`Het dealen moet eens afgelopen zijn'

Volgens sportarts Peter Vergouwen moet er een einde komen aan de wildgroei in voedings- supplementen voor topsporters.

IN DE KELDER van het Utrechts Medisch Centrum (UMC), waar de afdeling Topsport Geneeskunde is ondergebracht, presenteert Peter Vergouwen op grond van 20 jaar ervaring koele cijfers: de kwaliteit van de voeding van topsporters, zo blijkt uit analyses, is voor 70 tot 90 procent onvoldoende. De sportarts zelf spreekt van schokkende getallen.

De conclusie van Vergouwen staat in flagrante tegenstelling tot de opvattingen van de sporters. Die vinden vrijwel zonder uitzondering dat hun voedingspatroon goed is. Maar de sportarts bewijst keer op keer het tegendeel, in de meeste gevallen met ondersteuning van bloedonderzoek. ,,Maar als ik een sporter daar in wetenschappelijke termen mee confronteer, klinkt dat niet heroïsch genoeg. De kennis over voeding onder sporters is heel slecht. En dan komt de redding: het potje. Maar vooral de verkoopkracht van het potje en de mystiek van het potje.''

Vergouwen, die onder anderen tennisser Richard Krajicek en atleet Simon Vroemen begeleidt, is op zichzelf geen tegenstander van voedingssupplementen, maar hij pleit nadrukkelijk voor advies op maat. Suppletie kan volgens hem pas plaatshebben nadat een grondige analyse is gemaakt van zaken als: de trainingsintensiteit, de verhouding arbeid-rust, het herstelvermogen én de voeding. Vergouwen: ,,Pas dan kijk ik in welke mate aanvulling nodig is en vooral welk middel gewenst is. Ik ga daarin heel gericht te werk.''

Zijn adviezen hebben een grote diversiteit en zijn zeer individueel gericht. ,,Er is geen marathonloper gelijk en er gaapt een levensgroot gat tussen een kleiduivenschutter en een duursporter. Maar ook tussen een Europeaan en bijvoorbeeld een Afrikaan. Met die laatste groep heeft Vergouwen ervaring opgedaan door het bureau van oud-atleet Jos Hermens, die als manager optreedt voor met name Ethiopische en Keniaanse lopers.

Naast genetische verschillen, een hoger rood bloedbeeld, hogere ijzerwaarden en een betere hormonale balans, komt Vergouwen bij Afrikaanse atleten tot een significant betere voedingsanalyse. ,,Zij staan met hun voeding dichter bij de natuur'', verklaart hij zich nader. ,,Bovendien nemen ze de tijd om te eten. Dat is een groot voordeel ten opzichte van onze cultuur, waar atleten 25 uur training vrolijk combineren met 18 uur reistijd. En dan moet er tussendoor ook nog gegeten worden. Als de opbouwprocessen optimaal zijn, verlopen de herstelprocessen ook beter. Zo simpel is dat.''

Pas als Vergouwen inzicht heeft gekregen in het voedingspatroon van een sporter, komt hij met zijn adviezen. Dat kan variëren van vitamines uit de B-reeks voor een duursporter tot een ijzerhoudend middel voor een vrouwelijke atleet. Bij intensieve duursporters als marathonschaatsers schrijft Vergouwen vrijwel zonder uitzondering vitaminen en mineralen voor, ook al staat deze categorie van alle atleten het dichtst bij de natuur.

Alle middelen die Vergouwen benoemt, zijn geregistreerd en verkrijgbaar in Nederland. Desondanks merkt hij vrijwel dagelijks dat de sporter in de val van de commercie trapt. Vergouwen: ,,Want naast mijn genuanceerde adviezen kiezen sporters maar al te vaak voor voedingssupplementen van een ander fabrikaat. Dat hoeft niet verkeerd te zijn, maar vaak blijken ze gevoelig voor die ongelooflijk holvatige verkooptrucs. Ze komen vaak met een arsenaal aan supplementen aanzetten, met namen die ik niet altijd kan thuisbrengen. Ik zou daar veel over kunnen ophelderen maar ik heb mijn medische geheimhoudingsplicht. Dus ik mag niets zeggen.''

Vergouwen heeft regelmatig het gevoel tegen schaduwen te moeten vechten. Om zijn keus voor een bepaald voedingssupplement te verdedigen, schermt een sporter graag met beroemde namen. ,,Hoe vaak ik wel niet hoor: `maar die en die gebruiken dat middel ook.' Op mij maakt dat geen indruk. Een sporter moet eerst en vooral goed trainen. Resultaten koop je niet met een potje. Het kan je hooguit helpen je optimaal te voelen of het herstel te verbeteren.''

Bij zijn adviezen wordt Vergouwen bovendien nogal eens gehinderd door de commercie, die zo slim is om contracten met atleten af te sluiten. En sponsoring verplicht een sporter vanzelfsprekend tot gebruik van het middel waar hij of zij reclame voor maakt. ,,Maar als ik dan vraag waarom dat spul wordt gebruikt, krijg ik zelden een afdoende antwoord'', verbaast Vergouwen zich keer op keer. ,,Al die potjes naast mijn voedingsanalyses leidt tot chaos.''

Vergouwen matigt zich geen oordeel aan over de deskundigheid van fabrikanten in voedingssupplementen. ,,Dat verschilt'', blijft hij diplomatiek. ,,Ik wil weten waarom iemand moe is, zich niet lekker voelt of verklaart `dat het op de training niet gaat'. Maar een voedingsfirma is een commerciële instelling; die wil geld maken. En het gekke is, dat de sporter lang niet altijd wil betalen voor ons werk, maar bakken met geld uitgeeft voor preparaten. In dat opzicht vind ik het wel goed, dat de discussie over voedingssupplementen is opgelaaid. Het loopt tegenwoordig de spuigaten uit; iedereen handelt erin. Kijk naar sportscholen. Er wordt enorm gedeald en dat moet een keer afgelopen zijn. Het wordt tijd voor kwaliteitseisen.''

Aan de andere kant worstelt Vergouwen met het probleem dat hij niet op alle vragen een wetenschappelijk onderbouwd antwoord kan krijgen. Hij doelt met name op zaken waar het fout gaat, zoals het geval was met de Duitse atleet Dieter Baumann, die onder behandeling stond van Vergouwen. Baumann werd betrapt op nandrolon, terwijl de Utrechtse sportarts zijn hand voor hem in het vuur durft te steken.

,,Ik wil de oorzaak weten. Komt het van een medicijn, van een voedingssupplement of is er iets in zijn lichaam veranderd? Dat wil ik onderzocht zien. Ik schuw dan ik niet om internationale laboratoria te bellen. Maar die meten alleen het product dat in de urine zit. Er is totaal geen interesse om uitputtend onderzoek te doen naar oorzaken. Je moet toch ook kunnen zeggen dat het lulkoek is. Maar dan sta je alleen. Je kan toch niet zo maar iemand twee jaar zijn sport ontzeggen? Ik vind het schandalig dat de discussie op gang komt als een paar dure voetballers worden betrapt. Te triest voor woorden. Maar het maakt nogmaals duidelijk dat aanvullend onderzoek dringend gewenst is.''

Het sterkt Vergouwen in zijn opvatting dat zuiverheid de basis van zijn handelen moet zijn. ,,Ik wil altijd weten waarom ik iets doe en waarom ik iets voorschrijf. Want er is genoeg te verkrijgen. Maar als je goed traint en goed leeft en dat zijn twee nogal zware eisen dan komt het wel goed.''