Kritiek in Kamer op bevoegdheid minister Korthals

De Tweede Kamer heeft problemen met een nieuwe bevoegdheid van minister Korthals (Justitie), om bestuurders in de rechterlijke macht te ontslaan. Ook het recht van de minister om dwingend bestuurlijke aanwijzingen te geven, stuit op bezwaren, zo bleek gisteren tijdens een overleg over twee wetsvoorstellen van de minister, die moeten leiden tot invoering van een `bestuurlijke buffer' tussen zijn ministerie en de diverse gerechten.

Deze buffer, de Raad voor de Rechtspraak, wordt vanaf 1 januari verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van de gerechten. De raad onderhandelt met het ministerie over het beschikbare geld en krijgt ook zaken als werving, selectie en opleiding van personeel als taak. Wanneer dat nodig is, kan de raad de gerechten aanwijzingen geven over de bedrijfsvoering. Met deze constructie vermindert de directe bemoeienis van het ministerie van Justitie met het bestuur van de gerechten. De Hoge Raad valt niet onder de regeling.

De minister wil op zijn beurt dwingende aanwijzingen kunnen geven aan de leden van deze raad, en hen in geval van `grove taakverwaarlozing' kunnen ontslaan. Hiermee betreedt hij volgens de een meerderheid van de Tweede Kamer een grijs gebied in de trias politica, Montesquieu's scheiding van uitvoerende, wetgevende en rechtsprekende macht. Korthals moest dan ook beloven dat de raad een beroepsmogelijkheid krijgt, als deze het oneens is met aanwijzingen van de minister.

Eerder leverde de president van de Hoge Raad kritiek op de voorstellen. Volgens hem behoort het ontslagrecht niet toe aan de regering, maar aan de rechtsprekende macht, in casu aan de Hoge Raad.

De Kamer is gevoelig voor dit argument, maar is het nog niet eens over een betere regeling. Vos (VVD) wil dat de Hoge Raad vooraf om advies wordt gevraagd, de PvdA pleit voor een `toetsingsplicht' en D66 en GroenLinks willen dit recht voorbehouden aan de Hoge Raad. Als die het laatste woord krijgt, kan de ontslaggrond zelfs worden verruimd tot ,,ongeschikt, anders dan door ziekte'', vindt het Kamerlid Dittrich (D66).

De twee wetsvoorstellen betreffen ook een nieuwe bestuursvorm voor gerechten. Een Kamermeerderheid wil deze bestuursverandering vastleggen in de Grondwet, maar Korthals zal daar zelf geen haast mee maken.