Altijd jong

EEN DER BEROEMDSTE senioren ter wereld voorspelde het al in 1974. Hij zelf was toen 33 jaar oud. ,,Stand upright and be strong, may you stay forever young'', aldus Bob Dylan. De song was bedoeld voor zijn kinderen. Maar tekst en muziek werden al snel tot het lijflied van de geboortegolf die in Forever Young het parool zag waarmee de eigen ouderdom kon worden bezworen.

Morgen wordt Bob Dylan ergens in de wereld zestig jaar. Gisteren publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een rapport over zijn leeftijdgenoten in Nederland. Hun hoofd, handen en voeten zijn beziger dan ooit. In de groep van 55 tot 64 jaar is ongeveer 48 procent van de mannen en 20 procent van de vrouwen actief op de arbeidsmarkt. Dat is tien procentpunt meer dan in 1993. Ongeveer 40 procent bezit een eigen huis ter waarde van ruim drie ton en nadert daarmee het landelijke gemiddelde van vijftig procent. Slechts eenvijfde moet rondkomen van een laag inkomen, zeven procentpunt minder dan tien jaar geleden. En daarbij blijft het niet. Ruim eenderde van de 65-plussers doet aan sport en een tiende gebruikt inmiddels een computer. In de leeftijdscategorie daaronder, de 55- tot 65-jarigen die om demografische redenen zullen blijven domineren, zijn deze percentages zelfs twee tot drie keer hoger. Pas na de 75ste verjaardag wordt het anders, vooral door een problematischer gezondheid en het verscheiden van vrienden en kennissen die altijd het sociale `netwerk' hadden gevormd.

HET ZIET er dus goed uit. De Nederlandse maatschappij is nog altijd jong en zal dat ook blijven, vooral omdat de middelbaren van nu hun in de jaren zestig opgedane levenswijze straks zullen proberen voort te zetten.

Ware het niet dat het SCP ook een minder rooskleurig beeld schetst. In de onderste lagen van de maatschappij is er namelijk geen sprake van een `Zwitserleven-gevoel'. Wie geen of weinig pensioen geniet, heeft weinig perspectief op een inkomen dat bij de hedendaagse levensstijl hoort. De schaarste aan `ouderenwoningen' zal toenemen, hetgeen de minder bedeelden meer zal raken dan de beter gesitueerden. Bovendien zullen de verschillen binnen de groep ouderen zich meer en meer langs etnische lijnen gaan aftekenen. Over vijftien jaar zullen ruim tweehonderdduizend, niet bepaald kansrijke 55-plussers van merendeels Turkse en Marokkaanse afkomst in Nederland wonen.

Deze vooruitzichten nopen tot `generatiebewust beleid en solidariteit', zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 1999 heeft vastgesteld. Maar zo simpel is het niet. Naarmate de nieuwe jonge ouderen welvarender worden, zal het woord `rechtvaardigheid' minder vanzelfsprekend in hun vocabulaire voorkomen. Financieel kan dat worden opgevangen met een verdere toename van hun arbeidsparticipatie en dus hun belastingafdracht. Belangrijker is echter de andere kant van de generatielijn: het onderwijs. Wie meer en beter school gaat, draagt navenant bij aan de kwaliteit van de samenleving. Generatiebewust beleid begint met de kleuters. In de woorden van Dylan: ,,May you have a strong foundation, when the winds of changes shift''. De nieuwe ouderen zouden in deze zin iets minder jong moeten willen zijn.