Oude Beethoven en twee Brahmsen

`Vanavond doe ik het allemaal anders dan anders', moet de Poolse meesterpianist Krystian Zimmermann hebben besloten, toen hij vanuit een zijdeurtje het podium van het Amsterdamse Concertgebouw opliep voor zijn tiende optreden in de serie `Meesterpianisten'. Allereerst verklaarde de altijd zo ingetogen pianist, die aanvankelijk werken van Beethoven, Brahms, Ravel en Godowsky zou spelen, dat hij bij nader inzien had besloten slechts drie componisten uit te voeren: `De oude Beethoven en de oude Brahms, die dikke met die lange baard, en na de pauze, het leukste onderdeel van dit programma, de jonge Brahms'.

De jonge Brahms begon waar Beethoven was geëindigd: in zijn Eerste pianosonate in C, opus 1 citeerde hij het hoofdthema uit de Hammerklaviersonate van de oude Beethoven. Zimmermann begon echter met Brahms op leeftijd, van wie hij zes intermezzo's uit de Klavierstücke opus 118 vertolkte.

Blinkt Zimmermann van oudsher uit in genuanceerd en prachtig uitgebalanceerd pianospel, ditmaal had zijn superieure maar soms wat afstandelijk overkomende klankbeheersing ineens een nieuwe kwaliteit. De muziek van Brahms stráálde, waardoor de de herfstige, robuuste en weemoedige stemmingswisselingen in de intermezzi een spirituele lading kregen.

De meestal over-perfectionistische en beheerste Zimmermann trok alle registers open om de contrasterende emoties zo fel en vrij mogelijk tot klinken te brengen. Af en toe overdreef hij een beetje, zoals bij zijn diepzinnige, maar soms tergend vertraagde vertolking van het Intermezzo in es, nr. 6. Maar de desolate inleiding hiervan klonk subliem, en verderop verraste de Poolse maestro met pianoforte-achtige basklanken.

Nog geïnspireerder klonk Zimmermans uitvoering van Beethovens Sonate in As, opus 110. Op magische wijze vloeiden de klankformaties van het openingsdeel in elkaar over, gevolgd door een briljant vertolkt middendeel en een fraai opgebouwde uiteenzetting van het complexe laatste deel.

Terug bij Brahms (de jonge) viel Zimmerman met ongekende overmoed aan op het Allegro maestoso, waarin ruige passie en broze lyriek elkaar op duizelingwekkende wijze afwisselden. Op de bespiegelende weemoed van het nog langzamer dan langzaam gespeelde Andante volgde zó'n woest Scherzo, dat de doorgaans zo verfijnde Zimmermann bijna grof begon te klinken. Enorme vertragingen deden ook het poëtische Intermezzo bijna uiteen vallen, waarna Zimmerman de opruiende Finale `verslond' met satanische razernij.

Concert: Krystian Zimmerman (piano). Gehoord: 20/5 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 21/5 Doelen Rotterdam.