gewoon een heel goed acteur en regisseur. Hij was in tranen in Cannes en belde meteen de directeur van het filmfestival van Venetië, Alberto Barbera, dat hij zijn belofte nakomt om als hij de Palm zou winnen, jurylid te worden op het door hem gehate Lido. Intussen is Moretti terug in Rome, waar hij een cinefiele bioscoop runt (Nuovo Sacher) en zijn volgende film aan het schrijven is, La felicità non costa niente (Geluk kost niets). Het is nog niet zeker dat Italië Moretti's grootste publiekssucces dit jaar naar de Oscars zal inzenden, maar Amerikanen die denken dat alle Italianen zo uitbundig zijn als Roberto Benigni, zullen raar staan te kijken.

    • Hans Beerekamp