Zelfcensuur

Leden van het koningshuis zijn de hoogst betaalde ambtenaren. Dat de regering greep wil houden op hun uitspraken kan ik des te beter begrijpen sinds prins Willem-Alexander in New York op tv verwees naar de Argentijnse generaal Videla. Als toekomstig staatshoofd deed hij dat ook namens mij. En omdat ik niet op hem kan stemmen, wat in een volwassen democratie eigenlijk hoort, moet een politicus namens ons, de kiezers, toezicht op hem houden. De media kunnen zelf bepalen of ze de leden van het koningshuis onder die strikte voorwaarden willen spreken. De meeste ambtenaren willen slechts anoniem achtergrondinformatie geven. Over zo maar een interview op naam doen ze moeilijk en dan worden ze meestal omgeven door zenuwachtige voorlichters. Maar de leden van het koninklijk huis moeten juist publiekelijk worden vertoond zodat je dan altijd malle toestanden krijgt met de RVD en de verantwoordelijke premier Kok.

Ik vrees dat premier Kok uit schrik voor Willem-Alexanders New-Yorkse blunder naar de andere kant is doorgeschoten door de opmerking over de tabaksindustrie van de ver van de troon af staande Laurentien Brinkhorst uit het tv-interview van vorige week te schrappen. Dat stond in Algemeen Dagblad. Ik begrijp niet wat het verschil kan zijn met het interview in Elsevier waar ze zich wel over tabak uit mocht laten. Van 1995 tot 1997 heeft ze gewerkt voor Philip Morris en daar had ze veel van geleerd zei ze. ,,Het feit dat ik er weg ben gegaan, zegt genoeg'', voegde ze daaraan toe. Volgens De Volkskrant was Constantijns bijval voor de inkrimping van het koninklijk huis uit het tv-interview geschrapt. NRC Handelsblad heeft jaren geleden wel eens besloten zo'n gekortwiekt interview met Willem Alexander te laten zitten. De NOS kan zich dat als staatstelevisie met miljoenen popelende kijkers niet veroorloven. ,,Ik mis natuurlijk de vragen en antwoorden die niet zijn uitgezonden. Royalty-verslaggeving kent z'n beperkingen'', schreef NOS-chef Lars Andersson afgelopen zaterdag in het Hollands Dagboek.

In Barend en Van Dorp zei interviewster Maartje van Weegen dat ze daar wel vrede mee had. De parlementaire redactie heeft ook last van het censuurmes als ze ministers interviewt, zei ze: ,,Ook als het letterlijk zo is gezegd, dan zegt de minister in kwestie, zo heb ik het niet bedoeld hoor, mijn toon was toch een klein beetje anders'' en hup daar sneuvelt het citaat. Van Weegen: ,,De journalist die zo'n afspraak met een politicus heeft gemaakt, moet zich daar ook aan houden.'' Maar wie is er zo stom zoiets af te spreken met een gekozen politicus? Helaas is de hele Nederlandse journalistiek er bij de politiek ingestonken en verslaggevers worden door woordvoerders tegen elkaar uitgespeeld. Wie niet aan zelfcensuur doet, krijgt geen interview. Vandaar dat ik zelden een opmerkelijk vraaggesprek zie of lees met een politicus, wel veel politiek correct lawaai en soundbites. Als VVD-leider Dijkstal zijn mediaoptredens wil minderen, moet hij ook de censuur afschaffen. Voor minister Borst heb ik waardering gekregen omdat ze een serieus interview gaf aan deze krant over euthanasie en daarna dapper aan haar stellingen vasthield.

Ook bedrijfstopmannen mogen ingrijpen in hun eigen interviews. In het buitenland bestaat zulke journalistieke zelfcensuur niet. Dat zei voormalig Unilever-topman Loudon drie weken geleden in B&W. Hij zat vroeger vaak in spanning over wat de journalist van een vraaggesprek maakte. ,,In Nederland waren ze nog zo vriendelijk om het van te voren te laten lezen.'' Maar de Amerikaanse media geven de geïnterviewde geen recht op ingreep.

Ik vraag me af hoeveel controle de gepensioneerde topman Cor Boonstra had op het lovende tweeluik over hem, Adieu, mr. Philips, adieu. De kijker zou daarover geïnformeerd moeten worden: ,,Bij deze documentaire heeft de geportretteerde gebruik gemaakt van zijn recht om onwelgevallige passages te schrappen.''