... Máxima

EERST WAS het haar vader en zijn verleden, nu is het de toekomst van de titulatuur. Een cursus conform de Wet inburgering nieuwkomers hoeft Máxima Zorreguieta, de toekomstige echtgenoot van kroonprins Willem-Alexander, weliswaar niet te volgen, maar zij wordt wel op andere wijze terdege geconfronteerd met de bijzondere gevoeligheden van haar nieuwe land. Zo enthousiast als haar onthaal is bij `het volk', zo benepen lijkt de houding van hen die er over gaan, de politici. Dat wil zeggen: enkele onder hen. Een huwelijk, maar dan zonder vader; een plaats naast de troon, maar dan zonder de titel koningin. De immer in zeer voorzichtige bewoordingen geformuleerde mitsen en maren vormen een perfecte illustratie van de spanning die zit tussen een parlementaire democratie en een systeem van erfopvolging dat democratische legitimatie nu juist ontbeert.

Over de monarchie als staatsvorm bestaat een grote mate van overeenstemming. De principiële tegenstanders behoren tot een zeer kleine minderheid. Het ongemak met het systeem dat gekozen politici hebben, uit zich dan al gauw in de randvoorwaarden. Alleen vanuit die achtergrond is de plotselinge discussie te verklaren over de vraag hoe de aanstaande van de kroonprins zich in de toekomst zal mogen noemen: prinses of koningin.

In de toestemmingswet voor het huwelijk tussen Willem-Alexander en Máxima die de regering begin deze week naar het parlement stuurde, wordt hierover geen uitspraak gedaan. Nogal wat Kamerleden maakten hieruit op dat de titel van Máxima nog geen uitgemaakte zaak is. Strikt genomen is dat ook zo. Bij de behandeling van de toestemmingswet van prins Constantijn en Laurentien Brinkhorst heeft de regering al aangegeven dat een wijziging op de wet lidmaatschap van het koninklijk huis in aantocht is. Als het aan de regering ligt zullen er straks buiten de directe lijn van de erfopvolging geen personen zijn die de titels Prins der Nederlanden en Prins van Oranje Nassau gaan dragen. In lijn met die voorgenomen wetswijziging ligt het voornemen Máxima niet de titel Prinses van Oranje te geven, maar Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau.

DIT ZEGT ECHTER nog niets over haar aanspreektitel als Willem-Alexander straks koning zal zijn. Wordt de lijn gevolgd die is toegepast bij vorige koningen, dan wordt zij straks koningin. Uitgaande van de systematiek die is gehanteerd bij de echtgenotes van de drie laatste vorstinnen, wordt zij prinses. De vraag is waarom bij de koninginnen is gekozen voor de aanspreektitel prins voor de echtgenoot. Dit is vooral omdat de grondwet spreekt van de Koning als staatshoofd. Aangezien er maar één koning is, zou de aanspreektitel koning voor de echtgenoot van het staatshoofd slechts tot verwarring leiden. Vandaar de logische aanspreektitel prins.

Deze verwarring speelt niet als Willem-Alexander straks koning is. Om die reden is er dan ook geen enkel bezwaar tegen Máxima straks koningin te noemen. Voor de inhoud van haar toekomstige functie maakt het in elk geval niets uit. De discussie over de aanspreektitel behelst louter gevoelens en gewoontes. Ook duidt het wellicht op ongemak met het instituut als zodanig. Maar dan zou de discussie ook daarover moeten gaan, en niet om een afgeleide zoals de naamgeving.

Wie voor de monarchie kiest, dient te kiezen voor alle aspecten die daaraan vastzitten. Dus voor koningin Máxima.