Levensstijl ouderen jeugdiger

De levensstijl van ouderen tussen de 55 en 75 jaar lijkt steeds meer op die van mensen tussen de 35 en 54 jaar. Ouderen blijven langer werken, maken meer gebruik van computers en ze doen meer aan sport.

Dat concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in de `Rapportage ouderen 2001', die vandaag is gepresenteerd. Het SCP onderzoekt sinds 1992 de maatschappelijke participatie van ouderen. Problemen krijgen ouderen volgens het rapport pas rond het 75ste levensjaar door een slechtere gezondheid en kleiner wordende sociale netwerken.

Van de 3,7 miljoen 55-plussers in Nederland verricht een steeds hoger percentage betaald werk, zo constateert het SCP. Overigens blijft de arbeidsdeelname relatief laag. In 2000 werkte 48 procent van de mannen tussen de 55 en de 64 jaar. In 1993 was dat nog 38 procent. Van de vrouwen in die leeftijdscategorie werkt 20 procent, tegen 11 procent in 1993. Volgens het SCP is de grotere arbeidsparticipatie een gevolg van de krappere arbeidsmarkt en de verhoging van de vut-leeftijd van 60 naar 62 jaar. De `spil-leeftijd', de leeftijd waarop de meeste mensen uittreden, ligt bij mannen nu op 61 en bij vrouwen op 60 jaar.

De vakvereniging CNV is ,,niet verbaasd'' over de toegenomen participatie van ouderen op de arbeidsmarkt. ,,Ouderen zijn steeds meer genoodzaakt langer door te werken'', zegt woordvoerder J. Immerzeel. ,,Het gevolg is dat ze eerder de WAO bereiken dan de vut.'' CNV pleit voor meer keuzevrijheid voor ouderen in plaats van hen te dwingen door te werken. ,,Wie langer wil werken, moet dat doen. Maar wie dat niet kan of wil, moet kunnen uittreden'', aldus Immerzeel.

In de jaren negentig is de financiële positie van de meeste ouderen verbeterd, tussen 1996 en 1998 met gemiddeld duizend gulden per jaar. Toch heeft 11 procent van de 55-plussers moeite om rond te komen. Ouderen in verpleeg- en verzorgingstehuizen houden van hun `zak- en kleedgeld' van 415 gulden weinig over voor ontspanning en cadeautjes. Ouderen in verzorgingshuizen klagen bovendien over een gebrek aan privacy. Zo'n 10 procent van de ouderen gebruikt een computer in het dagelijks leven. Het computergebruik is volgens het SCP vooral toegenomen onder 55-plussers met een hoger inkomen en opleidingsniveau. [Vervolg OUDEREN: pagina 2]

OUDEREN

Allochtonen blijven achter

[Vervolg van pagina 1] Vooral ouderen boven de 65 hebben zelden of nooit een computer, maar zij ervaren dat meestal niet als een gemis. Veel 55-plussers die in bezit van een computer zijn, gebruiken overigens verouderde apparatuur.

Het bezit van een eigen woning is van 1990 tot 1998 toegenomen van 38 naar 42 procent. Een steeds groter percentage ouderen betrekt een zogenoemde `ouderenwoningen', aangepaste huizen met speciale voorzieningen en weinig belemmeringen. Desondanks verwacht het SCP dat de groei van het aantal ouderenwoningen de vraag niet kan bijhouden. ,,Daarom zal de huidige woningvoorraad geschikter gemaakt moeten worden voor ouderen'', aldus het SCP. Dat kan bijvoorbeeld door het bouwen van liften.

Hoewel de positie van de ouderen in het algemeen aanmerkelijk is verbeterd, geldt dat volgens het SCP veel minder voor allochtone ouderen. Deze groep, die in 2015 twee keer zo groot zal zijn als in 2000, heeft volgens het rapport vaak geen opleiding gehad en beheerst het Nederlands vaak onvoldoende. ,,Turkse en Marokkaanse ouderen zijn nauwelijks in de Nederlandse samenleving geïntegreerd'', aldus het rapport.

Vooral allochtone vrouwen hebben hier last van, aldus het SCP. Toch denkt slechts een klein deel van de allochtone ouderen te zullen terugkeren naar het land van herkomst.