Preekverbod voor imam in Marokko

De Marokkaanse regering heeft de Rotterdamse imam Khalil el-Moumni, die recentelijk voor opschudding zorgde door zijn opmerkingen over homoseksualiteit, in 1991 een preekverbod opgelegd wegens fundamentalistische agitatie. Dat blijkt volgens weekblad Vrij Nederland uit de (Arabische) verzamelde preken van de imam. Khalil el-Moumni was in 1991 imam in de Marokkaanse stad Oudja, die begin jaren negentig het toneel was van gewelddadige rellen tussen fundamentalistische en progressieve studenten op de Mohammed-universiteit. In de Preken over de sociale problemen die de moslimgemeenschap in den vreemde ondervindt beschrijft el-Moumni hoe hij `beschuldigd' werd van het ophitsen van de fundamentalistische studenten. `De linkse kranten hebben mij aangevallen en mij ervan beschuldigd dat ik gelovigen zou aanzetten tegen de communisten op de universiteit. Zij hadden de moslims beledigd en riepen atheïstische leuzen. (...) Ik zou ook groenteboeren en studenten hebben aangezet tot geweld tegen de linkse studenten.' Volgens el-Moumni heeft hij de moslimstudenten niet aangezet tot geweld, maar slechts opgeroepen `zichzelf te verdedigen'. Niettemin legde het ministerie van Religieuze Zaken hem een preekverbod op. Na een jaar werkloos te zijn geweest, kon el-Moumni in 1992 in Rotterdam zijn taak als imam weer oppakken.

De uitspraken van el-Moumni in de actualiteitenrubriek Nova, waarin de imam homoseksualiteit omschreef als een ,,ziekte'' en ,,een gevaar voor de samenleving'' staan niet op zichzelf, zo schrijft Vrij Nederland. In zijn preken noemt el-Moumni de westerse beschaving ,,een beschaving zonder moraal''.

,,In Nederland is het toegestaan dat homo's met elkaar trouwen. Europeanen staan lager dan honden of varkens. Homoseksualiteit komt bij die beesten immers niet voor.''

Het openbaar ministerie onderzoekt of el-Moumni zal worden vervolgd wegens discriminatie. Mocht de imam hiervoor veroordeeld worden, dan zal Nederland hem niet het land uitzetten, zo heeft minister Van Boxtel (Integratiebeleid) aangekondigd.

De Kamerfracties van PvdA, VVD en CDA hadden hierom gevraagd. Volgens Van Boxtel is er geen juridische grondslag voor uitzetting.