KNMG: niet bij elk dood kind lijkschouwer

De lijkschouwing van minderjarigen moet niet standaard worden uitgevoerd door een forensisch geneeskundige zoals de ministeries van Justitie en Volksgezondheid voorstellen. Invoering van deze maatregel is overbodig, gezien het beperkte aantal minderjarigen dat een niet-natuurlijke dood sterft.

Dit heeft de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst (KNMG) laten weten in reactie op een brief van de staatssecretarissen van Justitie en Volksgezondheid aan de Tweede Kamer. Beide staatssecretarissen stellen voor om bij lijkschouwing van minderjarigen een forensisch geneeskundige eindverantwoordelijk te maken. Deze kan binnen 36 uur een multidisciplinair team opdracht geven tot nader onderzoek. Het team zou, naast een forensisch deskundige, moeten bestaan uit een kinderarts, een jurist en een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming.

Volgens Paul Rijksen, directeur van de KNMG, willen (huis)artsen de lijkschouwing niet uit handen geven en vrezen zij buitenspel te worden gezet. Dit zou zijn gebleken tijdens de algemene ledenvergadering. ,,Wij snappen niet waarom de maatregel noodzakelijk is. De vertrouwensrelatie tussen huisarts en patiënt is geen argument. Als de huisarts mishandeling of verwaarlozing door de ouders vermoedt, zal hij deze vertrouwelijke informatie toch moeten uiten aan de lijkschouwer''.

Het ministerie van Volksgezondheid zegt de maatregel te willen invoeren ,,omdat te veel minderjarigen ongemerkt een niet-natuurlijke dood sterven''. Een enquête door Justitie onder huisartsen wees in 1998 uit dat dit circa 40 keer per jaar voorkomt. Nu doet de huisarts de lijkschouwing bij minderjarigen; als de dood niet-natuurlijk lijkt, is hij verplicht een lijkschouwer erbij te halen. Dat gebeurt evenwel niet altijd.