`Kritiek Pronk op convenanten onterecht'

De boeren zijn het niet eens met de kritiek die minister Pronk heeft op het nut van convenanten. Zij willen niet de zwartepiet krijgen.

Minister Pronk (VROM) wil meer druk uitoefenen op de producenten van bestrijdingsmiddelen. De huidige afspraken tussen overheid en bedrijfsleven, de convenanten, zouden te weinig opleveren.

Maar met die uitspraak gaat minister Pronk te kort door de bocht, meent ir. Jan Buurma van het Landbouw Economisch Instituut. ,,Dat het bedrijfsleven de zwartepiet nu krijgt toegeschoven is niet helemaal terecht'', zegt hij. Volgens Buurma heeft de overheid het ook gedeeltelijk aan zichzelf te danken dat het Meerjarenplan Gewasbestrijding (MJP-G) uit de jaren negentig niet helemaal heeft opgeleverd wat men ervan hoopte. ,,Omdat de verwachtingen niet echt helder waren'', meent Buurma. ,,Overheid, bedrijfsleven en landbouwsector maakten met elkaar de afspraak om de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen. Maar aan die afspraak is te weinig invulling gegeven.''

Volgens de afspraak moest het gebruik van bestrijdingsmiddelen in 2000 met de helft zijn teruggebracht ten opzichte van de referentieperiode 1984-1988. Dat doel is waarschijnlijk gehaald. Afgelopen januari publiceerde het ministerie van Landbouw de voortgangsrapportage 1999. Daaruit blijkt dat de totale afzet van bestrijdingsmiddelen in Nederland in 1999 nog 10.232 ton werkzame stof bedroeg, 49 procent van de hoeveelheid in de referentieperiode.

Die afname is echter vooral het gevolg van het sterk gereduceerde gebruik van grondontsmettingsmiddelen. ,,Wat trouwens voornamelijk via regelgeving is bereikt'', zegt dr. Peter Leendertse van het Centrum voor Landbouw en Milieu in Utrecht. Volgens hem kan een convenant wel werken, maar niet op nationaal niveau. ,,Dan is de prikkel voor de individuele boer te klein.'' Volgens Leendertse werkt een convenant beter op regionaal niveau. ,,We hebben nu een project lopen in de Bommelerwaard waarbij boeren afspraken maken met bijvoorbeeld het waterschap of de gemeente.''

Helaas daalde het gebruik van herbiciden (tegen onkruid) minder sterk dan verwacht. En fungiciden (tegen schimmels) werden zelfs meer gebruikt dan tijdens de referentieperiode. In 1997 en 1998 was het gebruik van fungiciden erg hoog vanwege het extreem natte weer. Daardoor was de schimmeldruk hoog en moesten boeren veel fungiciden gebruiken. Met name aardappelboeren kampten met dat probleem. Bovendien is de schimmel Phytophtora de laatste jaren agressiever geworden. Aardappelboeren moeten meer gif gebruiken om dit organisme te bestrijden.

Daarnaast breiden de telers van bloembollen en kasgroenten hun gebied langzaam uit. Financieel gezien zijn deze sectoren op het moment erg succesvol, maar ze gebruiken wel veel bestrijdingsmiddelen. ,,Ook dat is een factor waar je rekening mee moet houden'', aldus Buurma van het LEI. Bovendien constateerde de commissie-Alders onlangs dat het illegaal gebruik van bestrijdingsmiddelen in de glastuinbouw hoog is.

Ook de trage toelating van nieuwe bestrijdingsmiddelen speelt een rol bij de tegenvallende resultaten van het MJP-G. In de jaren negentig moesten de Europese lidstaten hun nationale wetgeving aanpassen aan nieuwe Europese regels. De lidstaten moesten de toegelaten bestrijdingsmiddelen gaan toetsen aan de nieuwe regels. ,,Dat proces nam heel veel tijd in beslag. En het hield de introductie van nieuwe, milieuvriendelijkere stoffen tegen'', zegt een woordvoerster van Nefyto, de koepelorganisatie voor producenten van gewasbestrijdingsmiddelen. Volgens haar wachten zo'n 80 nieuwe middelen op goedkeuring voor toelating. ,,Maar zolang de nieuwe middelen niet op de markt zijn, moeten boeren het doen met de oude.''

Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen besloot vorig jaar het beleid om te gooien. Het geeft nu prioriteit aan de beoordeling van nieuwe middelen.

Inmiddels zijn er allerlei initiatieven gestart om het gebruik van bestrijdingsmiddelen verder te verminderen. Grote Europese retailers, zoals Ahold en Sainsbury, hebben dit jaar regels opgesteld waaraan landbouwproducten in hun winkels moeten voldoen. In Nederland lopen proeven bij telers die milieuvriendelijk werken. Hun producten zijn voorzien van een milieukeur. ,,Maar vanuit de markt krijgen ze daarvoor niks extra's betaald'', zegt Leendertse van het CLM. ,,Ik vraag me af of het werkelijk zoden aan de dijk zet.''