Squasher Berden bestormt top

Tommy Berden, Nederlands beste squasher van dit moment, wil de beste van de wereld worden en hoopt op een `Krajicek-effect' en meer aandacht voor squash.

Tommy Berden maakte in januari een einde aan de hegemonie van Lucas Buit die achtmaal de nationale squashtitel voor zich opeiste. De 22-jarige Berden werd voor het eerst in zijn (relatief) korte loopbaan kampioen van Nederland. Twee weken geleden won hij nog het Open Maleisisch squashkampioenschap.

Pas op zijn veertiende begon Berden met squashen. ,,Ik wilde profvoetballer worden, dat was altijd mijn droom'', vertelt de squasher die in zijn pubertijd een jaar voor de C-jeugd van Ajax uitkwam. Berden ontwaakte op zijn dertiende uit zijn voetbaldroom, toen hij door de profclub fysiek te licht werd bevonden.

De terugkeer naar de amateurs van Almere was echter van korte duur. Voetbal maakte plaats voor squash. ,,Het begon met een tennisbal tegen de muur slaan. Daarvoor was het altijd voetbal'', zegt de squasher die als 15-jarige het Nederlands kampioenschap onder de zestien won.

Schijnbaar vanuit het niets verwierf de jeugdige Berden zich ineens de status van squashtalent. Dat ontging de toenmalige jeugdbondscoach Sjef van der Heijden allerminst. ,,Sjef vroeg me bij hem te komen wonen om een betere squasher te worden en mijn VWO af te maken. Een unieke kans.''

Vierenhalf jaar woonde Berden in Veldhoven, waar Van der Heijden een sportschool had. Gezien de winst op het Europees jeugdkampioenschap in 1998 en zijn progressie op de wereldranglijst geen verloren jaren. ,,Sjef heeft me geholpen de squasher te worden die ik nu ben.''

Inmiddels nadert Berden, na zijn zege in Maleisië, de top-30 van PSA-ranking (Professional Squash Association). De zelfverzekerde squasher die eind dit jaar debuteert op het WK in India, wil de beste van de wereld worden. ,,Ik ken mijn sterke en zwakke punten en heb de wil om te slagen.''

Zijn doelstelling acht Berden realistisch genoeg. ,,De top-5 is haalbaar, daarna zijn de verschillen klein. Bij de jeugd behoorde ik al tot de wereldtop. De beste spelers zitten aan hun plafond, zelf word ik steeds beter. De wereldtitel is mogelijk.''

Mocht Berden zijn droom verwezenlijken, dan betekent dat een doorbraak voor het squash. Behalve Berden en Buit kent Nederland geen toppers. De zevende plaats op het EK voor landenteams vorige maand geeft de krachtsverhoudingen goed weer. De positie in de subtop van Europa lijkt vreemd voor een land waar ruim een half miljoen mensen squashen.

,,Squash heeft een Vriesekoop- of Krajicek-effect nodig. Na de winst van Krajicek op Wimbledon werd tennis populairder. Als een Nederlander de wereldtitel squash pakt, volgen de media en de sponsors vanzelf. Elke tennisser kent Krajicek, maar weinig squashers kennen mij'', verklaart hij het gebrek aan aandacht voor zijn sport.

Momenteel domineren buitenlanders, vooral afkomstig uit Groot-Brittannië en Australië, zowel de wereldtop als de Nederlandse competitie. Berden en Buit zijn de enige Nederlanders die worden opgesteld.

,,Een voorstel om minimaal één Nederlander per team op te stellen, is afgeblazen. Voor mijn spel is dat niet slecht, want zo speel ik meer partijen tegen buitenlandse toppers. Maar voor de Nederlandse squashers in het algemeen is het een slechte zaak'', aldus Berden die fulltime met squash bezig is.

Jaarlijks speelt hij tien competitieduels in Nederland en acht in Duitsland. Daarnaast speelt Berden elk jaar zo'n vijftien PSA-toernooien en de Nederlandse en Europese kampioenschappen. Hij traint twintig tot dertig uur per week en is geregeld in het krachthonk te vinden. ,, Mijn voetenwerk en tactisch inzicht zijn sterk, maar ik moet krachtiger worden.''

Berden is voor zijn inkomen afhankelijk is van een bijdrage van NOC*NSF, een vergoeding voor competitieduels en het prijzengeld van de PSA-toernooien.

Begin juni moet de squasher zich in Londen kwalificeren voor de prestigieuze British Open, het `Wimbledon' van het squashcircuit. Daar speelt ook zijn Australische vriendin, Nathalie Grinham, nummer negentien van de wereld. ,,We hebben elkaar dan vijf weken niet gezien, dat hoort erbij als je aan de top speelt. Anderzijds stimuleren we elkaar enorm.''