Een `koninginnekwestie' voor Kok

Geheel onverwachts moet premier Kok in de nadagen van Paars-II nog een penibele kwestie oplossen: mag Máxima straks koningin heten, of moet ze genoegen nemen met de status van prinses.

Er wil maar geen einde komen aan de `digitale' discussies over de monarchie. Eerst was het, vele maanden lang: Jorge Zorreguieta, wel of niet welkom bij koninklijke feestelijkheden in Nederland? Inmiddels luidt de vraag: Máxima, straks wel of geen koningin?

Premier Kok heeft deze discussie ,,absoluut niet willen uitlokken'', bezweert zijn woordvoerder. Maar dat de premier zelf hieraan voeding heeft gegeven, valt moeilijk te ontkennen. De oorzaak ligt in het voornemen van de regering om Máxima niet automatisch de titel `Prinses van Oranje' te verlenen. De regering breekt hiermee met de heersende koninklijke en adellijke traditie. De volgende stap in de discussie is dan snel gezet: Máxima geen Prinses van Oranje, dan straks ook geen koningin.

De traditie schrijft voor dat vrouwen van mannelijke edelen de titels van hun echtgenoten voeren. De echtgenote van prins Constantijn is sinds vorige week prinses Laurentien. Omgekeerd geldt dit niet voor mannen die een adelijke vrouw trouwen. Dit verklaart waarom de echtgenotes van de koningen Willem I, II en III de titel koningin voerden, terwijl de echtgenoten van de koninginnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix `slechts' prins zijn gebleven.

De regel blinkt uit in eenvoud en geldt internationaal. De partners van de koningen van België en Zweden voeren de titel koningin, terwijl de echtgenoten van de koninginnen van Groot-Brittannië en Denemarken prins heten.

Premier Kok heeft zich laten ,,verrassen'' door de discussie over Máxima's toekomstige status, zo klinkt het in zijn omgeving. Volgens de premier zou pas bij eventuele troonswisseling de vraag actueel zijn of Máxima de titel koningin of prinses zal voeren. Maar inmiddels hebben zich verschillende redenen aangediend waarom dit debat nu moet worden gevoerd. De voornaamste is gelegen in het politieke feit dat de coalitiefracties van de VVD en D66 hierover gisteren duidelijk stelling hebben genomen. Zij voeren aan dat Máxima straks prinses moet blijven, om te onderstrepen dat haar toekomstige positie als `vrouw-van' wezenlijk anders is dan die van de staatshoofden Wilhelmina, Juliana en Beatrix. De grootste coalitiefractie, van de PvdA, heeft nog geen keuze gemaakt, maar wil hierover wel het debat met de regering voeren wanneer binnenkort, waarschijnlijk op 3 juli, de Toestemmingswet voor het huwelijk van de kroonprins wordt behandeld in de Staten-Generaal. Buiten de coalitie kiezen de fracties van CDA en klein-christelijk voor `koningin Máxima', terwijl GroenLinks het bij `prinses' wil laten.

Discussie over Máxima's titels is niet alleen opgelaaid door de stellingsnames van de VVD en D66, maar evenzeer door plannen van de regering om nog deze kabinetsperiode een nieuwe Wet Lidmaatschap Koninklijk Huis in te dienen. De regering wil het aantal leden van het Huis voor wie de ministeriële verantwoordelijkheid geldt (nu zeventien) drastisch beperken. Dit voornemen kwam aan het licht bij de behandeling van de Toestemmingswet voor prins Constantijn en Laurentien Brinkhorst, begin april. In de Memorie van Toelichting bij de gisteren ingediende Toestemmingswet voor prins Willem-Alexander en Máxima wordt op de nieuwe wet een voorschot genomen, door te verklaren dat de titel Prins van Oranje in de toekomst exclusief moet zijn voorbehouden aan de beoogde troonopvolger. Deze titel zou niet worden verleend aan zijn of haar partner. Wie aldus de bestaande wet wil wijzigen, geeft aanleiding om meteen een andere afwijking op het `gewoonterecht' formeel te regelen: die van de titel koning of koningin, die in de toekomst wel of niet exclusief aan het staatshoofd zou worden verleend.

Het recente verleden heeft aangetoond dat de Wet Lidmaatschap Koninklijk Huis zich niet eenvoudig laat wijzigen. Koningin Juliana heeft in de jaren zeventig hiertegen krachtig verzet geboden, omdat zij wilde voorkomen dat er `A- en B-prinsen' zouden ontstaan. Het heeft tot 1985 geduurd totdat de huidige wet in werking kon treden.

Binnenkort zal blijken of `de regering' (zijnde koningin én kabinet) dit keer sneller resultaat kan boeken. Uit het spoedig in te dienen wetsvoorstel valt mogelijk ook af te leiden hoe koningin Beatrix staat tegenover koningin Máxima. Waarmee premier Kok in de nadagen van Paars-II nog onverwachts een penibele kwestie te klaren heeft.