Het Joods Historisch verbouwt

Het Joods Historisch Museum in Amsterdam wil drastisch gaan verbouwen. Drie Nederlandse architecten maken een schetsontwerp. Het museum maakt in juli bekend welke architect de opdracht krijgt.

Veertien jaar na de opening van het door architectenbureau Premsela-Vonk ontworpen museum, gevestigd in een monumentaal synagogecomplex aan het J.D. Meijerplein, voldoet het gebouw niet meer aan de eisen van de moderne tijd, meent de museumdirectie. Ook maken nieuwe presentatietechnieken het mogelijk de joodse cultuur en geschiedenis op een toegankelijker manier te presenteren. ,,In ons gastenboek schreef een Amerikaanse bezoeker dat we hier te veel objecten hebben en te weinig geschiedenis'', zegt Daniël Bouw, hoofd van de afdeling communicatie van het museum. ,,Zo laten we heel veel zien, behalve over bijvoorbeeld de geschiedenis van de joden in Nederland.''

Die geschiedenis moet een van de kernpunten worden in de nieuwe vaste tentoonstelling. Daarbij is gekozen voor een chronologische opstelling, waarbij het verhaal wordt verteld vanaf het moment dat de eerste joden aan het eind van de zestiende eeuw naar Nederland zijn gekomen tot en met de gevarieerde joodse gemeenschap van vandaag. Bouw: ,,We willen aangeven dat de joden hier rond 1590 zijn gekomen en er nog steeds zijn. Ook zullen we in de nieuwe opstelling laten zien dat er veel vormen zijn van jodendom en de beleving daarvan.''

Een aantal historici is inmiddels bezig de chronologische geschiedenis van de joden in Nederland in kaart te brengen. Een van de medewerkers van het museum gaat daarbij op zoek naar oude filmfragmenten, waarvan er de laatste jaren steeds meer opduiken.

Verder moet het nieuwe museum een prentenkabinet krijgen, waarin onder meer het werk van Charlotte Salomon kan worden getoond. Ook zal in de nieuwe vaste opstelling op een andere manier aandacht worden geschonken aan de joodse religie en traditie. Daarbij zal het museum meer doen dan het tonen van ceremoniële objecten en wordt ook het verhaal achter die objecten verteld, onder meer met behulp van audiovisuele middelen.

In de nieuwe vaste opstelling krijgt de Tweede Wereldoorlog meer aandacht dan nu het geval is. ,,Toen het museum gebouwd werd, was men meer terughoudend ten opzichte van de oorlog'', zegt Bouw. ,,We wilden geen oorlogsmuseum worden.'' Maar door de recente maatschappelijke discussie over de roof en restitutie van joodse banktegoeden en de opvang van de overlevenden van de holocaust is wel degelijk behoefte ontstaan om aan die tot voor kort pijnlijke en `onbespreekbare' onderwerpen aandacht te besteden, aldus Bouw.

Een kerngroep van het museum, bestaande uit onder meer directeur Rivka Weiss-Blok en de conservatoren Hetty Berg en Edward van Voolen, oriënteert zich voor de nieuwbouw bij andere nieuwe musea in Nederland, zoals het Limburgs Museum in Venlo en het verbouwde Openluchtmuseum in Arnhem. Bouw: ,,Ook laten we ons door internationale experts vertellen wat er niet deugt aan het huidige museum. Daarbij worden zelfs de openingstijden onder de loep genomen.''

Het Joods Historisch Museum ontvangt nu jaarlijks zo'n 100.000 bezoekers en is daarmee een middelgroot museum. Na de verbouwing en herinrichting moeten dat er 120.0000 worden. Met de nieuwbouw is een bedrag gemoeid van tien miljoen gulden, waarvan ruim vier miljoen afkomstig is van het ministerie van OCenW en het overige deel van particulieren giften moet komen. Het nieuwe museum moet in mei 2003 klaar zijn.