Miljoenentekorten in betaald voetbal

Het betaald voetbal bevindt zich ondanks een lichte financiële verbetering nog steeds in de rode cijfers. De 36 profclubs kwamen in het seizoen 1999-2000 12 miljoen gulden tekort, 17 miljoen minder dan het seizoen ervoor.

Zonder de baten van transfers (41 miljoen) zou het betaald voetbal gebukt gaan onder een schuldenlast van 53 miljoen gulden. Het totale exploitatietekort, het resultaat van de gewone bedrijfsuitoefening, is van 113 miljoen gulden teruggelopen naar 76 miljoen.

Vooral de liquiditeitspositie van de clubs, de mate waarin aan kortlopende financiële verplichtingen kan worden voldaan, is zorgelijk. De tekorten aan liquide middelen liepen binnen een jaar op van 35 naar 95 miljoen gulden.

Tevens hebben alle clubs ook nog voor 409 miljoen gulden aan langlopende schulden uitstaan. ,,Kostenbeheersing is echt nodig'', waarschuwt Gerard Bouwer, voorzitter en penningmeester van het bijna demissionaire bestuur betaald voetbal van de KNVB. ,,De exploitatielasten stijgen nog steeds sneller dan de baten. Dat kan nooit een goede ontwikkeling zijn.''

Tijdens het onlangs gehouden overleg met de penningmeesters heeft het bestuur betaald voetbal aan de clubs in de eerste divisie de invoering van een salary-cap voorgesteld. Clubs zouden dan naar Amerikaans voorbeeld afspraken moeten maken over een plafond in het budget voor salarissen. ,,Het is echt verstandig om naar een dergelijk instrument te kijken'', zegt Bouwer. ,,Een tekort van gemiddeld zes miljoen gulden moet je op deze wijze kunnen wegwerken. Een salary-cap hoeft de kwaliteit van de eerste divisie niet negatief te beïnvloeden.''

Voor de eredivisie acht Bouwer deze maatregel niet zinvol. ,,Dan zouden de spelers nog sneller naar het buitenland gaan. Uit oogpunt van de internationale concurrentiepositie lijkt me dat dan ook onverstandig.''

De nijpende liquiditeit schrijft Bouwer toe aan verkeerde financieringsvormen die clubs aangaan, bijvoorbeeld voor verbouwingen van de stadions. ,,Projecten worden niet altijd voor honderd procent gefinancierd met langlopende leningen, terwijl het beter is om dat wel te doen. Het gaat daarbij nog wel eens om schulden aan bevriende relaties. Soms wordt gedacht: we vullen het ontbrekende gat wel met de inkomsten van een transfer. Als die transactie dan tegenzit, ontstaat er een probleem.''

In het gezamenlijke bedrijfsresultaat van de clubs stegen de baten van 626 miljoen naar 804 miljoen gulden, maar ook de lasten namen toe: van 655 naar 816 miljoen. De inkomsten uit transfers daalden van 84 miljoen naar 41 miljoen. Ajax beïnvloedde deze cijfers in belangrijke mate met een negatief saldo op het gebied van spelersverkopen. [Vervolg BETAALD VOETBAL: pagina 11]

BETAALD VOETBAL

Verkoop Van Nistelrooij kan verliezen beïnvloeden

[Vervolg van pagina 1] Vergoedingssommen uit transfers blijven een onmisbare bron van inkomsten voor de Nederlandse clubs. De overgang van Van Nistelrooij naar Manchester United kan de financiële situatie aanzienlijk verbeteren als PSV de opbrengst (netto 55 miljoen) herinvesteert in Nederlandse spelers. Bijvoorbeeld met negen miljoen gulden voor Arjen Robben van FC Groningen, die bovenaan het verlanglijstje van de landskampioen staat.

Bouwer: ,,Daarom verbaast het mij dat de internationale spelersvakbond FIFPro, met de Nederlandse VVCS als prominent lid, de overeenkomst met de Europese Unie inzake het nieuwe transferreglement door de rechter wil laten toetsen. Over twee jaar komt er sowieso een moment van herbezinning. Nadelige factoren kunnen dan alsnog worden gecorrigeerd.''

Voetbalclubs hebben ook veel baat bij de bouw en renovatie van stadions. Deze ontwikkeling heeft een aanzienlijke stijging van inkomsten uit wedstrijdbaten (van 92 naar 189 miljoen gulden tussen 1995 en 2000) en sponsoring (van 78 miljoen naar ruim 200 miljoen in dezelfde periode) bewerkstelligd. Sponsoring is nu de kurk waar het betaald voetbal op drijft. Na het echec met de televisiezender Sport7 zijn de clubs in het bedrijfsleven op zoek gegaan naar andere inkomsten.

De KNVB juicht verdere verbetering van accommodaties toe. Ondanks het feit dat het spelpeil ver achterblijft bij buitenlandse topcompetities.

,,De toeschouwersaantallen zijn ook dit seizoen weer gestegen'', constateert directeur betaald voetbal Henk Kesler. ,,Zolang de Nederlandse competitie nog zo spannend is denk ik dat een aantal clubs op een verantwoorde wijze kan kijken, misschien wel moet kijken, naar vergroting van de accommodatie.''

Positieve voorbeelden zijn er genoeg volgens Kesler. ,,In het Gelredome zitten tegenwoordig nooit minder dan twintigduizend toeschouwers, terwijl je het vroeger op Monnikenhuize met zesduizend bezoekers wel had gehad. Als je elke keer `nee' moet verkopen tegen je supporters wegens gebrek aan ruimte gaat dat tegen je werken.''

FC Twente heeft bijvoorbeeld momenteel een wachtlijst voor seizoenkaarthouders en denkt aan uitbreiding. Kesler: ,,Gelukkig ligt er tegenwoordig een grondig marketingonderzoek aan ten grondslag als clubs investeren in hun accommodaties. Het is niet meer zo dat drie bestuurders al sigaren rokend en met een glas cognac in hun handen even beslissen dat hun club ook hogerop moet. Clubs investeren daarvoor steeds meer in professioneel kader.''

Desondanks is de voetbalbond van mening dat de clubs op te grote voet leven. Kesler: ,,Als je een negatief resultaat van 12 miljoen deelt door 36 lijkt dat niet veel. Toch zou bij Philips voor zo'n tekort een aantal mensen de laan worden uitgestuurd.''

Bouwer wijst erop dat de clubs niet overmoedig of te ambitieus moeten worden. Met een duidelijke vingerwijzing naar Vitesse. ,,Iedere club heeft in ons voetballandschap zijn eigen positie. Dat is historisch zo bepaald. Vitesse had ook zijn plaats, is in sportief opzicht wel hogerop gekomen maar bezat daar niet de financiële mogelijkheden voor. Als je op de ladder bent gestegen en je kunt je rekeningen niet betalen heb je het toch niet goed gedaan.''