Overzicht van Pieter Bruegels tekeningen

In het Museum Boijmans Van Beuningen opent overmorgen een overzichtstentoonstelling van de tekeningen van Pieter Bruegel de Oude. ,,Bruegel was een middle-of-the-road humanist'', zegt samensteller Manfred Sellink.

Over zijn leven is nagenoeg niets bekend. Veel werk liet hij kort voor zijn dood verbranden. Van wat aan tekeningen aan hem werd toegeschreven, is de laatste decennia een fors deel afgevallen. En dan geniet hij ook nog de reputatie van een boertige grappenmaker, bijgenaamd Pier den Drol, met een voorkeur voor het platte plattelandsvermaak in de Zuidelijke Nederlanden.

,,De persoon Pieter Bruegel de Oude mag voor altijd een raadsel blijven, de kunstenaar Bruegel had een veel bredere optiek dan het boertige plezier rond Antwerpen'', zegt kunsthistoricus Manfred Sellink. ,,Als een moralist, een humorist en `een kind van zijn tijd' heeft hij met een origineel en eigentijds realisme èn met afstandelijke ironie zijn 16de-eeuwse wereld levendig in beeld gebracht.''

Sellink, als hoofdconservator vertrokken uit Boijmans en nu directeur van de zeven musea van Brugge, deed vijf jaar onderzoek naar de tekeningen en prenten van Pieter Bruegel de Oude (ca. 1527-1569). Zodoende kan Boijmans vanaf volgende week een uitgebreid overzicht van diens werken op papier brengen: 54 van de in totaal 60 overgebleven tekeningen en zo'n tachtig gravures, plus vele grafische bladen van navolgers. Schaatsvermaak, zeegezichten, panorama's van de Alpen, bruiloften en vechtpartijen, bijbelse en allegorische scènes.

Later reist de tentoonstelling naar het Metropolitan Museum in New York en nu al ligt de gave Amerikaanse catalogus op tafel, ,,een standaardwerk voor de komende 25 jaar'' met reproducties in een scala van sepia. Op verzoek van het Metropolitan heeft Sellink de kleurproeven steeds vergeleken met de Europese originelen, waar die zich ook maar mochten bevinden. Bij een zweem van twijfel kwam er alsnog een Amerikaanse conservator over.

Boijmans verwacht zo'n honderdduizend bezoekers voor dit hoogtepunt van Rotterdam Culturele Hoofdstad van Europa. ,,Nee, die Hoofdstad heeft er niets mee te maken'', zegt Sellink. ,,In 1995 wilden we Bruegel al presenteren. Tijdens een terloops gesprek in New York bleek ineens dat het Metropolitan Museum graag met ons in zee wilde. De 16de-eeuwse Nederlanden ziet men daar nu als een speerpunt van studie en tentoonstellingsbeleid.

Eerst zou dit overzicht naar New York gaan en zoals gebruikelijk pas daarna, eind 2002, naar Rotterdam reizen. Op verzoek van de stad is de datum vervroegd. Aan opzet en sponsoring door de Fortis Bank is niets veranderd. Een mooie culturele en financiële meevaller voor Rotterdam dus.''

Het `papieren' oeuvre van Bruegel is drastisch herzien. Vanaf de jaren zeventig kwamen complete series van veertig tot tachtig tekeningen op naam te staan van andere, veelal anonieme meesters. Door onderzoek van papier, watermerken, compositie, stijl en thematiek schrijft men nu bijvoorbeeld de veertig portretten van boeren en bedelaars toe aan Roelandt Saverij (1576-1639), die ze na Bruegels dood in de joodse wijk van Praag vastlegde.

Sellink: ,,We weten nu dat Bruegel als ontwerper van prenten, die verspreid vanuit Antwerpen zijn reputatie moesten vestigen in de Noordelijke Nederlanden, Duitsland, Frankrijk en Italië, nauwlettend toezag op de zorg voor het eindproduct van graveur en drukker. Want na zijn dood liep de kwaliteit sterk terug. En we kunnen nu ook traceren dat Bruegel pas vanaf zijn huwelijk in Brussel, in 1563, één van de weinige data die we kennen, van schilderen zijn hoofdberoep maakte.''

Een bescheiden deel van het werk van `Boeren Bruegel' heeft inderdaad betrekking op buitenleven en boerenbruiloften. Aan die misplaatste nadruk is met name de 17de-eeuwse kunstenaarsbiograaf Karel van Mander debet. ,,Bruegel was weliswaar geen humanist, maar hij leunde in Antwerpen zwaar tegen het erudiete milieu van de drukker Plantijn en de geograaf Coornhert aan. In zijn tijd kwam de Contrareformatie op gang, hij werd een `middle of the road'-humanist, die met zijn moralistische visie de eigen verantwoordelijkheid van de mens op aarde benadrukte. In zijn commentaren op het menselijk bedrijf droeg hij christelijke waarden uit – scherpzinnig en ironisch. En hij dreef de spot met menselijke zwakheden, zoals luiheid en hebzucht. Tot zijn klanten behoorde de geschoolde en gefortuneerde elite. De Latijnse tekst bij zijn prenten ontging de veelal ongeletterde bevolking volkomen. Wist u trouwens dat in 1840 zestig procent van de Brugse bevolking nog analfabeet was?''

Vergelijk je in die verse, Amerikaanse catalogus de authentieke tekeningen en prenten met de bladen van tijdgenoten, dan springt in het oog met wat voor beheerste souplesse Bruegel massa-evenementen in kerken en op erven tot in de finesses wist neer te zetten. Ze zijn niet van hout, zoals bij anderen, maar van vlees en bloed, en volop in actie.

Vooral op de bijbelse prenten laat de invloed van de Jeroen Bosch' fabelwereld zich gelden. ,,Nee, kopiëren deed hij niet, zegt Sellink. ,,Hij voegde aan Bosch zijn eigen verbeelding toe. Sommige gedrochten, zoals een wandelende vis of een kruik op mannenbenen zijn inderdaad naar Bosch te herleiden, maar ze zijn altijd net even anders. Ikzelf houd het meest van dat ene ironische zelfportret. De introverte, wijze kunstenaar in gezelschap van een onbenullige `kenner' en verzamelaar, die alleen de kunst verstaat van het in de buidel te tasten - wat Bruegel hem dan ook gretig laat doen.''

Vanaf 24/5 in Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam.