Historisch besef sympathiek getoetst

Het vwo maakte gisteren het examen geschiedenis. Hendrik Spiering, redacteur wetenschappen, stortte zich op feiten en bronnen.

Het dominante gevoel tijdens het maken van een eindexamen is het gevoel leeg te lopen als het goed gaat tenminste. Vier, vijf, ja, soms zelfs zes jaren van conditionering bepalen dan het handelen: je krijgt een vraag en pats, je schrijft op wat je denkt dat ze willen horen.

Het hoofd is vol en moet leeg. Na het examen is de school alle macht kwijt en het hoofd is gezuiverd. De conditionering is voorbij. Waarschijnlijk daarom is dat euforische gevoel van de zomer met het diploma op zak nergens mee te vergelijken: je bent er vanaf!

Geen vak dat zo afhankelijk is van conditionering (en de precies voorgeschreven leerstof) als geschiedenis. Dat is vooral te merken bij het onvoorbereid maken van een examen, in mijn geval het vwo-examen oude en nieuwe stijl van gisteren. Want niet gevraagd worden de grote lijnen, die iedere burger nog wel paraat hoopt te hebben. Nee, twee onderwerpen slechts worden geëxamineerd: Duitsland 1945-2000 en Vier eeuwen Nederland en Indonesië. Het zijn klassieke `politiek-economische' onderwerpen, niks geen vrouwen- of mentaliteitsgeschiedenis.

Bij het koloniale verleden kan de toevallige passant, die niet een jaar lang is bijgepraat door een enthousiaste leraar, soms nog wel vertrouwen op zijn algemene, maar vage kennis. Waarom was er eeuwenlang geen westerse beïnvloeding van de Javaanse cultuur? Nou, eh, omdat de Nederlanders alleen maar in handel en geld geïnteresseerd waren (waren ze niet ook bereid om in Japan te spugen op de bijbel als voorwaarde voor handel?) en omdat de Javaanse bestuurders het vuile werk mochten opknappen (had je aan het begin van de vorige eeuw niet nog veel van die machtige Javaanse adel?).

Maar bij Duitsland is de tijdspanne kleiner en worden details belangrijker. Noem bijvoorbeeld drie problemen met betrekking tot Duitsland die besproken werden tijdens de conferentie van Potsdam waarover later ruzie ontstond tussen Oost en West. Eh, vast iets met het bestuur en de deling van Duitsland, de processen tegen de nazi's (Neurenberg!) en natuurlijk de herbewapening van Duitsland. Van de vwo-leerling wordt gelukkig meer precisie verwacht: het ging volgens de antwoordenlijst om de democratisering van Duitsland, de denazificatie (wel iets meer dus dan Neurenberg), de economische samenwerking én om de herstelbetalingen.

Wie goed oplette bij de les zal het examen vast goed kunnen maken. Geschiedenisonderwijs, kennelijk ook in het Studiehuis, bestaat nu eenmaal uit het kennen van `de drie redenen voor dit', `de vijf gevolgen van dat' en `de twee gemiste kansen van zussemezo'. Kennisbrokken om een historisch besef in de steigers te zetten. Later vallen die steigers veelal weg, en staat een wankele maar fiere Grote Lijn overeind.

Sympathiek is dat een groot aantal vragen (goed voor tweederde van het eindcijfer) betrekking hebben op bijgeleverde bronnen. Vooral vragen over cartoons zijn makkelijk. Er kan nu eenmaal weinig twijfel over zijn wat de bedoeling is van zo'n tekening. De leerling die vast zit, kan even op adem komen. Het lijkt me dat dit examen een dikke voldoende verdient. Wie het goed maakt, weet echt wel wat van de onderwerpen. En in drie uur moet zelfs die bewerkelijke vraag 11 te maken zijn: maak een diapresentatie over de toenemende zelfbeschikking van de West-Duitsers.

Mail je reacties naar:

examen2001@tegenspraak.nrc.nl