... maar die is nog niet genoeg voor vrede

De Amerikaanse betrokkenheid in het Midden-Oosten moet nog heel wat groter worden voor een vredesinitiatief succes kan hebben.

Er zou een wonder moeten gebeuren indien de aanbevelingen van het rapport-Mitchell Israël en de Palestijnen nieuwe vredeshoop zouden geven, de toegenomen Amerikaanse betrokkenheid ten spijt. Hoe onaangenaam gisteren ook enkele van de zinsneden uit het rapport van senator George Mitchell Israël in de oren klonken, er viel een steen van het hart van premier Ariel Sharon toen de Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken Colin Powell geen direct verband legde tussen beëindiging van de vijandelijkheden en een onmiddellijke bevriezing van alle nederzettingactiviteit. Sharon zou in grote moeilijkheden zijn gekomen met de fanatiek-nationalistische vleugel in zijn regering indien Powell geen ruimte had gelaten tussen een bestand en zijn nederzettingenbeleid.

De Israëlische interpretatie van Mitchells rapport en Powells vredesinitiatief is eenvoudig: als de Palestijnen alle vormen van geweld staken volgen wij met plezier. Na een periode van absolute rust, twee of drie maanden, kan wat premier Sharon betreft worden gepraat over een tijdelijk moratorium op de verdere uitbreiding van nederzettingen. In dat tijdsbestek kan het Israëlisch-Palestijnse vredesoverleg worden hervat. Aan de nieuwe Amerikaanse bemiddelaar, William Burns, dan de taak in overleg met de partijen na te gaan of en hoe een bestand en bevriezing van de bouw in nederzettingen in de tijd aan elkaar kunnen worden gekoppeld.

Israël heeft evenals de Palestijnen met het nodige voorbehoud het Mitchell-rapport aanvaard. ,,Nee'' zeggen tegen Washington is geen goede diplomatie ook al wordt er door Sharon en Arafat verschillend over het rapport en de verklaringen van Powell van gisteravond gedacht. De Palestijnen hadden op een krachtiger Amerikaans vredesinitiatief gehoopt, met meer begrip voor hun zaak.

Nu dat anders is uitgepakt, omdat zoals de correspondent van de Israëlische TV in Washington gisteravond zei, de Amerikanen de hete aardappel liever bij de partijen leggen dan zich er zelf aan te branden, is Sharon best tevreden. Hij wil geen Amerikaans of ander vredesinitiatief. Sharon veronderstelt nog steeds de Palestijnse volksopstand met geweld te kunnen onderdrukken en zijn Palestijnse vijand Arafat aan zijn wil te kunnen onderwerpen. Het kan lang duren, dat weet hij, maar zijn belofte aan het Israëlische volk is dat ,,wij zullen winnen''. Zolang president Bush de Palestijnen teleurstelt, heeft Sharon reden tot tevredenheid.

De Israëlische voorlichtingsmachine gaat nu op volle toeren draaien om de wereld Israëls gelijk uit te leggen. Arafat moet maar bewijzen dat hij het geweld kan en wil stoppen, is Jeruzalems niet onjuiste uitleg van wat Powell gisteren zei. Op indirecte wijze heeft Powell nog een keer Sharons uitgangspunt aanvaard dat er ,,onder vuur'' niet wordt gesproken. De rest is in het cynische diplomatieke en psychologische klimaat in het Midden-Oosten, waar volgens Mitchell Israëliërs en Palestijnen elkaar dehumaniseren, wat Sharon aangaat volstrekt irrelevant. Hij weet dat zelfs indien Arafat het zou willen hij het Palestijnse geweld/terrorisme niet volledig kan bedwingen. Dat heeft de Palestijnse leider zelfs tijdens hoogtijdagen van Israelisch-Palestijnse veiligheidssamenwerking nooit gekund.

De conclusie dringt zich dus op dat de hoop van Mitchells rapport en Powells verklaringen voorlopig door Palestijnse terreur en/of terreur van Israelische zijde wordt gegijzeld. Israëlische militairen en politici voorspellen dat de toestand nog vele malen slechter moet worden voordat zij beter wordt.