Fernweh

Olifanten, leeuwen en giraffen ontmoette Jack Janssen als kind levensgroot in zijn eigen huiskamer. De smalfilms van zijn ouders toonden een andere wereld, maar ook weer niet, want het hondje van de familie Janssen liep ook door het beeld. Ze hadden in Kenya gewoond voor hij geboren was, en het was de plaats op aarde waar hij ook geweest had moeten zijn.

Als volwassene ging de documentaireregisseur Jack Janssen eindelijk op safari. In de gelijknamige film vermengt hij de oude home movies met ongeveer even oude speelfilms, die het idealiseren van de exotische natuur (en van de `primitieve' cultuur van de Masaï) door superblanke reizigers celebreren, maar vooral met wat Janssen daar nu aantrof.

Safari is een geestig, soms hilarisch, dan weer bitter spel met visuele clichés uit antropologische films en reisgidsen. Een intelligente montage en ironisch commentaar confronteren de Fernweh van de maker (die eerder onder meer in Chili Amor...no maakte) met de prozaïsche werkelijkheid. Nog steeds bewegen zich toeristen door de savanne, die net zulke rare projecties op wilde beesten los laten als in hun ogen de autochtonen. Wie moet wie beschermen en waarom?

Fraai camerawerk, een eigenzinnige relativering van culturele vooroordelen en een geraffineerde soundtrack (met idiote pseudo-exotische muziek uit de oude doos) maken van Safari een aangenaam rommeltje, dat bij nader inzien misschien toch meer structuur heeft dan je in eerste instantie zou denken. Doodzonde dat zo'n film alleen een marginale uitbreng op video ten deel valt.

Safari. Regie: Jack Janssen. In: Het Ketelhuis, Amsterdam (alleen ma).