Midden-Oosten dwingt VS tot betrokkenheid

De VS hebben gisteren een `speciale assistent' voor het Arabisch-Israëlische conflict benoemd. De regering-Bush houdt zich niet zo afzijdig van het gebied als zij wenste.

In februari verzekerde de Amerikaanse regering nog dat óók ten aanzien van het Midden-Oosten alles anders zou worden: óók wat betreft het Israëlisch-Palestijnse conflict zou een hands off beleid worden gevolgd.

Maar het Midden-Oosten is weerbarstige materie. Drie maanden later is Washington toch gedwongen een speciale afgezant voor het Arabisch-Israëlische conflict te benoemen, namelijk William Burns. Wat nog verschilt met het tijdperk-Clinton is dat Burns, nu ambassadeur in Jordanië en toekomstig onderminister van Buitenlandse Zaken voor het Nabije Oosten, `assistent' heet en zijn tijd niet uitsluitend aan het conflict zal wijden, in tegenstelling tot Clintons afgezant Dennis Ross.

Dat zegt men nú althans op het State Department. Het is de vraag hoe dat over zeg een maand zal zijn uitgepakt. Het aardige is dat Burns zelf voorstander is in een actieve Amerikaanse rol in het Midden-Oosten. ,,Met alle gevaren en frustraties in het Midden-Oosten is actieve Amerikaanse betrokkenheid noodzaak, niet een optie'', zei hij voor zijn benoeming tegenover een Senaatscommissie.

Maar de benoeming van de `speciale assistent' is niet de eerste stap naar actieve betrokkenheid van de regering van president Bush in het Midden-Oosten. De VS houden zich veel minder afzijdig van het Israëlisch-Palestijnse conflict dan zij zelf voorstaan en de Israëlische regering zou wensen. Het regent verklaringen. En er zijn twee zeer concrete voorbeelden van succesvolle Amerikaanse interventies aan Israëlische zijde:

Op 16 april bezetten Israëlische troepen een strook grond in autonoom Palestijns gebied in de Gazastrook om een eind te maken aan mortierbeschietingen op een naburig Israëlisch grensplaatsje. ,,We zullen in deze plaatsen blijven zolang als noodzakelijk is – dagen, weken, maanden'', zei de bevelvoerder, generaal-majoor Yair Naveh, op 17 april tijdens een persbriefing. Enkele uren later trokken zijn troepen zich uit het gebied terug nadat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, de actie in een publieke terechtwijzing ,,disproportioneel en excessief'' had genoemd. De Israëlische regering sprak van ,,communicatieproblemen'' en zei dat het nooit de bedoeling was geweest te blijven; het leger was razend omdat het tot zondebok was bestempeld.

Op 8 mei riepen de VS de Israëlische regering op om uit te leggen waarom het van plan was 1,5 miljoen shekel, 360 miljoen dollar, extra uit te trekken ter ondersteuning van joodse nederzettingen in bezet gebied, zoals de krant Ha'aretz 6 mei had gemeld. ,,Dit dreigt de al instabiele situatie in de regio verder aan te wakkeren, en is provocatief'', aldus Washington. Een woordvoerder van premier Sharon noemde de Amerikaanse verklaring ,,oneerlijk''. ,,Wat is provocatief aan het bouwen van een kleuterschool omdat er meer baby's worden geboren?'' vroeg hij. Twee dagen later ontkende de Israëlische regering dat zij ooit van plan was geweest om extra geld voor de nederzettingen uit te trekken.

Minister Powell gaf vorige week aan waarom het ondoenlijk is Israël te laten begaan. In een vraaggesprek met CNN erkende hij dat het geweld tussen Israël en de Palestijnen het ,,veel moeilijker'' maakt een nieuwe Irak-politiek van de grond te krijgen.