Levende legende, die zichzelf relativeert

Ter viering van zijn zeventigste verjaardag is pianist Alfred Brendel vanaf zondag in het Amsterdamse Concertgebouw het middelpunt van de miniconcertserie `Brendel Breeduit'. Volgende week krijgt hij een Edison uitgereikt voor zijn gehele oeuvre.

De inofficiële website van Alfred Brendel opent met een motto. ,,Het is mijn opzet vrij én precies te spelen, waarbij precisie betekent dat details net zo belangrijk zijn als het geheel.'' Precisie, ernst en een academische grondigheid zijn al bijna een halve eeuw de pijlers onder de roem van pianist Alfred Brendel, `de verstrooid professoraal' ogende denker onder de meesterpianisten, die deze maand met vier heel verschillende concerten zijn zeventigste verjaardag luister bijzet in het Amsterdamse Concertgebouw.

Dat platenmaatschappij Philips Alfred Brendel omarmt als `een levende legende' is niet verwonderlijk. Sinds 1954 legde Brendel ruim driehonderd werken van barok tot heden vast op plaat en cd. In den beginne lag het accent op Beethoven, wiens pianowerken Brendel in de jaren zestig als eerste vrijwel integraal opnam. Later volgden composities van Bach tot Schönberg, waarbij – ongeacht het repertoire – de meer vragende dan stellende aard van Brendels interpretaties steeds bron van zowel lof als – in mindere mate – reserve was.

Wie Brendel noemt, denkt aan helderheid. Wie Brendel beluistert, hoort in de zorgvuldigheid van zijn spel de weerklank van zijn werk als alom gerespecteerd muziekonderzoeker. Maar Brendel zelf is de eerste om die status weer te relativeren. ,,Gevoel moet altijd het alfa-omega van de pianist blijven'', vindt hij. Tegenstrijdigheden zijn Alfred Brendel eigen. Zo is er de ernst waarmee hij werkt, versus de ironie waarmee hij relativeert. (,,Ik was nooit een wonderkind. Ik heb geen fotografisch geheugen. Ik speel niet sneller dan anderen. Ik lees niet goed van blad. Ik heb acht uur slaap per nacht nodig.''). De theorie - ,,Ik ben tegen specialismen'' - versus de praktijk, waarin Brendel geldt als Beethoven- en een Schubertspecialist. Als kroon op alle tegenstrijdigheden, erkent Brendel ze volmondig. ,,Wie mij wil betrappen op contradicties, zal zeker worden bevredigd!''

De veelzijdigheid die Alfred Brendel de afgelopen halve eeuw als pianist aan de dag legde, uit zich behalve in zijn spel en - in zijn jeugd - eigen composities, ook in twee banden met muziekessays, getiteld Musical Thoughts & Afterthoughts (1976) en Music Sounded Out (1990). Op virtuoze wijze reflecteert Brendel in zijn beschouwingen zowel de vorm (beslommeringen uit het dagelijks muziekleven) als de inhoud van de muziek. Daarnaast speelden vanaf Brendels vroege jeugd ook niet-muzikale liefhebberijen een rol. Het verzamelen van maskers, dadaïstische kunst, barokke en Romaanse architectuur. En de literatuur, welke liefde culmineerde in negenentachtig `literaire variaties' die in Nederlandse vertaling zijn gebundeld onder de titel Een vinger teveel (1998).

Brendels dichterlijke variaties zijn soms absurdistisch (`Toen het kind met het badwater was weggegooid/ moest het eerst vreselijk hoesten'), maar voor het gros van zijn invallen liet hij zich inspireren door het muziekleven. In puntige zinnetjes worden verschillende uitwassen bespot, waarbij Brendel noch Gustav Mahler (`Gustav is goed/ dat weet tegenwoordig ieder kind') noch zichzelf spaart: `Toen de klavierpoëet zijn honingboterham op had/ ging hij/ als steeds om tien uur dertig/ aan de vleugel zitten/ met de bedoeling/ zichzelf/ de muziek/ het instrument/ evenals een denkbeeldig publiek/ te betoveren.'

In de BBC-documentaire Alfred Brendel - Man and Mask merkte Brendel op: ,,Er zijn in mijn carrière periode geweest waarin ik me vooral concentreerde op één componist. Nog niet lang geleden had ik een langdurige Beethoven-fase, nu heb ik het gevoel dat ik mijn aandacht moet richten op Mozart.'' De Beethoven-fase begon in 1962. In de Londense Wigmore Hall speelde Brendel speelde zijn eerste concertreeks met de integrale pianosonates van Beethoven, die hij het label VOX als deel van Beethovens verzamelde pianowerken vastlegde op plaat.

Zijn visie bleef echter een `work in progress', waarvan de volgende stap in de jaren zeventig werd gezet met een complete cyclus opnames van Beethovens pianosonates, nu verkrijgbaar op elf cd's (Philips 412 575-2). In 1996 volgde een tweede box met, opnieuw, Beethovens verzamelde pianosonates (Philips 446 909-2 - 10 cd's).

Vergelijkend luisteronderzoek in deze krant wees uit dat de verschillen in interpretatie niet schokkend waren, maar daar is het Brendel ook niet om te doen. ,,Het publiek verwacht van een artiest dat hij ontwikkelt, maar is tegelijkertijd maar al te zeer bereid hem, als een insekt, vast te pinnen op een van zijn opnames'', schrijft Brendel in Musical Thoughts & Afterthoughts (Notes on a Complete Recording of Beethoven's Piano Works).

Philips heeft ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag die Brendel op vijf januari van dit jaar vierde, een speciale website gelanceerd. Foto's van Brendel als knaapje, jongeman, veertiger en zeventiger flitsen door het beeld. Kern van de evenementen vormt echter de release van drie nieuwe cd's. Eén is gewijd aan werken van Schubert (Philips, 456 573-2), twee aan Mozart, wiens pianoconcerten KV 482 en 595 Brendel vastlegde met het Scottish Chamber Orchestra o.l.v. Charles Mackerras (Philips 468 367-2). Met diezelfde uitvoerenden zal Brendel eind juni ook zijn vier concerten omvattende serie Brendel Breeduit afsluiten, dan met Mozarts pianoconcerten KV 271 en 503.

,,Als ik tot een traditie behoor, is dat een traditie waarin het muzikaal meesterwerk de uitvoerend musicus vertelt wat te doen en wat te laten, en niet vice versa'', zegt Brendel op zijn verjaarssite. Die `passieve', de muziek centraal stellende grondhouding is een onderwerp dat Brendel vaak ter sprake brengt. Want in de muziek ligt de essentie, en naar mate de jaren verstrijken, wordt het luisterend oor alleen maar scherper. ,,Ik denk niet dat ik een bijzonder passief pianist ben'', verduidelijkte Brendel een aantal jaren geleden. ,,Maar als ik speel zijn de gelukkigste momenten die waarop ik het gevoel heb dat de muziek, de componist, via mij direct spreekt tot het publiek. Ook al is dat gevoel een illusie.''

Brendel Breeduit: 27/5: solorecital Mozart, Haydn, Beethoven; 7/6 liedrecital met Beethoven en Schubert (Schwanengesang) i.s.m. Matthias Goerne; 13/6: kamermuziekprogramma met Mozart; 25/6 Mozart pianoconcerten nrs. 9 en 25 (KV 271 en 503), Scottish Chamber Orchestra o.l.v. Charles Mackerras. Res.: (020) 6718345