Bob Dylan

Deze week wordt Bob Dylan zestig. In de Profiel-bijlage van deze krant las ik geboeid de bijdragen van al die bevlogen kenners. Ik voelde bijna iets van jaloezie. Waarom waren zij wel forever young gebleven, en ik niet? Waar en wanneer ging het mis tussen Dylan en mij?

Ik dook mijn platenkast in. In de discografie van Sjoerd de Jong had ik veertig officiële elpees/cd's van Dylan geteld. Hoeveel bezat ik daarvan? Het bleken er zeven te zijn, alle langspeelplaten. Geen indrukwekkende score, en om het nog erger te maken: het waren de eerste zeven platen. Het rijtje begon bij Bob Dylan uit 1962 en het eindigde met Blonde on Blonde uit 1966. Daarna niets meer. Dylan dood. Voor mij.

Was ik te vroeg afgehaakt? Destijds had ik ook bijna die fout gemaakt. Toen een meisje uit Eindhoven mij in de jaren zestig voor de eerste keer The Times They Are A-Changin' liet horen, moest ik er erg aan wennen. Het was zo anders dan de opwindende rock-'n-roll van die dagen.

De afgelopen dagen heb ik opnieuw naar een aantal van die oude Dylan-nummers geluisterd. Het blijft schitterende, meeslepende muziek, al zijn sommige nummers door het vele hergebruik van anderen tot clichés uitgesleten. Maar daar kan Dylan niets aan doen, zijn versies blijven bovendien de beste. Nummers als With God on Our Side, Only a Pawn in their

Game, The Lonesome Death of Hattie Caroll, Blowin' in the Wind, Masters of War, A Hard Rain's A-Gonna Fall zijn onvergankelijk. De snerpende zang, de sterke melodieën, de bijtende teksten hier is een groot kunstenaar aan het werk. Ik deed ook nog een herontdekking: het prachtige nummer Bob Dylan's Dream heeft hetzelfde thema als Nescio's Titaantjes: de verdamping van jeugdvriendschappen.

Helaas, terugluisterend kwam ik toch weer op dat punt waar ik destijds al niet meer verder wilde. Vanaf zijn vierde plaat, Another Side of Bob Dylan, beginnen veel nummers saaier, monotoner en surrealistischer te worden. Na een paar keer luisteren krijg ik er genoeg van: nu net als toen. De folkzanger Dylan van die eerste sobere platen was mij kennelijk het dierbaarst. Ik luisterde soms nog wel naar nieuw werk, maar het kon me niet meer overtuigen.

Het merkwaardige verschijnsel doet zich voor dat ik van sommige epigonen van Dylan David Blue, Townes van Zandt, Loudon Wainwright meer werk bezit dan van hun grote voorbeeld. Zij hielden het eenvoudiger en wisselden minder van stijl: kleinere talenten met meer trouw aan zichzelf.

Onder de Dylan-kenners bestaat overeenstemming over de latere pieken. Zo wordt altijd Blood on the Tracks uit 1975 geroemd. Ik kocht die cd deze week en luisterde aandachtig. Moeilijk verstaanbare teksten, matige melodieën. Ik hoop dat ik niemand beledig. Ik liet het ook aan dat meisje uit Eindhoven horen: ze begon al bij het derde nummer onrustig rond te drentelen.

Wat ons betreft had Dylan al op zijn vijfentwintigste gezegd wat hij te zeggen had.