Dorpsverkiezing

Komend uit het minipostkantoortje in ons dorp stuit ik op onze burgemeester, Jean Gaudillot. Geen wonder, want postkantoor en gemeentehuis liggen naast elkaar en op dit uur van de ochtend is hij meestal wel hier te vinden op het pleintje, sociaal kruispunt in Cussy.

Gaudillot is een niet meer zo jonge, vriendelijke man. Omdat ik een beetje sukkel met mijn linkerbeen, wil hij me steeds een stoel aanbieden. In het gemeentehuis is dat niet moeilijk, maar op de landweg waar wij wonen, is geen stoel voorhanden. Ik krijg dan een stevige handdruk en een beschouwing over het weer.

Ook hier op het pleintje kunnen we niet plaatsnemen. Maar het geeft niet, want ik heb een vraag aan hem waarmee ik al een tijdje rondloop. ,,Is het waar, meneer de burgemeester, dat u zich bij de komende verkiezingen niet meer beschikbaar stelt?''

Hij kijkt me verlegen aan, heft beide armen en zegt: ,,Ik heb het nu vierentwintig jaar gedaan, meneer, en ik ben vijfenzestig jaar...'' Hij wijst in de richting van het dal, waar een beekje zich door de weide kronkelt. ,,Zou ik nu ook eens mogen gaan vissen daar?''

Vierentwintig jaar lang burgemeester. Dat is niet niks. Dan is hij dus voor het eerst in 1977 aangetreden. En heeft hij in '83, '89 en '95 weer campagne moeten voeren.

Hoe moet het dorp nu verder zonder hem? Het is alsof hij hier altijd is geweest. En dat is niet zo'n vreemde gedachte, want voordat hij burgemeester werd, was hij hier het hoofd van de school.

Hij kent zijn dorpelingen van de schoolbanken. Marie-France, Emilie, Danielle, Emilien en Paul – hij kent ze van haver tot gort. Met hun sterke en hun zwakke punten. Hij kent ook de ouders en hun grootouders, de gehuchten waar ze wonen. Hoe vaak hadden ze hem niet om raad gevraagd: ,,Wat denkt u, meester, moet Didier verder gaan leren?'' ,,Nee, dat lijkt me niets voor hem, Odette. Laat hij Gérard maar helpen op het bedrijf.'' Meester zei het en meester had gelijk.

En hij hoorde ook van andere zorgen en gaf ook andere raad. En zo is het gekomen: van maître naar maire was maar één stap!

En zo, hoor ik, heeft hij ook campagne gevoerd, destijds, voor zijn herverkiezing.

,,Bonjour, Didier, gaat het thuis?''

,,Bonjour, monsieur le maire, héél goed, dankuwel!''

,,Denk je om zondag, Didier?''

,,De verkiezingen, burgemeester. Rekent u maar op ons!''

,,C'est bien, mon grand!'' (Heel goed, beste jongen). En Didier wist dat de bouwvergunning voor zijn schuur weer klaarlag.

Burgemeesters worden in Frankrijk eens per zes jaar gekozen. Om kandidaat te zijn moet je je laten inschrijven met een lijst van medestanders. Die zullen, als ze ook worden verkozen, de gemeenteraad vormen. Om gekozen te worden moet de meerderheid van stemmen worden behaald, de helft plus één. Lukt het niet in de eerste ronde, dan volgt een tweede. Net zolang tot de absolute meerderheid er is.

Maar nu, hoe moet het nu? De verkiezingen vinden plaats over enkele weken. En er is nog geen enkele kandidaat in ons dorp bekend. Ik ben razend benieuwd hoe dit nu verder gaat. Want voor het eerst mogen wij, Europeanen uit andere Europese landen, meedoen.

De tijd verstrijkt en niemand werpt zich op. Zelfs het aanplakbord naast de school blijft leeg. Toch weten we dat ten minste twee kandidaten zich heimelijk voorbereiden. Wie zullen het zijn? Ik zal het moeten vragen aan de `welingelichte kringen' in ons dorp.

En die gelegenheid komt, als er een uitnodiging bij ons in de bus valt, een uitnodiging voor een feest in de salle des fêtes. Ik ga daar in elk geval heen, want daar verwacht ik degenen te ontmoeten die het weten kunnen. En zo gebeurt het.