Franje van poldermodel

MINISTER JAN PRONK (Milieu) heeft gelijk met zijn voornemen om bedrijven te dwingen tot milieuvriendelijker gedrag. Een aantal zogenoemde convenanten tussen overheid en bedrijfsleven blijkt in de praktijk niet goed te werken. Een convenant is niets meer of minder dan een afspraak, een soort gentlemen's agreement zonder wettelijke kracht. Vroeger werd het een herenakkoord genoemd, waarvan het bekendste wel is de afspraak tussen Shell en Esso en de overheid over de verdeling van de aardgasbaten. Tegenwoordig heet een convenant ook wel meerjarenplan of -afspraak.

Op grond van zo'n afspraak verplicht een bedrijf of een sector zich om te voldoen aan bepaalde milieunormen, zonder dat de overheid de bedrijven daartoe dwingt via specifieke wetten en regels. Een convenant is sneller gesloten dan dat een wet door het parlement is aangenomen; het voordeel is daarmee evident. Het nadeel is in de loop van de tijd ook duidelijk geworden. Sommige convenanten werken nauwelijks of in het geheel niet. De oude dreiging – we sluiten een convenant of anders komt er wetgeving – is intussen een beetje op de achtergrond geraakt. Pronk wil daar nu iets aan doen.

De VVD heeft zich in de achterliggende kabinetten het meest over de totstandkoming van convenanten bekommerd. Nog steeds worden ze wel gezien als stokpaardjes van de ministeries van VROM en Economische Zaken. Er zijn intussen talloze convenanten en meerjarenafspraken afgesloten tussen overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Ze gaan over uiteenlopende zaken als verpakkingen, de aanleg van de tweede Maasvlakte, de instandhouding van bepaalde planten en dieren, etc.

Voorbeeld van een goed werkend convenant is dat op het gebied van de energiebesparing. Een convenant dat niets waard blijkt te zijn, is dat tussen de gemeente Amsterdam en Schiphol over beperkt vliegen boven de binnenstad. Het convenant over bestrijdingsmiddelen voor gewassen heeft ook weinig opgeleverd. Een convenant over hergebruik van kunststof heeft tot een interessante situatie geleid: het hergebruik van plastic (statiegeld)flessen blijft achter bij de gemaakte afspraken. Tegelijkertijd is de wegwerpfles aan een onstuitbare opmars begonnen. Stille getuigen daarvan treft men aan in de berm. Minister Pronk acht het nu onontkoombaar dat er statiegeld zal worden geheven op wegwerpflessen (en blikjes).

AFSPRAKEN DIE NIET werken, kunnen beter worden geschrapt. Op deze franje van het poldermodel zit niemand meer te wachten. Vervang ze door wet- of regelgeving en het is duidelijk waaraan alle betrokkenen zich moeten houden. Dit kost misschien wat tijd – en het bedrijfsleven zal zeggen: weer een regel erbij – maar het schept wel helderheid. Goed werkende convenanten kunnen uiteraard worden gehandhaafd. Nieuwe moeten, zoals nu al gebeurt, op hun werkbaarheid getoetst. Periodieke herhaling daarvan kan geen kwaad. De vraag is namelijk: blijven ze goed werken? Ook meer voorlichting is nodig. Veel bedrijven weten namelijk helemaal niet welke convenanten er precies zijn.