De beschaving 1

De schrijvers van het artikel `Stop de uitverkoop van de beschaving' (NRC Handelsblad, 1 mei) erkennen de droeve staat van dienst van onze overheid, maar wijten dit feit aan de technocratische wijze waarop achtereenvolgende kabinetten de afgelopen twee decennia hebben geregeerd. Dat vind ik erg vaag.

De meeste overheidsdiensten functioneren in de 20ste eeuw in essentie volgens hetzelfde hiërarchische model als in de 19e eeuw. Commerciële organisaties hebben zich onder druk van de markt voortdurend moeten aanpassen. Theoretisch zouden ambtelijke organisaties dit, onder druk van democratisch gekozen politici, eveneens moeten doen. De kennis, gericht op dergelijke organisaties, is daartoe ook aanwezig.

`Platte organisaties', `empowerment', `human resource management': dit alles is aan de politiek en aan de ambtenarij voorbijgegaan. Daar komt bij dat wie in het bedrijfsleven niet voldoet er, vroeg of laat, uitvliegt. Maar ambtenaren die niet functioneren, kunnen jarenlang organisaties blokkeren omdat ze zich zeer goed beschermd weten door het ambtenarenrecht. In dit verband moet de rol genoemd worden van `de bonden' waarvoor de rechtsposities van de leden belangrijker zijn dan het algemeen belang. Zij zijn een belangrijke reden voor het feit dat meer geld voor de collectieve sector niet zomaar meer beschaving en betrokkenheid oplevert.

De metafoor van beschaving als zijnde het kleed dat mensen door de eeuwen heen samen hebben geweven is sympathiek. Beschaving kan echter alleen gerealiseerd worden bij een consensus op het gebied van waarden en normen in brede lagen van de bevolking. Ook bestaat een samenhang tussen uitgaven `voor de publieke zaak' en beschaving. Die is verre van lineair. Zolang de politiek en de overheid zelf als grote stoorzender optreden, past de allergrootse voorzichtigheid, anders kunnen we de bezuinigingsronde van 2005 alweer voorspellen.

    • J.A. Klinkhamer