`La fanciulla' is nu Puccini's spaghetti-opera

Het blijft een aantrekkelijke gedachte om Puccini's La fanciulla del West (Het meisje uit het Wilde Westen) te zien als een voorloper van de spaghettiwesterns van Sergio Leone uit de jaren '60. De oversteek van de maffia van Sicilië naar Amerika — ook goed voor talloze films — werd gevolgd door de Italiaanse opera met een Amerikaans verhaal. Bij de première in de Metropolitan Opera in New York in 1910 werden de mannelijke hoofdrollen gezongen door Enrico Caruso en Pasquale Amato, de dirigent was Arturo Toscanini. En Puccini's libretto is gebaseerd op een toneelstuk van David Belasco, ook al zo Italiaans klinkend.

Puccini's opera dateert uit de tijd dat het wildste van het Wilde Westen nog maar net geschiedenis was en de echte cowboys nog volop werk hadden. Maar verhaal en muziek hebben weinig te maken met het spijkerharde beeld dat Sergio Leone en componist Ennio Morricone een halve eeuw later gaven van de dodelijke struggle for life in het wilde westen in films als The Good, the Bad and the Ugly en Once Upon a Time in the West.

In La fanciulla del West, waarvan Opera Zuid nu een serie voorstellingen geeft, draait het niet om eenzame outlaws, maar om een vrouw: Minnie, de eigenares van een saloon met een cliëntèle van goudzoekers. Al houdt de sigarenrokende en valsspelende Minnie niet van mannen die whisky met water bestellen, voor het overige is ze zo onbezoedeld als een heilige op een Italiaans bidprentje. Ze is kuis, heeft nog nooit gedanst, nog nooit gekust, ze reciteert psalmen en wordt door de mannen vereerd en aanbeden. Echte kerels zijn ze niet, deze softies die smartlapperig zingen dat ze terug willen naar hun moe-oe-oeder. In La fanciulla del West valt ook geen enkele dode, overigens even opmerkelijk voor een western als voor een opera!

In strijd met Puccini's gebruikelijke hang naar realisme, is de muzikale sfeer van zijn opera. De muziek herinnert eerder aan die van Madama Butterfly en Turandot met hun exotiek uit Japan en China, dan aan die van Amerika. Turandot en zeker Madama Butterfly bieden naast aantrekkelijker muziek, heel wat hardere verhalen dan La fanciulla del West, dat een gebrek heeft aan aansprekende aria's en de meedogenloosheid van een shoot out braaf inruilt voor christelijk mededogen. Het is geen wonder dat Puccini's spaghetti-opera niet klassiek werd en Leone's aanvankelijk denigrerend betitelde spaghetti-westerns wel.

Minnie verschaft onderdak aan de bandiet Ramerrez, gezocht door sheriff Jack Rance, vergeefs verliefd op Minnie. Ramerrez wordt aangeschoten en door de sheriff en de mannen bijna opgehangen. Maar dat weet Minnie te voorkomen door allen te doordringen van het goede en het goddelijke: rechtvaardigheid, vergevingsgezindheid en ware liefde triomferen. Minnie en Ramerrez mogen vertrekken, ze gaan een gelukkig en godvrezend leven tegemoet.

De Amerikaanse regisseur Christopher Alden laat de opera spelen als een comedy en versterkt de bidprentjes-pastelkleuren tot fel rood zodat het verhaal soms wel weer leuk en zelfs dubbelzinnig wordt. Het lijkt aanvankelijk allemaal al te larmoyant, maar uiteindelijk wordt het sentiment stevig omstraald door sacraliteit. Minnie, die opkwam in een hemelbed, is een nieuwe madonna. Met de aangeschoten Ramerrez lijkt ze even te poseren als pietà, zodat de sheriff vanzelf de rol van Pilatus krijgt opgedrongen.

Tijdens het kaartspel dwarrelen de dollars uit A Fistful of Dollars en For a Few Dollars More rond als de sneeuwvlokken in de winterscène van La bohème. En dan is er toch nog een echt Sergio Leone-citaat: de langdurig zwijgende entree van de bandiet Ramerrez, al kan die spanning niet op tegen één borende, ondoorgrondelijke blik van Lee van Cleef of Clint Eastwood.

De premièrevoorstelling in Eindhoven werd geplaagd door problemen. Bij de Amerikaanse bariton William Stone (de sheriff) was een ader gesprongen, waardoor hij niet kon zingen. Hij acteerde wel en zijn barse gekwelde rol werd vanaf een zijtoneel nogal schuchter gezongen door Mauro Augostino, die dat de eerstkomende voorstellingen ook zal doen. De Canadese sopraan Kathleen Broderick was nog herstellende van een verkoudheid. Al deed ze hoorbaar haar best, toch mag ze niet worden beoordeeld op wat ze hier liet horen.

De Mexicaanse tenor Rafael Rojas was visueel een perfecte vertolker van de rol van Ramerrez, maar men zou wat meer expressie willen in zijn hoge, strakke geluid. Ed Spanjaard en het Brabants Orkest deden met succes wat ze konden om onder deze moeilijke omstandigheden de niet altijd dankbare muziek toch te presenteren met dramatisch en spiritueel reliëf.

Voorstelling: La fanciulla del West van G. Puccini door Opera Zuid en het Brabants Orkest o.l.v. Ed Spanjaard. Regie: Christopher Alden. Gezien: 19/5 Stadsschouwburg Eindhoven. Herh.: 22/5 Den Bosch; 24/5 Utrecht; 26/5 Venlo; 29/5 Heerlen; 31/5 Breda; 4/6 Rotterdam; 7/6 Arnhem; 9/6 Maastricht.