Lamborghini Diablo

Plannen die je maakt als het eindelijk lukt om de sleutels van deze auto in handen te krijgen. Bijvoorbeeld zonder kentekenplaten naar het zomer- en winterpaleis van de Rijkspolitie in Driebergen rijden. Het monster met knallende uitlaten voor de draaideuren heen en weer laten dreigen, wat lichte vernielingen aan rijkseigendommen plegen. En na eindelijk achter de ramen opgemerkt te zijn door aan beeldschermen en kantinetafels vastgekluisterde ambtenaren, volgt een massale, bij voorbaat vergeefse achtervolging.

Of langs de huizen en hekken rijden waarin bezadigde exen wonen. Zodat ze kunnen horen en vooral zien dat ik toch niet de loser was waarvoor ze me ooit hielden.

Wat een auto. Getekend met een ganzenveer, met een ruime – hopla, daar gaat ie – veeg. Vierenhalf meter lang en tweeënhalf breed, amper een meter hoog. Met deuren die als de zwaarden van een botter scharnieren, de vooras als hun denkbeeldig draaipunt. Uit de achterzijde gluren dreigende, en na een paar meter rijden, gloeiendhete uitlaatpijpen van onder een schild van carbon. Magnesium velgen met daaromheen banden met de vrachtwagenmaat 335/30ZR18.

Binnen is er leer, kunsthars en lichtmetaal en een dashboard met lijnen die doen denken aan Toscane of Umbrië – nog even doortikken en de importeur gaat me vragen voor de verzorging van de nieuwe folderteksten – de cockpit van een Learjet of Piaggio Avanti. (Die me trouwens ook best eens mogen bellen om een stukje te sturen in een van hun buitenissige prachtproducten.)

Prachtproduct. Dat is de juiste omschrijving van deze auto. Verheven boven elke vorm van kwalificatie, bizar in uitvoering en prestaties, economisch totaal onverantwoord maar onverbloemd appellerend aan de nooit meer te overtreffen dromen van kleine jongetjes en – geef het nou toch eens eindelijk toe – meisjes. De sfeer van een houten Riva speedboot, die ik onlangs weer terugzag in een sixties-reclame voor een Italiaans vermouthmerk. Dat daar trouwens wat lacherig als vino aborto wordt afgedaan.

Het woeste hart van deze auto: 12 cilinders in een hoek van 60 graden en 6 liter inhoud, 4 woest rondslingerende nokkenassen die 48 kleppen leren wat een Italiaan onder tapdansen verstaat, 13 liter olijfolie van eerste persing in carterpan en smeersysteem, 15 liter gezegende miswijn, twee radiatoren en bijna permanent blazende ventilatoren om de temperamentvolle heethoofd af te koelen. Wat samen 550 pk oplevert die losgelaten worden op de Viscous Traction vierwielaandrijving, die zorgt dat er geen Verraderlijke Tractie ontstaat. Een onhebbelijkheid die er door de tot voor enkele jaren gebruikelijke achterwielaandrijving gratis en voor niets werd bijgeleverd. Een acceleratie en topsnelheid die elke rijksambtenaar tot een spontane huilbui dwingt, iets wat ik graag zou willen zien in een van de door hun bazen gesponsorde tv-programma's.

Avanti dus! En gaat u er net zoals ik maar rustig bij liggen, de schoenen op het bijzettafeltje, een flesje chianti als schakelpook, deze krant in beide handen vasthoudend als was het een stuur, broekriem en die van de hond als vierpuntsgordel, familie en huisdieren links en rechts op de bank om motor- en rijgeluiden te imiteren. Want ik heb er altijd al een hekel aan gehad om alleen te moeten genieten van de meest intieme momenten.

Het stationaire geluid is dat van de door een tractordiesel aangedreven dorsmachine van mijn opa. Gekregen via de Marshallhulp; welgedaan, dat zeker, maar daarna ook nooit meer weggegaan. Tot 2.000 toeren dat van de domste aller tijdverdrijven: de tractorpullingwedstrijden, gadegeslagen door hevig drinkend en dampensnuivend boerenvolk uit de Flevopolder.

Daarboven wordt het een gebrul dat eens aan de dinosaurussen moet hebben toebehoord. Nee, dit is zeker niet het geluid van een Walt Disney-interpretatie, in de Nederlandse versie heeft de verliefde en tot de allerallerlaatste paring bereide hoofdrolspeelster de stem en de schedelomvang van Katja Schuurman.

Ik kan nu wel gaan opscheppen dat dit een moeilijk te besturen auto is, alleen voor mannen en vrouwen met spierballen en doodsverachting, maar dat zou bezijden de waarheid zijn. Direct sturend en net niet plankhard zoals ie gaat, met een matig maar voldoende zicht naar voren, een verbazingwekkend ruim uitzicht links en naar boven – en voor de rest is het één grote dode hoek. Door de ruim aanwezige electronica is het geheel keurig binnen de lijnen te houden.

Heeft u genoten van ons ritje? Ik zeker en met spijt lever ik mijn zwarte kompaan bij de firma Hessing in. Mocht u ooit voor de keuze staan: of een hoofdstedelijke etage van 45 vierkante meter met uitzicht op natgeregende parkeermeters, werkeloze geüniformeerden, bouwputten en walmende rondvaartboten met fotograferende toeristen. Of toch maar die zonbeschenen Lamborghini Diablo voor op de eindeloze Autostrada. Laat het me weten en gezeten op uw bank komen we daar wis en waarachtig samen wel uit.