Voor, door en over het volk

Het Festival a/d Werf in Utrecht gaat door voor fris en vernieuwend. Eigentijds theater wil men hier laten zien, theater dat afziet van klassiek toneelrepertoire maar niet van maatschappelijke relevantie. Ja, de makers verbonden aan het Festival a/de Werf gaan er prat op dat ze middenin het leven staan, en in de vorige edities boden zij dan ook een hoop reality-theater, met echte straatjongens en echte huisvrouwen, met echte talkshows en heuse Vinex-locaties.

Dit jaar echter richten die makers zich meer naar binnen. Letterlijk: van de twintig voorstellingen spelen er nul op straat en één in de buitenlucht. De rest vindt binnen plaats, in reguliere theaters. En figuurlijk. Want de Makers richten zich dit jaar op zichzelf, op hun vak, op het theater an sich.

De Britse gastacteur George Dillon doet dat met bittere ironie. Zijn personage Harry Graft is een acteur die weigert in te zien dat zijn gebrek aan succes te maken heeft met een gebrek aan talent. In plaats daarvan klampt hij zich vast aan het stralende idee dat hij heel, héél bijzonder is. Dillon speelt virtuoos met Harry's achternaam, die `zwaar werk' betekent maar ook `geknoei'. Een achternaam die bovendien hetzelfde klinkt als `craft', en dat betekent: `kunst, bedrog'. Wanneer Dillon dus zegt, in navolging van Steven Berkoff, de schrijver: ,,Harry had grafted in every craft'', dan heeft hij het over iemand die knoeit met de kunst van het liegen, een doodzonde voor een acteur. Graft - Tales of an Actor combineert een modern decor met ouderwets acteergeweld.

Maar dat is nog niets vergeleken met het zanggeweld van Jannie Pranger. Pranger ging al eerder een duel aan met een draaiende wasmachine en nu, in Jozefine, neemt zij het op tegen het publiek. Dat houdt niet van kunst en heeft toch kunstenaars nodig, begrijpen we uit het gedrag van wat spelers die zich onder ons hebben gemengd. Dwepend fluisteren zij: ,,Als u voor haar staat zult u het begrijpen!'' Maar ze roepen ook, op het moment dat de zangeres een scherp geluid door haar gespitste lippen blaast: ,,Fluiten kunnen wij ook! Da's geen kunst!'' Tussen bewondering en verachting laveren niet alleen de emoties van dit muzenvolk, maar ook die van zangeres Josefine. Zij verheerlijkt zichzelf en de muziek en op het volk kijkt ze diep neer. Maar zoals een koning niet zonder onderdanen kan, zo kan Josefine niet zonder applaus. Over die wederzijdse afhankelijkheid schreef Franz Kafka een verhaal en Györgi Kurtág zette Josefine, die Sängerin oder das Volk der Maüse op muziek. Spannende muziek is het, met grillige intervallen en snijdende strijkersresponsen. Edoch, de regisseuse helpt Kurtág, Kafka, Pranger en het vioolspel van Heleen Hulst vakkundig om zeep. Ute Stammberger laat ons vijf kwartier lang door een oud schoolgebouw draven, langs kapstokken en closetpotten en krijtjes, en als we eindelijk mogen zitten heeft ons concentratievermogen het allang begeven. Dan staren we alleen nog glazig naar Prangers onmogelijke schoeisel waarmee zangers Jozefine arrogant maar helaas weinig angstaanjagend de lange trap af klost.

Apetrots is het Festival a/d Werf op een film. Bij de 1e Daalse Buurtrevue zal men zich inderdaad niet snel vervelen. Drie theatermakers gaan de buurt in om die te leren kennen, en aangezien het gebied rond het Huis a/d Werf, zoals het festivalcentrum heet, lekker ruig is, hebben Harm van Geel, Ine te Rietstap en Renate Zentschnig heel wat met de bewoners te stellen. Zelden zijn zij naar een voorstelling in het Huis a/d Werf komen kijken en wat men zag was `kut'. Tussen hen en de theatermakers gaapt een kloof die de laatsten trachten te overbruggen met buurtfeesten en gratis bier, en met nadrukkelijk `gewoon doen'. ,,Wat is er nou zo bijzonder aan mij?'' vraagt Van Geel aan de Daalsebuurters, en hij weet zelf het antwoord: ,,Iedereen is gek maar ìk zet mijn gekte om in theater.'' Waarmee hij alle clichés over kunstenaars, van hun ijdelheid tot en met hun gepreek tegen het domme volk, in één klap bevestigt.

Wat een verademing, ook na het slappe migrantendocudrama Grosse Wanderung van Zentschnig en acteur Hans Daalder, is dan Oleg! Oleg! Oleg! Geen l'art pour l'art dit keer en geen kunstenaars-ego-gestreel maar mime in zijn puurste en krachtigste vorm. Jochem Stavenuiter en Paul van der Laan, van het gezelschap Bambie, en René van t Hof, van het groepje Carver, komen met een parabel die de kern van het leven raakt en die toch vrij is van pretenties. Een man wordt gekneveld en mishandeld, daar komt het verhaaltje op neer. Glasheldere en niettemin dubbelzinnige beelden trekken zonder woorden voorbij, van links naar rechts, als in een kindercartoon. Een weldoener geeft de geknevelde man een glas water - zó dat die er onmogelijk bij kan. Een almaar langer wordende slang slorpt het water op. Dat is om te huilen en onderwijl lachen we hard, want ook de daders zijn stakkers die alleen met de grootste inspanning vooruitkomen, liggend en kruipend en vechtend tegen de wind. Dit is theater voor het volk, over het volk en gemaakt door volk dat het volk niet veracht.

Festival a/d Werf, Utrecht, t/m 26/5. Inl 030-2315355 of www.festivalaandewerf.nl. Gezien: 1) Graft -Tales of an Actor; 2) Jozefine; 3) 1e Daalse Buurtrevue; 4) Grosse Wanderung; 5) Oleg! Oleg! Oleg!

    • Anneriek de Jong