De ontkoeing van Nederland

Over twintig jaar zijn veel koeien uit de Nederlandse weilanden verdwenen. Het aantal kippen en varkens zal drastisch afnemen. Net als de oppervlakte aan graan en aardappelen. Maar de kleinschalige landbouw waar menige Nederlander om roept na varkenspest en mond- en klauwzeer, is een illusie. ,,Als ik daarmee de kost kon verdienen zou ik het prima vinden, maar dan moet de consument tien keer zoveel gaan betalen voor zijn melk en brood.''

In de weilanden van melkveehouder Erik van Dijk (41) grazen vandaag geen koeien. Morgen ook niet. En volgende maand evenmin. De boer uit het Brabantse Nistelrode houdt zijn tachtig melkkoeien op stal. Het hele jaar door. Want via zijn zogeheten zero grazing-stal kan Van Dijk zijn kosten drukken. ,,Om mijn hoofd boven water te houden moet ik op het scherpst van de snede boeren'', zegt hij. Hij loopt door zijn stal, langs zijn koeien die rustig in een box liggen of voer van het middenpad vreten. ,,Zie je hun glimmende vacht? Als zijde. Het betekent dat ze het goed hebben.''

De zero grazing-stal wint terrein. Steeds meer melkveehouders houden hun koeien het hele jaar door op stal. De weilanden raken langzaam leger. Het is een van de veranderingen die de landbouw in de komende decennia te wachten staan. Volgens Van Dijk is dat te wijten aan de hoge grondprijzen, de steeds strengere milieueisen en de toenemende druk op de marktprijzen voor bijvoorbeeld zuivel en vlees.

Nederland telt nu nog ongeveer twee miljoen hectare landbouwgrond. Volgens de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening verdwijnt daarvan in de komende twintig jaar tussen de 170.000 en 450.000 hectare. De ruimte moet vrijkomen voor woningbouw en de uitbreiding van natuurgebieden. Hoeveel landbouwgrond er de komende jaren precies gaat verdwijnen is nog niet duidelijk. Natuurorganisaties zetten in op 450.000 hectare. Maar econoom en jurist ir. D. Luteijn houdt het op 170.000 hectare. Luteijn was tot vorige week bestuursvoorzitter van de Cebeco Groep, een organisatie waarbij ongeveer de helft van de Nederlandse boeren is aangesloten. Cebeco herbergt coöperaties als Dumeco, de grootste varkensslachter in Nederland, en aardappelverwerker Aviko. Daarnaast is Luteijn lid van de raad van toezicht van de Rabobank. Volgens hem zal de veehouderij de komende jaren het meeste land inleveren. Tweederde van het totaal, schat hij. De akkerbouw levert de rest. ,,Maar dat is niet raar'', zegt Luteijn op zijn kamer in het hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht. ,,De veehouderij bezet ook tweemaal zoveel ruimte als de akkerbouw.'' Van de twee miljoen hectare landbouwgrond is zo'n 1,3 miljoen hectare grasland en snijmaïs, dat als voer voor het vee wordt geteeld. Bijna 600.000 hectare komt voor rekening van de akkerbouw, 120.000 hectare is tuinbouwgebied.

Het Landbouw Economisch Instituut (LEI) schreef vorig jaar in een toekomstvisie dat met name akkerbouwbedrijven in Groningen, Drenthe, Flevoland en Noord-Holland verdwijnen. In het Oost-Groningse Oldambt is 800 hectare akkerbouwland onder water gezet voor de ontwikkeling van recreatiegebied de `Blauwe Stad'. In de toekomstvisie van het LEI raken de Friese meren en de Drentse Hondsrug ,,overstroomd door toeristen en gepensioneerden''. In het zuidwesten van het land heeft de landbouw ruimte ingeleverd aan het groeiende Rijnmondgebied en de verstedelijking in Noord-Brabant. Het areaal granen, aardappelen en suikerbieten zal waarschijnlijk afnemen. ,,Ik zie het aan mijn eigen land'', zegt Luteijn, die ook nog een boerenbedrijf bezit in Zeeuws-Vlaanderen. Hij heeft zeventig hectare land. Op zestig hectare teelt hij graan en aardappelen. Op de overige tien hectare staat een perenboomgaard. ,,Die ga ik uitbreiden. Peren hebben meer toegevoegde waarde.''

Juist op die toegevoegde waarde moeten boeren meer gaan inzetten, aldus Luteijn. Daarom zal bijvoorbeeld het areaal voor de bloembollenteelt en de glastuinbouw de komende jaren zich uitbreiden. ,,Want die sectoren doen het hartstikke goed'', zegt hij.

Toch zal het aantal boerenbedrijven de komende jaren teruglopen. ,,Maar dat is niet raar'', zegt Luteijn. ,,Dat zie je al decennia lang.'' Nu zijn er nog zo'n 97.000 agrarische bedrijven. Iets meer dan de helft van de eigenaren is ouder dan 50 jaar. Van hen heeft zestig procent geen opvolger. Volgens Luteijn zal het aantal boerenbedrijven uiteindelijk zich stabiliseren op ,,enkele tienduizenden''. De overblijvers bezitten grote bedrijven met honderden hectare land, of duizenden stuks vee. Ook daar is volgens Luteijn niks raars aan. Door toenemende loonkosten, stijgende milieueisen en de druk op de marktprijzen wordt de marge op een kilo aardappelen of varkensvlees steeds kleiner. Wil een boer overleven dan móet hij wel bijna uitbreiden. Luteijn: ,,Door de mond- en klauwzeercrisis is er in onze samenleving een idee ontstaan dat we terug moeten naar kleinschalige landbouw. Dat is een illusie. Bedrijven zullen alleen maar groter worden.''

Net als de akkerbouw, gaat ook de veehouderij in Nederland ingrijpend veranderen. Vorige week schreef de land- en tuinbouworganisatie LTO-Nederland naar aanleiding van de mond- en klauwzeercrisis een rapport over de toekomst van de Nederlandse veehouderij. In de visie van LTO moeten veehouders meer aandacht gaan besteden aan het welzijn van hun dieren. Het slepen met dieren moet verminderen. Daarom zullen veemarkten verdwijnen. Handel verloopt in de toekomst via internet. Veehouders moeten ook meer rekening houden met het milieu. Vooral de kwaliteit van het vlees gaat tellen, en niet zozeer de maximale productie ervan.

Volgens de Stichting Natuur en Milieu hebben al die eisen tot gevolg dat de helft van de pluimvee- en varkensstapel in de komende twintig jaar verdwijnt. Maar Luteijn houdt het op ,,tien tot twintig procent''. Om het mestoverschot aan te pakken zullen varkenshouders zich meer moeten gaan bundelen, zoals bijvoorbeeld in Nederweert gebeurt. Daar is een terrein gepland waar 10 tot 20 varkenshouders in totaal enkele tienduizenden varkens kunnen gaan houden. Doordat ze gezamenlijk voer inkopen en hun mest verwerken, zijn de boeren naar verwachting goedkoper uit. Grote bedrijven zoals Nutreco (kippen en varkens) en Dumeco (varkens) anticiperen op de krimp van de veestapel en hebben een deel van hun activiteiten al verplaatst naar landen als Spanje en Hongarije.

Hoeveel het aantal stuks rundvee (met name mestkalveren en melkvee) zal afnemen is onduidelijk. De Stichting Natuur en Milieu gaat uit van 25 procent. Maar in een onlangs verschenen rapport van het Rathenau Instituut komt een ander beeld naar voren. Het instituut interviewde twintig landbouwdeskundigen over hun toekomstvisie voor de veehouderij. Eén daarvan was Herman Wijffels, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. Binnenkort brengt de commissie-Wijffels een advies uit aan minister Brinkhorst (Landbouw) over de toekomst van de Nederlandse veehouderij. In het interview met het Rathenau Instituut sprak Wijffels zich uit voor een extensievere veehouderij. Die verdient volgens hem ,,een blijvende plek in het Nederlandse landschap''. Vooral de melkveehouderij leent zich daarvoor, want die is vaak gebonden aan grasland. Door het aantal koeien per hectare te verminderen, daalt de mestbelasting.

Maar Luteijn twijfelt aan de praktische uitvoering van die extensivering. Om de mestbelasting omlaag te brengen, zullen melkveehouders óf het aantal koeien drastisch moeten verlagen óf meer grasland moeten aankopen. Dat eerste zullen ze niet doen, want dan snijden ze in hun inkomsten. Maar ook het aankopen van grond is moeilijk, nu de prijzen zijn opgelopen tot zo'n 100.000 gulden per hectare. LTO heeft 450 miljoen gulden beschikbaar voor de extensivering van de veehouderij, maar vindt dat te weinig. Vorige week vroeg het voor de herstructurering van de tuinbouw en de intensieve veehouderij in totaal 9 miljard gulden aan minister Pronk (Ruimtelijke Ordening).

De commissie Herstructurering Melkveehouderij schreef vorig jaar een advies aan minister Brinkhorst waarin een forse toename van het aantal zero grazing-stallen wordt voorspeld. Luteijn voorspelt dat er over twintig jaar nog maar half zo veel koeien in de Nederlandse weilanden lopen als nu het geval is. Melkveehouder Van Dijk heeft de afgelopen jaren veel van zijn collega's zien overstappen op de zero grazing-stal. Ze kiezen juist voor intensivering en niet, zoals de overheid graag wil, voor extensivering. ,,In de stal kan ik mijn dieren voortdurend het optimale voer voorzetten'', zegt Van Dijk. ,,Van het gras in de wei ken ik de kwaliteit niet. De ene dag is het misschien goed, maar na een hete dag kan het weer anders zijn.'' Bovendien vertrappen de koeien in de wei een gedeelte van het gras. ,,En het groen waarop ze schijten vreten ze ook niet meer'', zegt Van Dijk. Zo'n twintig procent van het gras gaat daardoor verloren. Nu oogst hij het allemaal en vermengt het met kracht- en ruwvoer.

Via optimalisering van het voer leveren Van Dijks koeien meer melk dan gemiddeld. ,,Ze zitten nu op 9.300 liter per jaar. Het gemiddelde ligt op zo'n 7.500 liter.'' Hij haalt zijn quotum van 700.000 liter dus met minder koeien. Minder koeien betekent minder mest, en daarmee drukt Van Dijk de kosten die hij kwijt is aan het afzetten van zijn mestoverschot. ,,Mijn overschot is nu jaarlijks 1.500 kubieke meter. Ik heb contracten met akkerbouwers om de mest op hun land uit te rijden. Dat kost me 18 tot 19 gulden per kuub.'' Maar Van Dijk wil van die contracten af. Hij is niet graag afhankelijk van anderen. Inmiddels werkt hij samen met een aantal boeren uit zijn omgeving aan de bouw van een mestverwerkingsinstallatie. Die moet in het naburige dorp Heeswijk-Dinther komen te staan. ,,In het begin ben ik meer geld kwijt per kuub mest, maar we hopen het spul te kunnen opwerken tot potgrond.''

Ook Van Dijk gelooft niet in het romantische beeld van de kleinschalige landbouw waarbij de boer nog met de hand zaait en oogst. ,,Als ik zo de kost kon verdienen zou ik het prima vinden, maar dan moet de consument tien keer zoveel gaan betalen voor zijn melk en brood.'' Volgens hem zal de landbouw juist steeds meer vertechnologiseren. Zoals het al jaren gebeurt. De tractor verdrong het trekpaard, de combine kwam in de plaats van de handzeis. Op de LandbouwRAI afgelopen december was er veel aandacht voor de boordcomputer. Het kastje staat aan boord van een tractor en weet via een satellietverbinding precies waar het voertuig zich ergens op het land bevindt. Het kastje kan bijvoorbeeld de hoeveelheid kunstmest of bestrijdingsmiddel die op een stukje land moet worden gestrooid op enkele vierkante meters nauwkeurig regelen. En in de glastuinbouw stuurt de computer steeds meer werk – bijvoorbeeld het beregenen van het gewas, of het openen en sluiten van de ramen.

Van Dijk loopt de stal uit en wijst naar een stuk grasland in de verte. ,,Dat zou ik er graag bij willen kopen. Maar ik denk er ook aan om nog een melkrobot te kopen. En dat is een investering van een half miljoen.'' Hij weet nog niet wat hij gaat doen. In ieder geval blijft hij boer. Al was het maar om een lange neus te kunnen trekken naar de overheid. ,,Met al die regeltjes denk je wel eens, shit, hoe kom ik hier nou weer uit. Maar het lukt me nog steeds. Ik zal ze eens wat laten zien!''