VPR0 75 JAAR (1/4)

Toen alle grote zuilen hun eigen omroep hadden, kwam er een half jaar later – op 29 mei 1926 – alsnog een klein zuiltje bij: de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep. Nu de katholieke, de protestants-christelijke, de liberale en de sociaal-democratische omroep dus al hoog en breed hun 75-jarig bestaan achter de rug hebben, is de VPRO aan de beurt. Aanstaande zondag wordt het jubileum op radio en tv gevierd.

Het waren dominees, maar aardige dominees. Lang niet zo streng in de leer als die van de NCRV. Ze waren ruimdenkender, vooruitstrevender. En hun overkoepelende organisatie, de Centrale Commissie voor het Vrijzinnig Protestantisme, voelde zich op de radio niet vertegenwoordigd. Alle anderen konden propaganda maken, zij niet. Eigenlijk waren ze voorstander van een nationale omroep, waarin elke stem van zich kon doen horen. Maar nu Den Haag de radiozendtijd had verdeeld over de vier grote zuilen, besloten ze er toch maar een vijfde aan toe te voegen.

Een klein zuiltje, want aan groot amusement, ernstige muziek of al die andere programmagenres hadden ze geen behoefte. Ze konden acht uur radio per week krijgen, maar ze gebruikten er maar zes; dat was genoeg voor een preek, een paar lezingen, een enkele cursus en het kinderhalfuurtje op zondagochtend van mevrouw Spelberg-Stokmans, de echtgenote van de mede-oprichter en directeur, dominee Everhard Spelberg (foto). Ook verder waren de VPRO-verlangens aan de bescheiden kant; de heer en mevrouw Spelberg namen hun intrek op de eerste etage van een door de VPRO gehuurde villa aan de 's Gravelandseweg 65. De benedenverdieping waren voor studio en administratie.

Het ging om het geloof, maar tevens om een ,,vrijzinnige openheid tegenover de cultuur'', schreef J.C.H. Blom in 1986 in de jubileumbundel Een vrij zinnige verhouding. ,,Het gaf de VPRO-programma's ongetwijfeld een eigen karakter. Zij werden dikwijls als `moeilijk' beschouwd. Naast het zwaar-culturele viel ook het hoog-ethische en morele accent op.'' En zo weerde het kleintje zich dapper tussen de groten, die de VPRO trouwens maar een lastig clubje vonden. Een zuil die geen zuil wilde zijn, en steeds bleef ijveren voor een nationale omroep – daar had het bestel meer last dan vreugde van.