Kyoto

Het redactioneel commentaar `De Kyoto-kwestie' (NRC Handelsblad, 14 april), dat ervoor pleit het protocol van Kyoto op te geven en de internationale klimaatonderhandelingen opnieuw te beginnen, is even misleidend als perspectiefloos. De twee belangrijkste argumenten tegen `Kyoto' in het commentaar zijn dat de grootste ontwikkelingslanden zijn gevrijwaard van de verplichting hun uitstoot terug te dringen en dat de doelstellingen voor CO2-reductie in 2012 volstrekt onhaalbaar zijn. Moreel gesproken klopt er weinig van het eerste argument. Volgens de meest recente gegevens van het Amerikaanse ministerie van Energie bedraagt de uitstoot per hoofd van de bevolking in de VS het twintigvoudige van de uitstoot in India en meer dan het tienvoudige van de gemiddelde uitstoot in China. Ook feitelijk deugt het argument niet. China voert bijvoorbeeld een veel stringenter energiebesparingsbeleid dan de VS en werkt ook veel actiever aan de modernisering van de energiesector.

Ook politiek gesproken heeft Bush geen poot om op te staan. In het Klimaatverdrag, is het principe van de zogenaamde `common, but differentiated responsibilities' opgenomen: alle landen moeten meewerken aan de aanpak van het klimaatprobleem, maar de rijke landen moeten de eerste stappen zetten. Dit principe is indertijd ook door de Republikeinen onderschreven. Het is politiek ondenkbaar dat China en India mee zullen werken aan een verdrag waarin zij op vergelijkbare wijze worden behandeld als de VS.

Over de vermeende onhaalbaarheid van `Kyoto' schrijft NRC Handelsblad zelfs dat Amerika vandaag zijn economie moet stilleggen als het de doelstellingen nog wil halen. Dit standpunt geeft blijk van weinig kennis van de Amerikaanse energievoorziening en – belangrijker nog – de enorme flexibiliteit die het protocol van Kyoto biedt. De energie-efficiëntie in de Amerikaanse industrie is volgens een studie van het Lawrence Berkely National Labaratory 50 procent lager dan die in Japan en West-Europa, en lager dan in tal van ontwikkelingslanden. De VS kunnen hun doelstelling zonder veel moeite halen wanneer zij kiezen voor een gedeeltelijke overschakeling van kolen naar gas, energiebesparingsmaatregelen in de industrie en de in de rest van de wereld gangbare efficiëntie-eisen aan auto's. De economische gevolgen van deze maatregelen zijn beperkt.

De VS kunnen er, net als Nederland, ook voor kiezen gebruik te maken van de grote flexibiliteit die `Kyoto' biedt. Wat het Wereld Natuur Fonds betreft mogen de VS ook een deel van hun verplichting realiseren via bosaanplant. De stelling in het redactioneel commentaar dat de milieubeweging en de Europese Unie hiertegen zijn, is feitelijk onjuist.