Ingers dans in balans

Met `Verbeelding aan de macht' brengt NDT1 van het Nederlands Danstheater tot begin juni een programma bestaande uit twee premières en een reprise. De makers ervan zijn alledrie doorgewinterde NDT-ers en in dit geval ook tovenaars die naar werelden weten te voeren waarin de verbeelding heerst.

Svadebka, bijna twintig jaar geleden door Jiri Kylián gemaakt, blijkt niets aan de kracht, spiritualiteit en bijna overweldigende dansdrift te hebben ingeboet. De reprise van Svadebka is op zichzelf al bijzonder waardevol, maar wordt het nog extra, omdat het zo'n andere werkwijze en visie laat zien dan die waar Kylián nu mee bezig is. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet om de constatering dat het recente werk interessanter of beter zou zijn, maar juist om de inspirerende ervaring dat het grote talent van deze kunstenaar zich op zulke van elkaar afwijkende wijzen kan manifesteren.

Patrick Delcroix is ruim dertien jaar als prominent danser aan NDT1 verbonden en hij maakte zowel voor NDT2 en NDT3 als voor andere gezelschappen meerdere balletten, maar zijn nu gepresenteerde Jardin Clos is zijn eerste choreografie voor NDT1. Het is een mooi gestileerd werk, dat uitstekend de sfeer van de door hem gekozen muziek van Henryk Górecki het eerste deel uit diens Derde Symfonie weet te treffen.

Drie verplaatsbare rijen, dicht naast elkaar geplaatste lichtstaven begrenzen een eerst halfduistere ruimte, die zich langzaam vult met zes vrouwenfiguren, waar zich later zes mannen bij voegen. In dat territorium bewegen zij vloeiend en toch enigszins verkrampt, met plotseling hoog opgetrokken schouders, gekromde ruggen en dribbelende pasjes. De lichamen verstillen in uit het lood hangende poses, waarbij de partner ze voor vallen behoedt. De elkaar gegeven steun biedt echter geen oplossing voor de individuele verlorenheid die de twaalf uitstralen.

De verschijning van zangeres Jadwiga Granados, die zich langs de buitenkant van de lichtomrastering beweegt, roept binnen de dicht bij elkaar geklonterde groep een gezamenlijke onrust op. Jardin Clos is suggestief in sfeer en belichting. Boeiend en gaaf van beweging, mooi gedanst en laat een onbestemd gevoel van weemoed en onvervulde verlangens achter.

Het tweede nieuwe werk, Walking Mad van Johan Inger, verrast en verrukt in meerdere opzichten. Inger heeft inmiddels een heel eigen danstaal gevonden, die weliswaar nauw verwant is met die van Mats Ek, maar er zeker geen kopie van is. Zijn personages laten in hun vaak onbeholpen en onhandig uitziende bewegingen een ontwapenende spontaniteit en kwetsbaarheid zien. Die onbeholpenheid en de vondsten die Inger daar in aanbrengt lijken vaak heel relativerend en humoristisch, maar ze zijn nooit bedoeld om lollig te zijn. Het zijn eigenlijk altijd de tekenen van onmacht van mensen om diepe gevoelens adequaat te uiten.

Inger weet daarin prachtige vormen te vinden en heeft bovendien in dit werk een perfecte balans gevonden tussen pure dans en theatrale effecten: klapperende deuren, omvallende muren, plotselinge verschijningen en verdwijningen. De vele bizarre, surrealistische situaties tonen tegelijk een volstrekte logica en Ravels overbekende Bolero krijgt een verrassende, absoluut on-Spaanse functie. Het daaropvolgende subtiele, bijna breekbare muzikale aandeel van Arvo Pärt ('Für Alina') voor piano vormt met Ravels opstuwende geweld en verpletterende climax een scherp contrast, zoals ook de machteloze tederheid in de slotscène dat doet met de eerdere uitbundige vrolijkheid en directheid in de interacties. Een prachtig werk, dit Walking Mad, dat in dit even prachtige programma vaak gezien verdient te worden.

Voorstelling: Verbeelding aan de macht door het Nederlands Danstheater. Prem.: Jardin Clos; choreografie: Patrick Delcroix. Walking Mad; chor.: Johan Inger. Svadebka; chor.: Jiri Kylián. Muziek: Nederlands Ballet Orkest o.l.v Gary Berkson en het Nederlands Theaterkoor. Gez: 17/5 Lucent Danstheater Den Haag. Tournee t/m 8/6. Inl. (070) 360 9931 of www.ndt.nl.